Theologie

Verwonderlijk hoe uw recensent Samuel de Lange in zijn bespreking van Overtuigend bewijs. Over het wetenschappelijke van niet-exacte wetenschappen (boekenbijlage 28 oktober) in nog geen 20 regels ten minste vijf insinuaties kan wegstoppen.

1) De strenge Methodologie van A.D. de Groot zou voor mij de 'vijand' zijn. In werkelijkheid is het een van mijn toetsstenen.

2) Dat de klassieke vereisten van wetenschappelijkheid voor de theologie onoverkomelijk zijn, zou ik 'ruiterlijk bekennen'. Ik beken niets; ik toon iets aan.

3) Dat de universiteit een plaats blijft inruimen voor zulke buitenwetenschappelijke activiteiten als de klassieke theologie, zou een 'bede' van mij zijn. Ik bid niet ten aanhoren van de heer De Lange. Het gaat om een argument, of zo men wil een overweging, van prudentiële aard.

4) Deze bede zou 'nogal wanhopig klinken'. Alleen het gesprokene klinkt. Wat geschreven is, klinkt niet, maar betekent alleen iets. Het is een kwestie van billijkheid, het geschrevene te nemen naar zijn (zakelijke) betekenis.

5) Maar als toch de klank zou worden mee-bedacht, dan niet die van de wanhoop. Er moet heel wat gebeuren voordat ik over de plaats van theologie aan de universiteit wanhopig word.