Rolls Royce ook zonder BMW al bijna Duitse auto

ROTTERDAM, 11 NOV. “Verkwanseling van het Britse industriële erfgoed” en “pure speculatie” vormden de meest gematigde commentaren waarmee vorige week in Engeland werd gereageerd op de belangstelling die de Duitse autofabrikant BMW voor Engelands laatste zelfstandige autofabriek Rolls Royce aan de dag legde. Er werd aan de borreltafel ach en wee geklaagd over de mogelijke uitverkoop van deze tak van Engelse industrie. Meestal door mannen die zich vervolgens door hun chauffeur in een BMW of Mercedes naar huis lieten rijden.

Na de eerdere verkopen van Rover aan BMW en van Jaguar aan Ford kan men zich langzamerhand echter afvragen hoe Engels Rolls Royce, sinds 1980 onderdeel van het Vickers-concern, eigenlijk nog is? BMW is sinds dit jaar al de nieuwe motorenleverancier voor Rolls Royce. BMW fungeert als leverancier voor de V-12 motoren en turbo's V-8 voor de nieuwe Rolls- en Bentley-modellen, waarvan er in Nederland gemiddeld 10 per jaar worden verkocht. Bovendien heeft BMW Rolls Royce - dat lang met het imago van een wat gedateerde fabrikant kampte - in staat gesteld om sneller met geavanceerdere en nieuwere modellen op de markt te komen.

In de nieuwe Bentley-Java zijn talrijke componenten van de exclusieve BMW 850-serie verwerkt. Een intensieve technische samenwerking bestaat dus al tussen BMW en Rolls Royce. Ook op gebied van vliegtuigmotoren waar beide fabrikanten een succesvolle joint-venture hebben gevormd. Die combinatie is dermate succesvol dat het moeilijk is voor de noodlijdende DASA-dochter MTU om aan te sluiten bij BMW/Rolls Royce. Tot ontevredenheid van de regering in Bonn die twee Duitse fabrikanten voor vliegtuigmotoren op deze met overcapaciteit kampende markt te veel vindt.

BMW heeft echter een excellente staat van dienst op het gebied van motoren. Ook in de duurste sportwagen ter wereld van McLaren, die op Formule I-technologie is gebaseerd en in Nederland ruim twee miljoen gulden kost, zit een BMW-motor. Vickers-directeur sir Colin Chandler benadrukte daarom onlangs nog eens dat Rolls Royce wel “gek zou zijn om niet van de expertise van BMW op motorengebied gebruik te maken.” Bovendien benadrukte de directeur van het recent weer winstgevende Rolls Royce dat zijn bedrijf geen half miljard achter de hand heeft om zelf een nieuwe motor te ontwikkelen.

Niettemin maakte de opmerking vorige week van BMW-bestuurvoorzitter Bernd Pischetsrieder dat een overname van Rolls Royce door BMW “een zeer opwindend perspectief voor de twee beroemdste automerken ter wereld zou zijn”, veel los in de Engelse financiële wereld. In 1992 toen Vickers 200 miljoen pond (circa 700 miljoen gulden) voor zijn prestigieuze paradepaard vroeg ging de verkoop op de valreep niet door omdat BMW niet verder wilde gaan dan 120 miljoen pond, maar toen stond Pischetsrieder nog niet aan het roer in München.

De flamboyante Duitser staat vooral in Engeland bekend als een flexibel bestuurder met een scherp oog voor spectaculaire operaties. Onder de leiding van Pischetsrieder is de marktstrategie van BMW gewaagd en onvoorspelbaar geworden. Terwijl de gezamenlijke Duitse autoindustrie in 1993 wegzakte in een diep moeras, kocht Pischetsrieder voor twee miljard gulden Rover voor BMW van het Britse lucht- en ruimtevaartconcern British Aerospace. De ingenieurs van BMW hadden op de autoshow van Frankfurt verlekkerd staan te kijken naar de wereldberoemde Landrover, een 'terreinwagen' die zelf door de fabriek uit München niet wordt gemaakt. Met één klap werd ook die expertise in huis gehaald.

Dat BMW via de aankoop van Rover ook in bezit kwam van de vermaarde 'mini', een wagentje dat door Pischetsrieders grootvader is ontworpen, gaf bovendien een nostalgisch tintje aan de zaak. Maar Pischetsrieder sprak vooral de zakelijke kant van de deal aan. Via het uitgebreide verkoopnet van BMW in de Verenigde Staten is de Landrover een goudmijn voor het bedrijf uit München gebleken. Via dezelfde kanalen worden nu ook de Bentley's en Rolls Royces in Amerika afgezet. Het is derhalve druk in de BMW-showrooms.

Dat BMW nu weer de nodige speculaties in de wereld brengt rond Rolls Royce wordt door Duitse analisten toegeschreven aan het feit dat Pischetsrieder met het oog op zijn imago van succesvol zakenman wel weer eens aan een spectaculaire overname toe is. De Duitse autoproducent heeft over de eerste negen maanden van 1995 weliswaar een omzetstijging behaald van 5,3 procent tot 25,06 miljard mark, maar die uitkomst is aanzienlijk lager dan een eerder verwachte omzetstijging van bijna 12 procent. Inclusief de Britse dochter Rover is de omzet over de eerste negen maanden uitgekomen op 33,9 miljard mark (38 miljard gulden). De verkoop steeg met 3,2 procent tot 448.410 BMW's. Die van Rover zakte met 6 procent in tot 349.500 stuks.

Bovendien begint ook op de thuismarkt het merk BMW een beetje te verbleken. De belangrijkste concurrent Mercedes Benz heeft met zijn vernieuwde C- en E-klasse in het segment duurdere auto's de afgelopen twee jaar een enorme inhaalslag gepleegd. Op de Autobahnen gaat het tussen beide merken weer even hard.

Niettemin neemt het verzet binnen de Vickers-groep over een verkoop van Rolls Royce met de dag toe. Rolls Royce levert sinds kort weer een substantiële bijdrage aan de winst binnen Vickers, ondermeer gespecialiseerd in het maken van tanks, pantserwagens en duikboten.

Vorig jaar werd een winst voor belasting gerealiseerd van 44,8 miljoen pond. Geen gunstige ontwikkeling voor Pischetsrieder om nu zaken te doen met Vickers over de verkoop van de autodivisie. Een eventuele overnameprijs wordt angstvallig geheim gehouden. Maar goedkoop wordt het voor BMW niet. Want Colin Chandler, die ieder bod op Rolls Royce zegt te zullen afwijzen, heeft benadrukt dat mocht het ooit tot een verkoop van de Engelse autofabrikant komen de prijs zorgvuldig zal worden afgewogen tegen de verwachte waarde en goodwill die het wereldberoemde Rolls Royce op langere termijn voor Vickers en Engeland heeft.