Joe Maneri vindt een geheel nieuwe stijl uit

Concert: Joe Maneri (rieten), Mat Maneri (viool) en Joe Morris (gitaar). Gehoord: 12/11 BIMhuis, Amsterdam.

Hij ziet er uit als een stripfiguur. Hij is niet veel langer dan 1.60 meter, maar dat wordt goed gemaakt door zijn buik, die al bij de borst begint te bollen. De mollige, Oliver Hardy-achtige handen en het ontspannen vollemaansgezicht met hagelwit baardje versterken de indruk dat rietblazer Joe Maneri een gezellig mens is.

Naarmate het concert in het BIMhuis voortschrijdt wordt dat idee alleen maar sterker. Uit zijn keel komen kreten van bijval, met zijn handen roffelt hij op zijn knieën of tekent hij krullen in de lucht, zijn voeten maken aanstekelijke vreugdedansjes. Er is weinig twijfel dat Maneri(68), die onlangs zijn eerst cd opnam en nu zijn Nederlandse maakte, het uitstekend naar zijn zin heeft.

Er is een dramatisch contrast tussen zijn gedrag - 'formality is for those who are formal' merkt hij op - en dat van de twee andere musici, gitarist Joe Morris en zijn zoon Mat op viool. Zij spelen consequent met gebogen hoofd, wellicht om behalve hun snaren ook hun ziel te peilen. Papa Maneri wil tijdens het spelen nog wel eens wil gaan staan, maar zij bewegen, stijf zittend op hun stoelen, alleen hun vingers.

Strikt ergonomisch bezien is dat ook het enige wat nodig is, want de Maneri-muziek heeft weinig motoriek. Wie op drive, beat, swing en dat soort termen geilt, komt niet aan zijn gerief, daar zijn de impulsen veel te subtiel voor. Wie erotisch bevlogen kan raken door een zuchtje wind op een snikhete dag of een rimpeling in een overigens strak wateroppervlak is bij Maneri wel aan het juiste adres. Want de kleine beweging, daar gaat het hem om, hij was niet voor niets docent in het specialisme microtonaliteit.

Met de mainstream van de jazz heeft zijn muziek, ondanks het sterke improvisatie-element, weinig te maken. De enige naam uit de jazz die Maneri's trio bewust of onbewust wel in de herinnering roept is die van pianist Lennie Tristano, die eind jaren veertig in stukken als Intuition en Digression experimenteerde met vrije collectieve improvisatie. Bijna een halve eeuw geleden dus, wellicht de reden dat het langste en meest uitgewerkte stuk gisteren What's New? was, de bekende ballad van Haggart en Burke.

De uitgelatenheid van Joe Maneri was niet alleen een uiting van prettig gestoorde bejaardheid. Zijn zoon Mat en gitarist Joe Morris hebben zich zijn lessen zodanig eigen gemaakt en spelen bij vlagen zo briljant dat hun strenge en integere excercities met enig geluk zouden kunnen uitgroeien tot een nieuwe stijl. Na bebop, hardrock, heavy metal en hiphop eindelijk weer eens iets dat geen oordopjes vergt. Zullen we het, al klinkt deze muziek absoluut niet Amerikaans, voorlopig maar omschrijven als 'cool breeze'?