Wat is de prijs van een ministersauto

De gouden handdruk voor procureur-generaal Van Randwijck is nog niet vervaagd of de volgende beloningskwestie voor hooggeplaatste personen in rijksdienst dient zich aan.

Minister Jorritsma hervatte afgelopen zaterdag de discussie die toenmalig minister Neelie Smit-Kroes al voerde tijdens het tweede kabinet-Lubbers. Beide VVD'ers vinden dat ministers in te goedkope auto's rijden. Smit-Kroes wilde daarom in 1988 de aanschafprijs optrekken van ƒ62.500 naar ƒ106.500. Zij kreeg daarbij dusdanige tegenstand uit de Tweede Kamer dat zij moest retireren en premier Lubbers zijn net afgeschafte BMW van een ton weer moest inleveren. Jorritsma heeft zich kennelijk niet door deze geschiedenis laten weerhouden. Zij zei zaterdag tegen de Volkskrant: “Mogen ministers alsjeblieft in een auto rijden die net zo fatsoenlijk is als die van de eerste beste pooier uit Amsterdam?”.

Jorritsma leek echter ook uit de geschiedenis van Neelie Kroes te heben geleerd. In hetzelfde interview zei ze dat de vergoeding voor Tweede Kamerleden omhoog moet. Mocht al de bedoeling zijn daarmee eventuele afwijzende parlementaire reacties aangaande haar dienstauto-voorstel te voorkomen, dan is haar dat niet gelukt. Het CDA liet weten dat ministers in alleszins redelijke auto's kunnen rijden. Van 't Riet van D66 vroeg zich af of Jorritsma, die zich in een Ford Scorpio 2.9i Ghia laat vervoeren, misschien nu een Porsche wil.

Wanneer het pooier-niveau precies wordt bereikt, betreft echter een subjectieve kwestie, zo leert de geschiedenis. Zo klaagde J. van der Reijden, staatssecretaris in het eerste kabinet-Lubbers, al dat hij gedwongen werd in een Amerikaanse auto te rijden waarin hij zich een “zigeunerkoning” voelde. Dat was voordat Kroes de aanschafprijs voor dienstauto's wilde verhogen. (KV)