Shell reageert 'geschokt' op executies in Nigeria

ROTTERDAM, 11 NOV. De directie van de Koninklijke/ Shell Groep heeft “geschokt” gereageerd op de executie van de Nigeriaanse schrijver Ken Saro-Wiwa en acht medestanders, de groep die de afgelopen jaren is opgekomen voor de belangen van de Ogoni-stam in de Niger-Delta in Zuid-Nigeria.

Een woordvoerder van het concern zegt dat Shell geen aanleiding ziet om zich uit Nigeria terug te trekken. Shell zal ook geen verdere actie bij het militaire bewind van Nigeria ondernemen, noch zal het concern reageren op het voornemen van het Gemenebest om Nigeria uit de organisatie te verwijderen. Shell zegt zijn activiteiten voor de winning van olie en gas in dat land normaal te zullen voortzetten, zij het niet in het gebied van de Ogoni-stam zelf. Daaruit heeft de maatschappij zich in mei 1993 teruggetrokken, nadat vier gematigde Ogoni-leiders waren vermoord. De groep die nu is geëxecuteerd, was vorige week door een militair tribunaal ter dood veroordeeld wegens betrokkenheid bij deze moorden.

Eerder deze week verklaarde de Shell de oliewinning in Ogoniland pas te zullen hervatten als het vertrouwen tussen de bewoners en de maatschappij is hersteld. Shell heeft steeds ontkend schuldig te zijn aan aantasting van het milieu in de regio van de Ogonistam.

Vorig jaar heeft de oliemaatschappij opdracht gegeven tot een onafhankelijk onderzoek naar de situatie van het milieu en de relatie tussen natuur en oliewinning in Ogoniland. Die studie is in volle gang, maar het rapport waarmee Shell graag zijn onschuld wil bewijzen, is nog lang niet klaar, aldus het concern.

Na een aanvankelijke weigering tot interventie bij het Nigeriaanse bewind, omdat “Shell zich als commercieel bedrijf niet kan bemoeien met de binnenlandse politiek en de rechtspraak in Nigeria”, liet president-directeur drs. C. Herkströter dinsdag een persoonlijke brief via de lokale Shell-directeur bij de president, generaal Abacha, bezorgen waarin hij om clementie voor Ken Saro-Wiwa en de acht veroordeelden verzocht.

Shell zegt nu in een verklaring diep geschokt te zijn door de executies. “Er zijn al te veel mensenlevens te betreuren in de achterliggende periode van gewelddadigheid, die resulteerde in de moord op de vier Ogonileiders in mei vorig jaar en het voltrekken van de doodvonnissen vandaag”. (...) Wij geloven dat omzetting van de vonnissen op humanitaire gronden zou hebben bijgedragen aan het proces van uiteindelijke verzoening in het Ogoni-gebied. Dit is een tijd voor rouw, het zou ook een tijd moeten zijn voor herbezinning door alle partijen. Wij hopen oprecht dat alle partijen geen posities zullen innemen die kunne leiden tot meer tragedies. Om met elkaar verder te kunnen gaan is verdraagzaamheid, begrip en samenwerking nodig. Wij hopen dat door ieders oprechte bedoelingen en werkelijke betrokkenheid bij een vreedzame oplossing van de problmene in de Niger-Delta, dit verlies van mensenlevens in de toekomst zal worden herhaald”, aldus de directie.

Shell speelt als uitvoerder in een consortium met andere maatschappijen een belangrijke rol in Nigeria. Dat consortium neemt de helft van de totale produktie van ruim 2 miljoen vaten olie in dit land voor zijn rekening. In Ogoniland werd tot mei 1993 een relatief kleine hoeveelheid van dit totaal gewonnen: maximaal 28.000 vaten per dag. Shell heeft 5.000 werknemers in Nigeria, van wie 95 procent autochtoon is.