Wispelturig gedrag

ALS HET OM onderzoeken gaat heeft de Tweede Kamer de smaak te pakken. De parlementaire enquête naar de opsporingsmethoden van de politie is zijn laatste fase ingegaan, maar het volgende onderzoek dient zich al weer aan. Unaniem besloot een Tweede-Kamercommissie gisteren de gang van zaken bij de Limburgse woningcorporatie (WBL) aan een nadere studie te onderwerpen. Het zwaarste wapen, dat van een enquête, wordt in de kast gelaten, de Kamer wil het vooralsnog beperken tot een onderzoek.

De Tweede Kamer doet hiermee, wat zij behoort te doen: zich op de hoogte stellen van de feiten. Los van de informatie van het ministerie van volkshuisvesting wilde de Kamer zelfstandig inlichtingen inwinnen. Het behoort tot het instrumentarium van de Tweede Kamer. Des te vreemder daarom was de afwerende houding die staatssecretaris Tommel van volkshuisvesting aanvankelijk tentoonspreidde ten aanzien van een onderzoek. Behept met de nodige parlementaire ervaring, Tommel zat vanaf 1981 tot vorig jaar bijna onafgebroken in de Tweede Kamer, en afkomstig uit D66, een partij die om helder bestuur vraagt, had hij kunnen weten dat het in dit soort zaken niet aangaat Kamerleden de les te lezen. Door bovendien de wens van een deel van de Kamer in het persoonlijke vlak te trekken - Tommel zei zich gekwetst te voelen - heeft hij de zaak slechts verergerd.

AFGELOPEN DONDERDAG was daar dan opeens de tournure. Toen deed hij de Kamer de aanbeveling wel een onderzoek te doen. Het was volgens hem de enige mogelijkheid om de veenbrand rond de Limburgse woningbouwvereniging te doven. Door zijn wispelturig gedrag heeft Tommel de schijnwerper volledig op zichzelf weten te richten. Het had moeten gaan over het functioneren van een woningbouwcorporatie. Tommel heeft er echter volkomen onnodig het functioneren van een staatssecretaris aan toegevoegd.