Architecten zoeken oplossing voor dicht-op-elkaar

De komende tien jaar moeten 800.000 woningen worden gebouwd, en daarna nog eens 500.000, met name in het toch al volle westen van het land. De aantallen en de vereiste hoge dichtheden hebben architecten aangezet tot het ontwerpen van geheel nieuwe woningtypen.

Politici, beleidsmakers en projectontwikkelaars beseffen steeds meer dat de schaarser wordende bouwgrond een andere bebouwing vergt dan Nederland gewend is. Architecten zijn zich hier al langer van bewust. Het ontwerpen van grote aantallen woningen per hectare, het zogenaamde bouwen in hoge dichtheden, is iets dat veel architecten de laatste jaren bezighoudt. Meer dan ooit zoeken ze naar nieuwe woningtypen die afwijken van de twee traditionele Nederlandse huizentypen die de twintigste eeuw heeft opgeleverd: het rijtjeshuis en de portiek- of galerijwoning.

Het Rotterdamse bureau MVDVR (Winy Maas, Jacob Rijs en Nathalie de Vries), noemt 'dichtheid' zelfs een van de hoofdthema's van hun werk. Radicaal is hun studieontwerp voor 140 woningen in de Haagse wijk Molensloot waar al een paar scholen van Cornelis van Eesteren staan. MVDVR stelde voor om vrijwel het gehele terrein te bebouwen met een tapijt van lange, smalle woningen van één verdieping hoog. Alle huizen krijgen een deur aan de straat; tuinen en binnenhoven ontbreken. Ramen hebben de huizen niet, wel een glazen dak, en de bestaande beplanting van het terrein wordt in de 'heggenwoningen' opgenomen als kamerscheiding. Elke woning krijgt een verhoogd terras, zodat de bewoners kunnen uitkijken over de 'barbecue-vlakte' aan buren, zoals de ontwerpers het zelf noemen.

Waarschijnlijk was het plan van MVDVR voor Molensloot té radicaal, want het ontwerp is niet verder gekomen dan het studiestadium. Wel uitgevoerd worden honderd woningen in een door MVDVR ontworpen woon-zorg-complex, de zogeheten wozoco's voor 55-plussers in Amsterdam- Osdorp. Het complex wordt neergezet tussen de bestaande bebouwing, waarvan de stedebouwkundige opzet werd ontworpen door alweer Cornelis van Eesteren. “Besloten we bij Molensloot het beschikbare terrein helemaal vol te zetten met woningen, bij de honderd wozoco's wilden we juist zoveel mogelijk van de publieke ruimte behouden”, vertelt Winy Maas. “Sterke punten van Van Eesterens ontwerp voor de westelijke tuinsteden zijn juist de openheid en de groene ruimtes. Maar binnen het gegeven blok bleken slechts 87 van de honderd woningen realiseerbaar. De overige 13 geëiste woningen hingen we aan de 87 andere woningen.” Het resultaat is een doos met allerlei hoekige uitstulpingen, die volgens het bureau kunnen dienen als 'een prototype voor de verdichting van dergelijke gebieden'.

Helemaal nieuw is de aandacht voor bouwen in hoge dichtheden niet. De Amsterdamse architect Rudy Uytenhaak is er al sinds het einde van zijn studie aan de Technische Universiteit in Eindhoven mee bezig. “Mijn belangstelling voor verdichting komt voort uit de stadsvernieuwing”, vertelt Uytenhaak. “Veel van de oude buurten in Amsterdam kenden door de stadsvernieuwing een teruggang in dichtheid, soms van wel 200 woningen per hectare naar 80. Daardoor ontstond een overloop naar gemeenten als Purmerend en het vertrek van de meestal initiatiefrijkere bewoners betekende een verschraling van de stad. Ik vroeg me af hoe je met de bestaande bouwnormen en -voorschriften toch tot een hoge dichtheid zou kunnen komen.”

“Er wordt in Nederland nog heel primitief gedacht over dichtheid. Als je het bijvoorbeeld hebt over een dichtheid van honderd woningen per hectare, denkt iedereen aan hoogbouw. Als je dan vertelt dat de Amsterdamse Concertgebouwbuurt een dichtheid heeft van honderd grote woningen per hectare, blijkt men zich dat nooit te hebben gerealiseerd”, zegt Uytenhaak. “Sinds de woningwet van 1901 heeft Nederland lange tijd behoord tot de voorhoede van de woning- en stedebouw. Maar sinds de jaren zestig heeft zich op dit gebied de wet van de remmende voorsprong doen gelden. Er wordt sterk gedacht in standaardoplossingen waarvan men op voorhand weet dat ze zonder risico's gerealiseerd kunnen worden. Polderstedebouw in plaats van het begeleiden van verstedelijking. Gebrek aan verbeelding dicteert de stedebouw. Stedebouw in Nederland bestaat voor een groot deel uit het reproduceren van bekende typen, terwijl een netto-dichtheid van honderd woningen per hectare op tientallen verschillende manieren kan worden bereikt.”

Ook Uytenhaak stelt vast dat veel meer architecten dan twintig jaar geleden bezig zijn met het bouwen in hoge dichtheid. Hij zelf kreeg in de Amsterdamse wijk Geuzenveld voor het eerst de kans om 72 laagbouwwoningen in hoge dichtheid te bouwen. Het werden patiowoningen, waarbij telkens vier woningen om een gemeenschappelijk binnenhof werden gegroepeerd. De straten zijn zeker voor voorstedelijke begrippen zeer smal, wat mogelijk werd doordat elke woning een inpandige 'carport' kreeg.

Elders in Amsterdam, in de nieuwe wijk Nieuw-Sloten, bouwde Uytenhaak 399 woningen in een dichtheid van 65 per hectare. Hier lag de bijzonderheid niet in nieuwe woningtypes, maar in de combinatie van de tuinstad en een relatief hoge dichtheid.

“In Nieuw-Sloten is de limiet van wat mogelijk is met het traditionele rijtjeshuis wel bereikt”, zeggen de Felix Claus en Kees Kaan, twee architecten die hun loopbaan begonnen bij Uytenhaak. “De huizen kunnen niet nóg dichter op elkaar worden gezet dan daar. De voortuinen zijn in Sloten al verdwenen en de achtertuinen zijn tot het absolute minimum beperkt. Ook het traditionele rijtjeshuis is er tot het uiterste gereduceerd, verdere inkrimping zou tot pervertering van het woningtype leiden. Maar het eindresultaat van Nieuw-Sloten is vlees noch vis: het is er niet stedelijk, maar het is ook niet suburbaan.” Claus en Kaan betreuren het onbestemde karakter van Nieuw-Sloten, maar zien een duidelijke oorzaak. “Hoe er wordt gebouwd, wordt hoofdzakelijk aan de markt overgelaten”, stellen zij vast. “En het ideaal van de meeste mensen is nog steeds een huis met een tuin.” Daarnaast noemen zij de talloze regels van onder meer het Bouwbesluit die in Nederland bestaan voor het bouwen, als hinderpaal voor het ontstaan van nieuwe woningtypen. “Op zichzelf is elk van die regels niet onredelijk, maar tezamen zorgen ze voor wel heel grote beperkingen. Bovendien is het Bouwbesluit gericht op het doorsnee gezin, terwijl grote delen van Nederland al lang niet meer in gezinsverband wonen. Zo hebben we voor een gat in het oude Amsterdam mini-woningen ontworpen, heel compact, met een oppervlakte van niet meer dan 36 vierkante meter. Makelaars watertanden bij het zien van de ontwerpen, maar het is nog maar de vraag of ze ook gebouwd gaan worden. De miniwoningen hebben een breedte van 2.76 meter in plaats van de voorgeschreven 3.30 meter .”

Claus en Kaan zijn ook betrokken bij het misschien wel interessantste experiment in het bouwen in hoge dichtheid: het eiland Borneo Sporenburg in Amsterdam. Ze behoren tot het gezelschap architecten dat de woningen ontwerpt op dit lange, smalle eiland in het Oostelijk Havengebied, waarvoor landschapsarchitect Adriaan Geuze het stedebouwkundig ontwerp maakte. De Amsterdamse stedebouwkundige dienst eiste op dit eiland de ongebruikelijke combinatie van laagbouw met een dichtheid van honderd woningen per hectare. Geuze plaatste stroken laagbouw strikt naast elkaar, haaks op de lengterichting van het eiland.

Ook hier worden auto's inpandig geparkeerd, zodat de straten, net als bij de woningen van Uytenhaak in Geuzenveld, smal kunnen blijven. Het gebrek aan openbare ruimte moet worden gecompenseerd door de woningen en de oplossing werd gevonden in merkwaardig langwerpige patiowoningen. Elke woning op Borneo Sporenberg ligt aan een binnenhof, die zorgt voor de voorgeschreven lichttoetreding.

Investeerders hadden twijfels over het bestaan van een markt voor zulke onorthodoxe huizen. Het was dan ook lange tijd niet zeker of Geuze's ontwerp voor Borneo Sporenburg zou worden uitgevoerd. Uiteindelijk is gekozen voor een gefaseerde uitvoering van het plan, waarvan de eerste delen de markt moesten testen. Twee weken geleden vond de eerste inschrijving plaats; het werd een succes. Het begint er dan ook op te lijken dat het zoeken naar nieuwe woningtypes al zijn eerste alternatief voor het rijtjeshuis en de etagewoning heeft opgeleverd: de patiowoning is in ieder geval onweerstaanbaar in opmars in Nederland.