Invitatie aan Iran leidt tot opstand in de Bondsdag

BONN, 13 NOV. Na een pijnlijke nederlaag in de Bondsdag heeft de Duitse regeringscoalitie moeten besluiten om een voor deze week geplande meerdaagse internationale conferentie met islamitische staten voor onbepaalde tijd op te schorten.

Steen des aanstoots voor meerderheid van de Bondsdag was vrijdagavond dat minister van buitenlandse zaken Kinkel (FDP) niet wilde afzien van het uitnodigen van de Iraanse minister van buitenlandse zaken, Ali Akbar Velayati. Weliswaar had de Duitse regering geprotesteerd tegen Iraanse verklaringen waarin de moordaanslag op de Israelische premier Yitzak Rabin werd toegejuicht als “wraak van God”, maar dat ging de meerderheid van de Bondsdag niet ver genoeg. Zij had daarom vrijdag met 268 tegen 225 stemmen een motie van de SPD en de Groenen/Bündnis '90 aangenomen waarin werd gevraagd om de uitnodiging aan Velayati in te trekken.

Kinkel, die de conferentie 'Europa en de Islamitische Wereld' had georganiseerd, raakte onder zware kritiek van de oppositionele SPD en de Groenen, die zijn aftreden eisten. Maar na spoedoverleg met kanselier Helmut Kohl, FDP-voorzitter Wolfgang Gehrhardt, CSU-voorzitter Theo Waigel en de fractieleiders van CDU/CSU en FDP, Wolfgang Schäuble en Otto Solms, heeft Kinkel meegedeeld dat hij aanblijft. Hij gaf wel toe dat de conferentie bij nader inzien “op een ongelukkig tijdstip” was gepland. Volgense Duitse kranten waren Kohl en Kinkel razend omdat een deel van de regeringsfracties in deze kwestie naar de oppositie was overgelopen. Kinkel had in het interne spoedoverleg heftige kritiek op Solms en Schäuple geuit en gezegd dat hij zich door zijn eigen coalitie “verraden” voelde. Daarop waren direct speculaties over zijn mogelijke aftreden gevolgd.

Kinkel had geweigerd de invitatie aan Velayati in te trekken omdat zoiets volgens hem meteen ook het einde van de conferentie zou hebben betekend. Bovendien, zei hij, moet de dialoog met de Middenoosterse wereld, en juist ook met een land als Iran, gaande blijven in het belang van de mensenrechten. Voor de meerdaagse conferentie had hij naast 300 experts onder anderen de ministers van buitenlandse zaken van Bosnië-Herzegovina, Turkije en Tunesië. Als voornaamste thema's waren de mensenrechtenpolitiek, handel tussen islamitische landen en het Westen en het bereiken van vrede in Bosnië gedacht.

Voor de oppositionele motie stemden omstreeks vijftig leden van het CDU en de FDP gestemd, onder wie oud-FDP-voorzitter Otto graaf Lambsdorff, als ook de CDU'ers Rita Süssmuth, voorzitter van de Bondsdag, en Heiner Geissler, een van de vice-voorzitters van de grootste regeringsfractie. Voor Kohl en Kinkel cs was dat de eerste keer sinds de Bondsdag-verkiezingen van oktober 1994 dat zij door toedoen van partijgenoten een parlementaire nederlaag leden. Dat gebeurde nadat de CDU'er Rudolf Seiters nog op het allerlaatste nippertje samen met Kinkel vergeefs had geprobeerd om met een eigen motie de coalitie bijeen te houden. In die motie werd kritiek op Iran geuit maar niet gevraagd om Velayati van de conferentie te weren.

Tot overmaat van ramp moesten de Bondsdag-leden hun keuze tussen de beide moties uiteindelijk bepalen door via verschillende deuren de vergaderzaal te betreden. Bij de deur waardoor voorstanders van de oppositionele motie binnenkwamen, ontstonden daarbij zichtbaar zeer ongewone tonelen. Schäuple en Kinkel inspecteerden daar persoonlijk wie uit de regeringsfracties met de oppositie meestemde. De leider van de CSU-parlementariërs, Glos, probeerde zelfs even om mevrouw Süssmuth (“Laat u mij erdoor!”) aan haar arm van die deur weg te trekken.

Iran heeft intussen kalmpjes op de stemming in de Bondsdag en Kinkels opschortingsbesluit gereageerd. Teheran noemt de uitspraak van de Bondsdag “een emotionele daad” en wijst erop dat bijna de helft van de Bondsdag-leden èn de Duitse regering kennelijk anders denken.