Kerk der Friezen door paus gewijd

ROME, 13 NOV. Paus Johannes Paulus II heeft gisteren relikwieen van drie met Nederland verbonden heiligen bijgezet in het hoofdaltaar van de Kerk der Friezen in Rome en dit altaar gewijd in een plechtige mis van ongeveer twee uur.

De kerk staat op de plaats waar in de middeleeuwen een zogeheten schola was gevestigd van de Friezen, waaronder toen de bevolking langs de Noordzeekust van Vlaanderen tot Denemarken werd verstaan. Een schola was een kleine vestingachtige nederzetting voor pelgrims uit één bepaalde streek, met een kerk, een gastenverblijf, een ziekenhuisje en meestal een kerkhof. Bisschop Muskens van Breda heeft er in zijn vorige functie als rector van het Nederlands College in Rome voor gezorgd dat de in verval geraakte Kerk der Friezen eind jaren tachtig opnieuw een trefpunt werd voor Nederlandse katholieken in Rome.

De eerste christenen vierden de eucharistie bij voorkeur op het graf van iemand die zijn leven heeft gegeven voor het geloof. In een terugkeer naar die traditie heeft de paus gisteren een relikwie in het altaar geplaatst van de heilige Willibrord, de Engelse monnik die het roomskatholieke geloof naar de Lage Landen heeft gebracht en in 695 in Rome werd gewijd tot de eerste 'aartbisschop der Friezen'. Het gaat om een botsplinter die door een patholoog-anatoom is verwijderd uit het hoofd van Willibrord, dat wordt bewaard in de Dom van Aken. Andere resten van de heilige zijn begraven in Echternach. In een uitsparing in het altaar zette de paus ook minuscule relikwieën bij van Servaas, uit Maastricht, en van de heilige Magnus, een van de twee heiligen die hun naam hebben geleend aan de Kerk der Friezen, die officieel de SS. Michele e Magno heet. De kerk was aanvankelijk alleen gewijd aan de aartsengel Michael. Maar zij kreeg de naam van de heilige Magnus erbij, een Zuiditaliaanse bisschop die rond het jaar 250 was gedood, nadat drie Friese krijgslieden na een veldtocht in Zuid-Italië in de achtste eeuw het lijk hadden meegenomen en naar 'hun' kerk in Rome hadden gebracht. Zij mochten een arm mee naar huis nemen. Deze werd begraven in het Friese dorpje Almenum, nu een wijk van Harlingen. De arm is begin zestiende eeuw overgebracht naar België, wegens kritiek van protestanten op de verering voor relikwieën, en daar zoekgeraakt.

Bijzetting van de relikwieën, die vandaag zouden worden vastgemetseld, en de wijding van het hoofdaltaar door de paus vormden hoogtepunten in het Willibrordjaar, waarmee wordt herdacht dat deze heilige 1300 jaar geleden tot bisschop werd gewijd. De paus hield een preek van twintig minuten in het Nederlands. Daarin ging hij niet in op de situatie van rooms-katholiek Nederland. Dat is een nieuwe aanwijzing dat de conflicten die lang hebben bestaan, grotendeels zijn verdwenen. In zijn welkomstwoord had kardinaal Simonis, die met de bisschoppen Muskens, Möller en Van Luyn de mis bijwoonde, tegen de paus gezegd: “Naar het voorbeeld van Willibrord zijn wij ook naar Rome gekomen om onze eenheid met u, de opvolger van Petrus, tot uitdrukking te brengen.”

Een andere teken voor de normalisering van de betrekkingen tussen het Vaticaan en de Nederlandse kerkprovincie is dat de zogeheten synoderaad niet meer ieder half jaar op rapport hoeft te komen in Rome. Volgens bisschop Muskens is hiervoor geen reden meer. Zoals gebruikelijk werd de mis, waarbij ook kardinaal Willebrands, oud-nuntius Cassidy en enkele andere hoge vertegenwoordigers van de Romeinse curie aanwezig waren, afgesloten met het zesde couplet van het Wilhelmus.

Het Vaticaan heeft de Kerk der Friezen in 1992 in bruikleen afgestaan aan Nederlandse katholieken. De eerste kerk van de schola werd in achtste eeuw gebouwd, maar heel de schola werd in de elfde eeuw verwoest bij gevechten tussen de legers van keizer en paus. De huidige kerk, op een steenworp afstand van de kolonnade rondom het Sint-Pietersplein, is in 1141 ingewijd. Vier eeuwen later kwam hij in handen van het Vaticaan en verloor het gebouw zijn relatie met Nederland. De kerk werd vergeten en raakte in verval, totdat Muskens een succesvolle campagne begon om de kerk weer 'Nederlands' te maken en fondsen te werven voor de restauratie.