Gabbers in hun 'trillende' oerdans

Lola da musica, Ned.3, 19.30u.

Het sociaal-culturele fenomeen 'gabbers' is een van bizarste nevenverschijnselen die de house-stroming tot nog toe heeft opgeleverd. Gabbers (de naam komt van het woord voor 'kameraad': m'n gabber) zijn liefhebbers van gabber-muziek ('gabba' op zijn Engels), de in Nederland ontwikkelde house-stijl waarbij het ritme van een song ongenadig doortimmert, vocalen ontbreken en een synthesizer een primitief melodietje dreunt.

De stroming is voornamelijk tot ontwikkeling gekomen in Rotterdam waar in 1992 een van de eerste 'gabber'-platen gemaakt werd, Alles Naar De Klote van de Euromasters. Ook de aanhang is grotendeels Rotterdams. Gabbers hebben een herkenbaar image; mannelijke gabbers zijn veelal kaalgeschoren en dragen een trainingspak -lila, zwart of met abstract gekleurde motieven - over het blote bovenlichaam. Meisjes-gabbers, ook wel 'gabberina's' genoemd, binden hun haar in een paardestaart en dragen hetzelfde soort trainingspak.

Meisjes en jongens komen samen in discotheek Parkzicht of bij feesten in sporthallen. Daar dansen dan vier tot zesduizend gabbers en gabberina's met trillend hoofd en gebalde vuisten hun oerdans. Er wordt nauwelijks alcohol gedronken maar des te meer geslikt en gesnoven - xtc, speed, cocaïne, etc.

Dit leren we zoal uit de uitzending 'Gabber' van regisseur Ari Versluis, vanavond te zien in het VPRO muziekprogramma Lola da musica. 'Gabber' opent met een stoet gabbers die vertellen wat voor hun de essentie is van het bestaan. “Gabbers gaan niet uit om gezien te worden zoals die andere house-types, wij gaan uit maar kunnen lekker in een hoekje staan en uit ons bol gaan op de mzuiek”, meldt èèn. De opnamen zijn waarschijnlijk gedaan tijdens een wild feest: “weet je wel hoe gezellig het binnen is”', zegt een jongen die ons bloedserieus aankijkt met èen dichtgeslagen oog. Anderen kunnen tijdens het praten hun hoofd niet meer stilhouden, en vertellen schuddend hoe leuk gabber-zijn is, “iedereen zit op hetzelfde level, dankzij de drugs enzo.”

Versluis heeft de interviews met gabbers, gabber-muzikanten (Paul Elstak) en gabber-dj's afgewisseld met beelden van feesten en gestileerde opnamen van solistisch dansende gabbers, tegen een witte achtergrond. Vooral deze geïsoleerde scenes frapperen, sommige gabbers hebben van deze recht-op-en-neer bewegingen toch iets geraffineerds weten te maken.

Maar helaas is de 'documentaire' te kort om een goed beeld te geven van de beweging. Allerlei vragen blijven onbeantwoord, zoals “waarom zijn er altijd meer jongens dan meisjes”, “wat doen deze jongeren in het dagelijks leven” of “vanwaar die kale hoofden”. 'Gabber' wekt een nieuwsgierigheid die niet wordt bevredigd.