'Voor een wedstrijd ben ik nooit zenuwachtig'

Ik begon toen ik acht was. Gewoon hier op de club, heel rustig, omdat mijn ouders ook tennisten. Ik ben begonnen zoals iedereen: met ballen gooien, spelletjes en tegen een muur slaan. Ik turnde ook en piano spelen.

Wedstrijden spelen doe je tot je tien bent op een mini-veld. Daarna kan je meedoen aan de districtskampioenschappen en het boskaboutertoernooi. Je gaat steeds hogere toernooien spelen en dan krijg je een ranking. Je bent op leeftijd ingedeeld: tot en met twaalf, veertien en zestien jaar. Toen ik tweedejaars twaalf was, mocht ik voor het eerst meedoen aan het A-circuit. Dat zijn vier toernooien. Vorig seizoen heb ik het A-circuit gewonnen en ook het Nederlands en het indoor-kampioenschap. Dit seizoen, dat begon in september, ben ik eerstejaars zestien.

Ik train vier of vijf keer per week, anderhalf of twee uur per keer. In het weekeinde zijn er vaak toernooien. Als je verliest, lig je er uit. Als je wint, speel je op zaterdag twee wedstrijden en op zondag drie. Ik ben nooit zenuwachtig. Winnen of verliezen maakt me niets uit. Vorig jaar heb ik maar één wedstrijd verloren.

Tennis gaat nu heel goed, maar school is belangrijker. Als je straks als prof gaat spelen en het lukt niet: wat heb je dan? Tennis is goed te combineren met school, want het gaat goed op school. Ik krijg veel medewerking van school en van mijn ouders. Bij toernooien krijg ik wel eens een dag vrij. Vandaag mocht ook ik eerder naar huis. Vorig jaar heb ik niet gegymd om huiswerk te kunnen maken. Maar dit jaar ga ik wel gymmen, want je zit anders op school de hele dag stil. Ik kijk bijna nooit naar tennis op televisie. Alleen naar de finales van de grote toernooien. Ik heb er geen tijd voor en ik vind het niet zo leuk. Het commentaar, behalve van Marcella Mesker, slaat vaak nergens op. In de club-competitie speel ik ook tegen volwassenen. Nu is het minder, maar toen ik jonger was, zeiden ze wel: ooh, dat kleintje. En dan ramde ik ze van de baan. Dat was niet leuk, voor hun en voor mij. Ze weten nu wat ik kan.