Akkoord O-Slavonië: grootste doorbraak oorlog

Twee keer hebben de Kroatische Serviërs dit jaar in hun in 1991 eenzijdig uitgeroepen 'Servische Republiek Krajina' (RSK) militair klop gekregen van de Kroaten. Gisteren hebben ze in feite hun zaak opgegeven: in Erdut ondertekenden ze een vredesregeling die voorziet in het herstel, op termijn, van de Kroatische soevereiniteit op het laatste stukje land dat de Kroatische Serviërs nog in handen hebben, Oost-Slavonië.

Het akkoord voorziet in een overgangsperiode van een jaar, waarin het gebied wordt bestuurd door de VN. Na een jaar is er de mogelijkheid die overgangsperiode op verzoek van een van de partijen (lees: de Kroatische Serviërs) met nog een jaar te verlengen. Na dat tweede jaar krijgt Kroatië het gebied weer in handen, zij het met garanties voor de rechten van de Serviërs: exit de RSK.

Het akkoord komt na vier jaar oorlog, verwoesting, massamoorden en 'etnische zuiveringen' op enorme schaal neer op een vreedzame regeling van het eerste van de vele conflicten in ex-Joegoslavië. Geen wonder dat de Amerikaanse bemiddelaar, ambassadeur Galbraith, het gisteren “historisch' noemde en dat VN-bemiddelaar Stoltenberg sprak van “het begin van het eind van de oorlog in ex-Joegoslavië”. Het akkoord betekent bovendien de belangrijkste doorbraak van het Bosnië-vredesoverleg in Dayton (Ohio) tot dusverre.

De RSK werd in 1991, nog voor de uitroeping van de Kroatische onafhankelijkheid, uitgeroepen door de 600.000 zielen tellende Servische minderheid in Kroatië, die, afgeschrikt door het nationalisme van president Franjo Tudjman en diens onwil om de minderheid regionale autonomie toe te staan, weigerden onder Kroatisch gezag te leven. Na de desastreuze oorlog in Kroatië in de tweede helft van 1991 hadden de Kroatische Serviërs, bijgestaan door het Joegoslavische Volksleger, met hun RSK een kwart van het Kroatische grondgebied in handen. Op 3 januari 1992 maakte een bestand een eind aan de strijd. In de RSK kwamen VN-soldaten te liggen. Maar de overige bepalingen van het bestand - die onder meer voorzagen in een terugkeer van de 250.000 uit het gebied verdreven Kroatische vluchtelingen - werden nooit uitgevoerd: de vrede van 3 januari 1992 had de oorlog ingevroren. Diverse militaire offensieven van de Kroaten tegen de RSK brachten daar de navolgende jaren weinig verandering in. Ook vredesoverleg leidde niet tot een doorbreking van de impasse. Het enige resultaat van jarenlange besprekingen was een jaar geleden een mager economisch samenwerkingsakkoord.

In mei van dit jaar veroverden de Kroaten in een tweedaagse bliksemoffensief West-Slavonië, een van de drie gebiedsdelen waaruit de RSK bestaat. Bij die geledenheid bleek hoe zwak de Kroatische Serviërs militair waren. Begin augustus volgde een tweede bliklsemoffensief, waarbij de Kroaten - op Oost-Slavonië na - de rest van de RSK simpelweg oprolden. De militaire kosten van de operatie waren gering: 526 Serviërs, onder wie 116 burgers, en 211 Kroatische militairen en politiemannen werden gedood; 42 Kroatische burgers kwamen bij Servische aanvallen op Kroatische steden om. Na de verovering ontspon zich een humanitair drama: 160.000 Kroatische Serviërs, vrijwel de hele bevolking van de RSK, sloegen op de vlucht of werden verdreven naar Noord-Bosnië en Joegoslavië.

Na de twee campagnes 'Bliksem' en 'Storm' was de RSK gereduceerd tot Oost-Slavonië, een 2.500 vierkante kilometer groot gebiedje langs de Donau aan de grens met Joegoslavië (Servië), met als belangrijkste centrum het eind 1991 volledig verwoeste stadje Vukovar. Het gebied is klein, maar zowel politiek-symbolisch als economisch van groot belang: politiek-symbolisch omdat, zolang het nog in Servische handen was, president Tudjmans belofte om de soevereiniteit over heel Kroatië in handen te krijgen, niet zou zijn ingelost, en economisch omdat het de scheepvaart op de Donau (van en naar Servië) controleert, zeer vruchtbaar is en rijke oliebronnen bezit.

bpGeen wonder dat Kroatië de druk op de ketel heeft gehouden. Een militaire actie tegen Oost-Slavonië leverde echter grote risico's op: het aangrenzende Servië zou zo'n actie aan zijn grens (en de voor de toevoer van goederen belangrijke Donau) wellicht niet accepteren, zodat een actie tegen Oost-Slavonië tot een volledige oorlog tegen het sterke Joegoslavische leger kon leiden. Zo'n nieuw conflict zou het eind betekenen van het hele Joegoslavische vredesproces, reden waarom de Amerikanen en de Europeanen de afgelopen maanden zware druk op Tudjman hebben uitgeoefend.

Tegelijkertijd heeft de internationale gemeenschap zware druk uitgeoefend op de Servische leider Milosevic, met de bedoeling de Kroatische Serviërs in hun laatste bolwerk tot inschikkelijkheid te bewegen. Op 3 oktober gingen ze overstag: ze stemden in met een uiteindelijk herstel van de Kroatische soevereiniteit over Oost-Slavonië, zij het na een interimperiode waarin het gebied door de VN wordt bestuurd. Er zou een gezamenlijke politie worden gevormd, de post- en telefoondienst zou worden hersteld en banken zouden weer aan het werk gaan, het gebied zou worden gedemilitariseerd, vluchtelingen zouden mogen terugkeren en iedereen zou zijn vroegere bezittingen terugkrijgen. Het etnische evenwicht van voor 1991 zou in het gebied moeten worden hersteld en de Serviërs kregen garanties voor een fatsoenlijke behandeling als minderheid.

Maar er bleven problemen. De Kroaten eisten een overgangstermijn van één jaar, waarin de VN het gebied zou besturen, NAVO- troepen de vrede moesten handhaven en Kroatische troepen langs de grens met Joegoslavië zouden moeten worden gelegerd. De Serviërs echter eisten een overgangsperiode van drie jaar, wilden van NAVO-troepen niets weten en wilden ook geen Kroatische troepen langs de oostgrens met Joegoslavië. Bovendien eisten ze na de overgangsperiode het recht in een referendum uit te maken of ze bij Kroatië wilden behoren - een referendum waarvan de Kroaten niets wilden weten. Tenslotte eisten de Serviërs culturele autonomie binnen Kroatië, waarin echter de Kroatische grondwet niet voorziet.

Het akkoord van gisteren, uitgewerkt in Dayton en ondertekend in Erdut en Zagreb, betekent een grote Kroatische overwinning. De Kroatische Serviërs kunnen het herstel van de Kroatische soevereiniteit hooguit één jaar extra uitstellen en Kroatië garandeert de rechten van de Serviërs, maar Oost-Slavonië wordt hoe dan ook weer Kroatisch gebied en dat is waar het Zagreb al deze jaren om is gegaan. Van een referendum is in het akkoord geen sprake.

Veel belangrijker echter zijn de consequenties in breder verband: het akkoord - een tour de force van de internationale bemiddelaars, Richard Holbrooke voorop - zal leiden tot een normalisering van de relaties tussen Kroatië en Servië. En dat is het kernthema, het alfa en het omega van het hele conflict in ex-Joegoslavië: als die relatie niet in orde is, is vrede op de Balkan een onmogelijkheid. De normalisering van de verstandhouding tussen Zagreb en Belgrado kan dan ook de sleutel worden voor de oplossing van de Bosnische oorlog en veel van de andere problemen in het voormalige Joegoslavië. Dat, méér dan de vraag wat er in de toekomst met het luttele Oost-Slavonië gaat gebeuren, is de historische betekenis van het akkoord dat gisteren is bereikt.