Succesvolle uitvinder blijft berooid achter

Dossier Weerwerk, Ned.3, 21.28u.

Jan Hupkens is 34 als hij in 1969 zijn positie als leraar op een technische school in Haarlem opgeeft voor een baan als 'development engineer' bij de Amsterdamse machinefabriek Schuurmans & Van Ginneken. Hupkens staat bekend als een vindingrijk man en hij wordt bijna direct betrokken bij een probleem waarmee het bedrijf al jaren tobt: hoe voorkomen we dat onze mengmachines die poeders in korrels moeten omzetten steeds al na een paar minuten vastlopen.

Al op 6 oktober 1969 is Hupkens eruit en eigenlijk was het het ei van Columbus: je moet de mixer van een flexibele rubberen wand voorzien. De machinefabriek gelooft niet in de goede werking van het idee, maar als Hupkens samen met een kennis een werkend prototype bouwt neemt directeur Ch.M. van Ginneken het idee over. Sterker nog: hij vraagt octrooi aan en geurt met de vinding in technische tijdschriften. De belangstelling van de kunstmest- en voedingsmiddelenindustrie voor de nieuwe 'Flexomix' is groot en de omzet van de machinefabriek beleeft een fabelachtige groei. Tegen die tijd realiseert Hupkens zich dat zijn arbeidscontract voorziet in een redelijke vergoeding voor een dergelijke succesrijke uitvinding. Maar directeur Van Ginneken weigert vanaf het eerste moment over zo'n vergoeding te praten. Het was 'een leuke oplossing' geweest, vindt hij, maar een vergoeding zou een ongunstig precedent scheppen. Hupkens verlaat het bedrijf, vast besloten alsnog zijn gelijk te halen. Maar hij kan niet uit de voeten zolang de octrooiaanvraag (die zeven jaar lang slapend wordt gehouden) niet definitief is geworden. Als het eindelijk zo ver is eist hij voor de kantonrechter in 1984 één procent van de omzet van Schuurmans & Van Ginneken als betaling. Een jaar later komt het vonnis: de kantonrechter ziet Hupkens inderdaad als enige uitvinder van de Flexomix maar vindt dat een adviescommissie maar een suggestie voor de hoogte van de vergoeding moet doen. De commissie spreekt zich in meerderheid uit voor vergoeding van 585.000 gulden en met rente komt dat op 965.000 gulden. Het is feest in huize Hupkens. Dan begint de lijdensweg waarvan vanavond ook het einde wordt getoond: hoe Hupkens ten slotte met loonbeslag en een schuld van honderdduizend gulden berooid achterblijft. Want één ding was over het hoofd gezien: ook de Nederlandse industrie-als-geheel ziet in de 'excessieve beloning' van Hupkens een gevaarlijk precedent. Met hulp van de hooggeleerde advocaten die van industriële zijde worden ingeschakeld is het pleit snel beslecht. In mei 1994 valt de bijl.

In een razend tempo passeren vanavond de voornaamste feiten en alleen al in dat opzicht is het programma uniek. In zijn opzet moet Dossier Weerwerk van de RVU waarschijnlijk een educatief doel dienen, in de uitvoering levert het vooral adembenemende televisie van een soort waarbij al die reality tv verbleekt.