'Karadzic en Mladic trekken zich na vredesakkoord terug'

BELGRADO/DAYTON, 13 NOV. De belangrijkste leiders van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic en Ratko Mladic, zullen aftreden zodra er een Bosnisch vredesakkoord is getekend. In ruil voor hun aftreden zullen ze niet worden berecht door het Haagse Joegoslavië-tribunaal.

Dat compromis is volgens Joegoslavische media bereikt op het Bosnië-overleg in Dayton in de Amerikaanse staat Ohio. Karadzic en Mladic zijn door het VN-tribunaal in Den Haag in staat van beschuldiging gesteld op verdenking van oorlogsmisdaden. De leiders in Sarajevo hebben bovendien laten weten geen vredesakkoord te zullen ondertekenen zolang Karadzic, 'president' van de eenzijdig uitgeroepen 'Servische Republiek' in Bosnië, en Mladic, opperbevelhebber van het leger van de Bosnische Serviërs, in functie blijven. De Amerikaanse regering heeft gezegd geen troepen voor de internationale vredesmacht naar Bosnië te sturen zolang de twee in functie blijven.

Het Joegoslavische blad NIN meldde gisteren dat de Servische president Milosevic, die op het vredesoverleg in Dayton mede namens de Bosnische Serviërs onderhandelt, heeft ingestemd met een compromis. Dat voorziet in het aftreden van Karadzic en Mladic na de ondertekening van een vredesakkoord. In ruil zou de internationale gemeenschap de eis, dat de twee in Den Haag worden berecht, laten vallen.

Of de Bosnische regering met het gemelde compromis instemt, is niet bekend. Volgens NIN en andere media in Belgrado hebben Karadzic en Mladic inmiddels wel met deze regeling ingestemd. Het blad Vreme schreef dat Karadzic en Mladic hebben beloofd niet te zullen deelnemen aan verkiezingen die na het vredesakkoord worden gehouden. Mirko Pejanovic, een Serviër die lid is van het collectieve presidentschap van Bosnië, zei dat Karadzic en Mladic “geschiedenis zijn”.

Het Haagse Tribunaal heeft vandaag zes leiders van de Kroatische gemeenschap in Bosnië in staat van beschuldiging gesteld wegens oorlogsmisdaden. Onder hen zijn Dario Kordic, de vice-president van de 'republiek' van de Bosnische Kroaten, en Tihofil Blaskic, stafchef van hun leger. Ze worden verdacht van oorlogsmisdaden tegen de moslims in de Lasva-vallei, tussen mei 1992 en mei 1993, waarbij de hele moslim-bevolking werd verdreven of uitgemoord.

In het vredesoverleg in Dayton wordt langzaam maar gestaag voortgang geboekt, zo hebben anonieme diplomaten dit weekeinde gezegd. De partijen zouden het inmiddels eens zijn over een troepenscheiding, de terugkeer van vluchtelingen, verkiezingen voor een centraal parlement en de verbreding van de corridor van Brcko (die Servië met de Servische gebieden in Noord-Bosnië verbindt) van twee tot twintig kilometer, in ruil waarvoor de Bosnische federatie een corridor van Sarajevo naar de moslim-enclave Gorazde krijgt.

Het belangrijkste nog openstaande probleem is volgens de diplomaten Sarajevo. De Bosnische Serviërs willen het éénderde deel van de stad dat ze controleren niet opgeven en de federatie eist dat Sarajevo een en ondeelbaar wordt. Ook zou men het nog niet eens zijn over de bevoegdheden van de centrale regering van het toekomstige Bosnië, vooral wat de controle van 's lands financiën betreft. (Reuter, AFP, AP)