De Dame Blanche van De Bondt: bonkend als beweeglijke baksteen

Concert: Radio Kamerorkest o.l.v. Ed Spanjaard. M.m.v. Walter van Hauwe (blokfluit). Werken van Cornelis de Bondt, Henri Dutilleux, Claude Debussy. Gehoord: 11/11 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending 17/11 Radio 4.

Zeven leden van de blokfluitfamilie waarvan de klanken gevangen worden in elektronica, een steeksleutel van forse proporties (nummer 60 om prec ies te zijn), een uitgebreid symfonieorkest, een forse batterij slagwerk, piano, harp, basgitaar, schalmeien. De orkestbezetting van Dame Blanche, Cornelis de Bondts nieuwste compositie die zaterdag in de Matinee haar première beleefde, is een smeltkroes van stijlen en conventies, van traditie en vernieuwing. Met ogenschijnlijk gemak en souplesse realiseert De Bondt met dit apparaat echter een doorwrochte orkestrale eenheid, die in ruim dertig minuten naar een orgiastische climax toeglijdt, culminerend in de snerpende knallen van een gekanteld soort schoepenrad.

De Bondts Dame Blanche is geen bekoorlijke dame, maar veeleer een uit marmer gebeitelde sculptuur; geen mierzoet toetje, maar een ontbijt dat als een baksteen in je maag bonkt. Het is een compositie die niet verleidt door schoonheid. Zij imponeert door de massaregie en door de vormloosheid van de vorm. De combinatie met Debussy's Prélude à l'après-midi d'un faune en Dutilleux' Mystère de l'instant was vooral daarom een vondst.

Er zijn in Dame Blanche weliswaar cesuren aan te brengen in de zin van prelude-citaat-verstilling-eruptie-coda of in de trant van, in de barok-traditie gewortelde, Airs en Doubles, zoals De Bondt ze zelf noemt. Maar de voortdurend krioelende beweeglijkheid, de alsmaar voortstuwende kracht van deze muziek wordt daarmee tekort gedaan.

Dame Blanche bestaat uit verschillende, over elkaar heen bewegende lagen, ingeklemd en bijeengehouden door de luide accenten van slagwerk, piano, harp en bas. Het is een stratificatie waarbij strijkers en blazers beurtelings elkaars antipoden vormen - snel tegenover langzaam, beweeglijkheid versus statica. Hierboven vormen de blokfluiten een supplementaire laag. Soms versmelt de fluit met het orkest tot Messiaense klankstapelingen, dan weer sidderen de motivische riedels boven het orkest uit of vormen de elektronisch verlengde blokfluittonen horizontale strepen die fungeren als tonale ankerkabels.

Over de efficiëntie van de orkestratie in Dame Blanche is moeilijk te oordelen omdat het er enige schijn van had dat de klankregie tijdens de première door het Radio Kamerorkest onder leiding van Ed Spanjaard met Walter van Hauwe als bespeler van het blokfluit-instrumentarium aanvankelijk niet optimaal was. De eerste tien minuten was de inbreng van Van Hauwe slecht te horen.

Het citeren van uitgebeende passages van de hand van illustere voorgangers - een wezenstrek in de muziek van De Bondt - blijft in Dame Blanche beperkt tot snippers van een lied van Fauré (La Lune Blanche) en een oud rondeau van een anonymus. Door deze tonale elementen te vervlechten met zijn eigen vrij-atonale idioom weet De Bondt geraffineerd een wrijvende spanning te creëren. Alsof Dame Blanche een zandgebakje is met echte stukjes ijs en chocolade dat lekker tussen je tanden knarst.