Ik eerst, dan jij

Vlak na het opstijgen nemen de stewardessen steevast de noodprocedures door. Als bijvoorbeeld de luchtdruk wegvalt, moeten ouders eerst zelf hun zuurstofmasker opzetten en daarna dat van hun kinderen. Dat heeft meer effect dan de omgekeerde, instinctieve, werkwijze, zo leert de praktijk. Want, zegt een Amerikaans boek over geld, een egoïstische, sterke ouder kan zijn kind beter helpen dan een die machteloos naar adem hapt. “Ik eerst lieve schat, dan jij.”

Handel net zo als het gaat om een studiepotje voor later, zegt hetzelfde boek tegen ouders: “Zorg eerst dat je eigen zaken op orde zijn en laat je niet opjutten door andere ouders die hun valk graag op de meest prestigieuze universiteit van het land zien schitteren.”

Wie weleens zo'n Amerikaanse jeugdserie op de televisie ziet, kent de prioriteiten van jongens rond de zestien: een meestal blonde vriendin en een opleiding tot topjurist. Wanneer hij van huis moet om die te gaan volgen, begint het gedonder. Zijn vriendin blijft thuis en valt voor een engerd die iedere dag via Internet als een moderne Marco Polo de wereld afreist. Daar vallen meiden op. Zo holt die frisse knaap met juridische aspiraties achter de trends aan en kiest instinctief voor zijn vriendin, hij blijft thuis. Enfin: ouders in de put, jaren kromgelegen om die studie te betalen, en nu werkt hij bij een benzinestation om een king size computer te kopen, “zeker om indruk te maken op die meid”.

Vandaar het advies aan ouders: jullie eerst, dan de kinderen. Wanneer je de eigen zaken in orde hebt en er schiet iets over voor een toekomstig doel, voor over 10, 12 of 15 jaar, dan komt de studie aan orde. Misschien. Je weet immers nooit of je kind gaat studeren, hoeveel geld er nodig is en of ze niet wat kunnen bijverdienen. Die drie onzekerheden bepalen de aard van de belegging, de manier van sparen.

Het genoemde boek raadt aan fiscaal vriendelijk te sparen. Liefst met een pensioenpotje in eigen beheer waarvan de inleg aftrekbaar is van het belastbaar inkomen; een regeling die wij in ons land niet kennen, hoewel de spaarloonregelingen voor werknemers er enigszins op lijken.

Desondanks kan iedere belastingplichtige ouder (en niet-ouder) zoiets opzetten met een lijfrentekapitaalverzekering tegen betaling van een jaarpremie of eenmalige premie, beter bekend onder de roepnaam koopsompolis. Wat houdt dit in?

De premie is aftrekbaar en de begunstigde krijgt het kapitaal niet in handen. Dat moet worden gebruikt om een tijdelijke of levenslange periodieke lijfrente (uitkering per jaar, kwartaal of maand) mee te kopen bij een verzekeraar. Deze uitkering is belast volgens de omkeerregel: nu aftrekbaar, straks belast.

Een ouder kan per studiehoofd een polis afsluiten met een duur van 12 jaar of langer, afhankelijk van de leeftijd van het kind. Met het kapitaal koopt vader of moeder straks een lijfrente van 5, 6 of 7 jaar, afhankelijk van de studieduur. Ouders ontvangen zo tijdelijk extra inkomen om bij te dragen in de kosten.

Er speelt nog iets. Niemand weet hoeveel er straks nodig zal zijn. Daar komt bij dat het geen uitkering is waar een leven van afhangt, zoals een pensioen waar iemand tot zijn dood op moet teren. Kortom, de verzekerde mag beleggingsrisico lopen.

Verzekeraars bieden voor dat doel lijfrentepolissen waarvan de premie of koopsom wordt belegd in (aandelen)beleggingsfondsen. Voor leken zijn dat moeilijk te begrijpen verzekeringen. Daarom doen verzekeraars hun best de voor- en nadelen daarvan uit te leggen. Direct writers als Ohra, Centraal Beheer en Robein Leven, die werken zonder bemiddelaars, doen dat onder meer met advertenties.

In de advertentie van Centraal Beheer, van vorige week zaterdag, kan iedereen lezen hoe hun lijfrentebeleggingspolis, waarvan de waarde afhangt van de ups en downs van de Amsterdamse beursindex, in elkaar steekt. (Deze verwijzing houdt geen waarde-oordeel in.)

Een echtpaar dat die koopsompolis aanschaft voor 11.268 gulden (maximale lijfrente-basisaftrek in 1995) krijgt 5.634 gulden van de belasting terug, indien het valt in het 50 procent tarief. Als de index in 12 jaar, gerekend vanaf 1 januari aanstaande, 240 procent stijgt, beschikt het paar in het jaar 2007 over 27.043 gulden (op een investering van 5.634 gulden) om een studierente van te kopen. Door een jaar later weer een koopsom te storten, kan het lijfrentekapitaal verdubbelen. Na 12 jaar hoeft men het kapitaal nog niet verplicht om te zetten in een rente.

Kiest een zoon of dochter niet voor studeren, dan kunnen vader en moeder een jaar of vijf langer of verder op vakantie, om hun leed te verzachten.

Wij wel, jullie niet.