Rolling Stones

The Rolling Stones: Stripped (Virgin 41040)

Als ieder ander moesten de Rolling Stones in mei dit jaar het enge steile trappetje achter het podium van de Amsterdamse poptempel Paradiso op en af. Twee 'geheime' concerten dienden voor de opname van een live-cd die Butt Naked ('Spiernaakt') zou gaan heten. Het album ligt nu in de winkel onder de heel wat bravere titel Stripped. Slechts twee van de veertien nummers blijken daadwerkelijk afkomstig van de Paradiso-concerten, naast live-opnamen uit het Parijse Olympiatheater en van repetities voor de recente Voodoo Lounge-tournee.

Stripped mag dan geen onversneden weergave van de legendarische Paradiso-concerten zijn, het is wel de beste plaat die de Rolling Stones in twintig jaar maakten. Voor een deel ligt dat aan de repertoirekeus, die op een enkele uitzondering na bestaat uit nummers van vóór 1975. Een doortrapte selectie, want daarmee stelt de groep haar huidige platenmaatschappij Virgin in staat om klinkende munt te slaan uit overbekende hits als Angie en Street Fighting Man, naast het obscure b-kantje The Spider And The Fly en het titelnummer van de elpee Let It Bleed.

De grootste kracht van de nieuwe, halfakoestische versies schuilt echter in het vuur waarmee ze gespeeld werden. Producer Don Was liet de 'Greatest Rock'n'Roll Band On Earth' nog één keer boven zichzelf uitstijgen, met name in geïnspireerde vertolkingen van het gospel-achtige Shine A Light en de country-smartlap Dead Flowers.

bpAls bonus bevat het schijfje een interactief gedeelte, dat vooral bestaat uit een veredelde reclamespot voor een apart te verschijnen cd-rom. Centraal staan de schokkerige videobeelden van Like A Rolling Stone, een tamelijk overbodige versie van de Bob Dylan-klassieker. Wie klikt op 'Catalogue' krijgt een overzicht van de cd's die via Virgin leverbaar zijn, alsof de periode van vóór Sticky Fingers nooit heeft bestaan. Gelukkig illustreert de ouderwets opwindende muziek op Stripped het tegendeel: de Stones gaan als jonge honden tekeer in nummers van hun oude blueshelden Willie Dixon en Robert Johnson, waarbij Love In Vain van laatstgenoemde gepromoveerd blijkt tot een anonieme traditional, 'adapted by Jagger/ Richards'.