'Verkiezingen Azerbajdzjan zijn bij voorbaat oneerlijk'

Het is de afgelopen jaren niet vaak voorgekomen dat internationale waarnemers bij verkiezingen in het nieuwe Oost-Europa al vóór de eerste stem was uitgebracht tot de conclusie kwamen dat de verkiezingen oneerlijk en onvrij waren. Maar deze week gebeurde dat wel: de waarnemers van de VN en de Europese veiligheidsorganisatie OVSE concludeerden dat de morgen te houden verkiezingen voor de 125 zetels tellende Milli, het parlement van Azerbajdzjan, niet voldoen aan de internationale criteria. Bij de verkiezingen wordt de Azeri ook een nieuwe grondwet voorgelegd, een die de bevoegdheden van president Haydar Aliyev aanzienlijk uitbreidt.

De autoriteiten in Baku hebben vier van de belangrijkste oppositiepartijen van het land niet tot de verkiezingen toegelaten, waaronder de invloedrijke Musavat (die al sinds 1920 bestaat en die in 1988 werd heropgericht). De waarnemers hebben geen mogelijkheid gekregen de redenen, waarom de partijen door de centrale kiescommissie zijn gediskwalificeerd, te onderzoeken, hetgeen in strijd is met de internationale normen. De verkiezingen, aldus de waarnemers, hebben bovendien plaats in “een atmosfeer van angst en terreur” en de media zijn gemuilkorfd. De staatsmedia staan direct onder de controle van president Aliyev en de onafhankelijke media zijn onderworpen aan zowel militaire censuur (die wordt toegegeven) als politieke censuur (die wordt ontkend, hoewel liefst drie verschillende regeringsinstanties zich met het censureren van de media bezighouden). Opposanten van Aliyevs bewind klagen over intimidatie en pesterijen en het optreden van de politie tegen protestbijeenkomsten. “Men hoeft geen politicus te zijn om te zien dat de campagne niet democratisch is verlopen”, aldus een Amerikaanse waarnemer in Baku.

Aan de verkiezingen doen uiteindelijk negen partijen mee, maar van de oppositiepartijen is er maar één vertegenwoordigd: het Volksfront van Aliyevs voorganger Elçibey, die in 1993 werd gewipt. En ook die partij werd aanvankelijk geweerd en pas na zware Amerikaanse druk - inclusief dreigementen met consequenties voor de belaterale betrekkingen - toegelaten.

Zo stevent Aliyevs partij Nieuw Azerbajdzjan af op een grote zege bij de verkiezingen van morgen. Aliyev, wiens portretten en geselecteerde citaten het straatbeeld van Baku domineren alsof hij nog de alleenheerser is die hij in de jaren zeventig partijchef en lid van Leonid Brezjnevs politburo was, heeft een hele trucendoos opengetrokken om de oppositie in diskrediet en tot zwijgen te brengen. De oppositiepartijen werden geweerd met aantijgingen als de vermeende vervalsing van handtekeningen (in het geval van Musavat werd geoordeeld dat zevenduizend van de 53.000 overlegde handtekeningen vervalst waren, waardoor de partij onder de vereiste 50.000 handtekeningen bleef). Maar sommige beschuldigingen waren ernstiger. Zo werd de communistische partij ervan beschuldigd uit te zijn op het herstel van de Sovjet-Unie, hetgeen de leiders van de partij in de gevangenis kan brengen wegens aantasting van de soevereiniteit van Azerbajdzjan.

Aliyev heeft bovendien getracht de oppositie in diskrediet te brengen door een nieuwe 'couppoging' te ontdekken - een recept dat in het verleden al vaker zijn nut heeft bewezen. Steeds als het er in Azerbajdzjan om gaat spannen ontdekt de geheime dienst een 'komplot' van opposanten om de president te wippen - een goede aanleiding voor arrestaties en veiligheidsmaatregelen. Dat patroon herhaalt zich langzamerhand zo vaak dat men al bijna bij voorbaat de ontdekking van de eerstvolgende samenzwering kan voorspellen. Deze week zouden opposanten een plan hebben beraamd om Aliyevs vliegtuig neer te schieten.

Aliyev probeerde verder de recente brand in de ondergrondse van Baku, waarbij driehonderd mensen om het leven kwamen, in de schoenen van de oppositie te schuiven. Later is door Azerbajdzjaanse, Russische en Zweedse onderzoekers geconcludeerd dat kortsluiting de oorzaak was. De suggestie van een aanslag werd toen maar op het conto geschreven van 'onverantwoordelijke metrofunctionarissen'. Maar de haast waarmee Aliyev de oppositie in een kwaad daglicht stelde is tekenend voor de atmosfeer in Azerbajdzjan.

Een andere methode om de oppositie aan te pakken is het verbod op belediging van de president. Vorige maand werden vijf journalisten van het blad Çesme wegens het “beledigen van de eer van het staatshoofd” veroordeeld tot straffen van twee tot vijf jaar. Een groot aantal leden van oppositiepartijen zit in de gevangenis voor hetzelfde delict, dat met maximaal zes jaar kan worden bestraft. De minister voor perszaken trad na het proces tegen de journalisten af uit protest tegen “de openlijke vervolging van journalisten in Azerbajdzjan”.

De verkiezingen hebben de president één adviseur gekost: eind vorige maand trad Neymat Panahli af uit protest tegen wat hij noemde de pogingen van de president om de verkiezingen te vervalsen. Volgens hem stuurde het kantoor van de president lijsten rond met de namen van de parlementariërs die zondag moeten worden 'gekozen'. 54 zetels in het nieuwe parlement - een absolute meerderheid - zijn volgens Panahli ingeruimd voor Aliyevs partij Nieuw Azerbajdzjan; het oppositionele Volksfront zou twee zetels krijgen. Een dag later schrapte de centrale kiescommissie Neymat Panahli van de lijst van kandidaten voor de verkiezingen, omdat zijn registratie niet zou kloppen.