Trireme

FIK MEIJER: De trireme. Klassiek-Grieks oorlogsschip weer te water

78 blz., geïll., Amsterdam University Press 1995, ƒ 29,50

Renaissance en Barok over antieke oorlogsschepen

230 blz., geïll., De Bezige Bij 1995, ƒ 45.-

Er was sprake van dat deze zomer ter gelegenheid van 'Sail 95' een replica van een trireme, de geroeide Griekse oorlogsbodem, Amsterdam zou bezoeken. Maar hoewel de Olympias nog geen tien jaar oud is, is zij al zó in het ongerede geraakt dat de overtocht uit Athene werd afgelast. Dergelijke modellen schijnt geen lang leven beschoren, want een eerder exemplaar werd na veertien jaar al tot oefendoelwit van de Franse marine gebombardeerd. Overigens valt het te verdedigen dat zo'n schip altijd voor een kort maar heftig bestaan berekend was.

Over dit scheepstype, dat in de Oudheid de dienst uitmaakte in de Middellandse Zee, zijn dit jaar twee boekjes verschenen, een van Meijer handelend over de moderne reconstructie van de trireme die in 1987 tot de tewaterlating van de Olympias leidde, en een dissertatie van Lehmann over historische voorstellingen van het schip. Al in de zesde eeuw v.C. wordt van triremes (trieirès in het Grieks) gesproken, maar hun grote vermaardheid verwerven zij onder de Atheners tijdens de Perzische en Peloponnesische oorlogen (490-479, en 431-404 v.C.). Aan de Perzische oorlogen die, zoals men bij Herodotus kan nalezen, een grote invloed op de betrekkingen tussen Oost en West hadden, gaven zij een beslissende wending tijdens de zeeslag bij Salamis in 480. 'De houten muren', waar het orakel van Delphi over gerept had, behoedden 's werelds oudste democratie voor een nederlaag tegen het Oosters despotisme. Bekostiging en onderhoud van een triremevloot eisten wel hun prijs van de Atheense politiek, en Meijer doet daar spannend verslag van.

Ondanks de belangrijke rol die de trireme in de antieke wereld gespeeld heeft, ook toen andere en grotere vaartuigen een eind aan haar hegemonie maakten, was er tot voor kort niet zoveel bekend over het precieze voorkomen van de trireme. Tot voor kort wil zeggen, totdat deze eeuw potscherven en onderwater-archeologie een gedetailleerder beeld van de antieke vloot te zien gaven dan de eervolle vermeldingen in de literatuur. Eén manier om de aannemelijkheid van een voorstelling van zaken te testen is de experimentele, en het verbaast niet dat het twee Engelsen waren die tien jaar geleden in samenwerking met de Griekse marine tot de bouw van een trireme besloten die ze vervolgens aan een serie proeven onderworpen. Vaststaat nu dat de Olympias zich redelijk leende tot veel van de prestaties waartoe de trireme volgens de oude schrijvers in staat moet zijn geweest.

Een belangrijk twistpunt door de eeuwen heen vormde het arrangement van de roeiers: werd nu met 'drieroeier' (trireme) bedoeld dat drie man aan één riem trekkend de boot voortbewogen, staken er drie riemen door één gat, of was er sprake van drie niveaus van waaraf geroeid werd? Eeuwenlang is de laatste mogelijkheid, die men nu voor zekerheid houdt, als belachelijk verworpen. Dat de Attische komedieschrijver Aristophanes de ene roeier de andere in het gezicht laat winden in De Kikkers, iets dat alleen bij een opstelling op verschillende hoogtes te doen is, was voor veel serieuze Renaissance-ingenieurs reden te meer om zo'n constructie als een farce te verwerpen.

Ongeveer van 1500 af, toen andermaal roeien en oorlog elkaar vonden in de vorm van galeien, hebben classici en zeevaarders, bouwkundigen en fantasten zich over alle literaire vindplaatsen gebogen om te achterhalen hoe die glorieuze trireme er had uitgezien, en natuurlijk vooral wat het geheim van haar drieriemige inrichting was. Tot welke ingenieuze en dolzinnige ideeën dat leidde kan men lezen bij Lehmann, die de ontwikkeling van de bespiegelingen volgt tot het ogenblik waarop de moderne archeologie er paal en perk aan stelde. Meijer beschrijft het vervolg.

De scheepsterminologie zal niet voor elke landrot duidelijk zijn, en de opinies van een zeventiende-eeuwer zullen bij menigeen ook niet meteen de bevreemding opwekken die een scheepsarcheoloog als Lehmann voelt. Maar het boek doet een meeslepend verslag van hoe mensen, in het duister tastend, zich met kunst- en vaarwerk een voorstelling maakten. De trireme werkt, niet in de laatste plaats vanwege haar hoge afkomst, nog immer op de verbeelding.