Werk vinden: een harde dobber

Alle initiatieven om de arbeidsdeelname van allochtonen te vergroten ten spijt, blijft de werkloosheid onder allochtonen hoog. Één op de drie Turken en Marokkanen die deel uitmaken van de beroepsbevolking is werkloos. Bij Surinamers, Antillianen en Arubanen is dat één op de vijf. Onder autochtone Nederlanders is één op de veertien mensen uit de beroepsbevolking werkloos.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is de hoge werkloosheid onder allochtonen onder andere te wijten aan het lage opleidingsniveau. Ongeveer zestig procent van de Turkse en Marokkaanse mannen heeft slechts basisonderwijs, onder vrouwen uit deze bevolkingsgroep is dat percentage zeventig. Het onderwijsniveau van de overige allochtonen is hoger, maar nog altijd lager dan dat van autochtone Nederlanders. Allochtonen zitten daardoor in de hoek waar klappen vallen: door het wegvallen van veel ongeschoold werk in de industrie is de werkloosheid onder laaggeschoolden sterk opgelopen.

Volgens Paul Abell, directeur van EGA, een onderzoeksadviesbureau op het gebied van personeelsbeleid en etnische vraagstukken, speelt de lage scholingsgraad een ondergeschikte rol. Belangrijker zijn directe en indirecte, vaak onbedoelde, discriminatie. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Utrecht blijkt dat bij gelijke geschiktheid van sollicitanten de allochtone kandidaat afvalt. K. van Beek, verbonden aan de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid, concludeerde in zijn proefschrift op basis van een enquête onder werkgevers dat deze steevast op zoek zijn naar “een jonge gezonde Hollandse vent”. Opleidingsniveau, werkervaring en taalbeheersing van een kandidaat blijken minder mee te wegen in het oordeel van werkgevers dan leeftijd, geslacht, gezondheid en afkomst. Volgens Abell kan dat voortkomen uit de onbewuste neiging van veel personeelsfunctionarissen om een sollicitant aan te nemen die op hen lijkt. “Witte mannen nemen witte mannen aan. Geen vrouwen en zeker geen allochtonen.” Daarnaast speelt mee dat veel personeel niet wordt geworven via advertenties, maar onder bekenden en familie van personeelsleden. Allochtonen maken vaak geen deel uit van zo'n, in de meeste gevallen 'wit', netwerk.