'Slim' gebouw heeft genoeg aan 'domme' installaties

Gebouw: Center for Human Drug Research, Leiden. Architect: Michiel Cohen van Cepezed, Delft. Bouwkosten: 2,4 miljoen. Ontwerp: 1993. Oplevering: 1995.

In het 'bio-science park' aan de rand van de Leiden staat het nieuwe gebouw van het Center for Human Drug Research, een aan de universiteit gelieerde stichting die de effecten van geneesmiddelen op proefpersonen onderzoekt. De jonge stichting was oorspronkelijk in barakken gehuisvest; inmiddels werken er twintig mensen en heeft het Center sinds een paar maanden een eigen echt gebouw, naar het ontwerp van Michiel Cohen van het Delftse bureau Cepezed.

Het gebouw zelf is een relatief kleine doos die tussen twee lange schermen staat. De schermen zijn rekken waarop platen van geperforeerde staal zijn gemonteerd. Het uiterlijk van de schermen is wisselend. Schuin van opzij gezien verliezen de schermen hun transparantie en worden ze dichte zwarte vlakken, terwijl ze van dichterbij teer en doorzichtig als sluiers zijn. Zo verandert telkens het uiterlijk van gebouw, en het zicht erdoorheen, terwijl je er langs rijdt of eromheen loopt.

De schermen zijn veel langer zijn dan het gebouw zelf, waardoor er aan weerskanten een soort pleinen ontstaan. Het voorplein bij de ingang, aan de noordkant, is met gras beplant op een plastic honingraat-rooster, zodat er op geparkeerd kan worden; op het zuiden liggen de tuin, een sloot met waterlelies en wilde weidebegroeiing. Met het oog op de toekomst is hier alvast fundering gelegd voor een mogelijke uitbreiding met nog eens de helft van de huidige oppervlakte. In een eerder plan dat Cepezed in 1990 voor een andere locatie maakte, liepen de schermen aan alle vier kanten rondom; gelukkig is daar op deze plek van afgezien. Wat nu een intrigerende voile is, was anders een afwerend hek geworden.

Nu is het tegenwoordig mode om in de architectuur met de gelaagdheid van gevels te spelen, bijvoorbeeld door het gebruik van schermen, maar die van het Center for Human Drug Research worden door meer dan modieuze overwegingen ingegeven. De ruimte tussen de schermen en de glazen gevels fungeert als een bufferzone die de weersomstandigheden tempert: ze zijn windvang en zonwering tegelijk. De geperforeerde stalen platen filteren het buitenlicht waardoor er geen schittering op de beeldschermen ontstaat en ze halveren de windlast op de gevel. Volgens architect Cohen moet het daarom mogelijk zijn de constructie van het gebouw lichter, en dus goedkoper uit te voeren; TNO doet hier nu onderzoek naar. Bovendien konden de onderzoekers deze zomer de schuifpuien van hun kamers helemaal openzetten en als het ware in de open lucht zitten werken zonder het gevoel te krijgen dat ze direct 'aan de straat' zitten. Van binnen maakt het gebouw een ruimte, lichte indruk. De materialen zijn voornamelijk glas en staal, de kleuren dienovereenkomstig zwart, grijs, zilver. Uit de keuze van materialen blijkt het streven naar doorzichtigheid: de balustrades zijn van glas, de lift is een glazen doos in een glazen schacht, de balkons - groot genoeg zijn voor een paar bedden - en hun luifels bestaan uit opengewerkte metalen roosters, en zelfs in de metalen platen van de overloop zitten gaatjes.

De indeling is simpel: drie stroken, aan de oostkant de kantoren, in het midden de circulatieruimte met metalen trap, glazen lift en een vide over alle drie verdiepingen, en aan de westkant een vergaderzaal op de begane grond en daarboven een laboratorium en twee verdiepingen met bedden voor de proefpersonen. Aangezien het gebouw drie verdiepingen hoog is en de schermen twee, valt het daglicht met volle kracht door de glazen wanden naar binnen.

Met zijn strenge, ascetische vormgeving zal dit gebouw zeker niet iedereen bevallappelleren. Het staat bijvoorbeeld in schril contrast met het pand van de buren, een ontwerp van de 'organische' architecten Alberts and Van Huut. Het doet denken aan een high-tech variant op het sanatorium Zonnestraal uit de jaren twintig, waar licht en lucht een heilzame uitwerking op tbc-lijders moesten hebben. (Met dien verstande, dat de 'patiënten' in het Center for Human Drug Research vrijwilligers zijn).

Anders dan de meeste medische gebouwen heeft het onderzoekscentrum nauwelijks installaties. De verwarming komt grotendeels van de mensen zelf - hun lichamen, lichten en computers; de koeling gaat voornamelijk via natuurlijke ventilatie. Alleen in een paar ruimtes (beddenkamers, computerruimte), waar de temperatuur tot op één graad nauwkeurig beheerst moet kunnen worden, zijn er kleine aparte units geïnstalleerd. Volgens architect Cohen gaat er veel te veel geld en ruimte en brandstof verloren met 'slimme' installaties in 'domme' gebouwen. Dit moest juist een slim gebouw worden met een domme installatie. Zowel wat betreft de vorm als de vooruitstrevende techniek staat dit gebouw vierkant in de traditie van het functionalisme: less is more. Alle high-tech kennis dat voor dit project is aangewend, staat in dienst van juist een low-tech resultaat.