Paleisgeheim

D.M. POTTS & W.T.W. POTTS: Queen Victoria's Gene, haemophilia and the Royal family

160 blz., geïll., Alan Sutton 1995, ƒ 59,85

De ene broer Potts doceert geboortenbeperking aan de universiteit van Californië, de ander biologie in Lancaster. Allebei drukke banen, en ver van elkaar; toch hebben zij tijd gevonden om samen de moderne Europese geschiedenis op te helderen. Koninklijke families zijn in hun visie nog steeds van beslissende invloed op de gebeurtenissen; en als koningin Victoria geen hemofilie in zich gedragen had (zij leed zelf niet aan die ziekte) zou het heel anders hebben kunnen gaan met de twintigste eeuw.

Sterk staat zo'n redenering nooit. Het idee dat de Russische revolutie, de Spaanse burgeroorlog en de twee wereldoorlogen voor een deel aan de nakomelingen van de oude koningin te wijten zijn, heldert weinig op. Hoe groot zou dat deel geschat moeten worden? De gebroeders Potts hadden scherper moeten redeneren om de lezer mee te slepen met hun historische speculaties.

Wel slagen zij op een lager niveau. “As we noted at the beginning of this book the lives of royalty often prove to be of compelling interest,” staat er in het laatste hoofdstuk. Daar is niets tegen in te brengen. De boulevardpers bewijst het telkens weer en de gebroeders bewijzen het ook. Hoe zou koningin Victoria aan het hemofiele gen gekomen zijn? Haar voorouders hadden het niet. Twee mogelijkheden: haar moeder moet het van een minnaar aan haar doorgegeven hebben, of er heeft een mutatie in haar eigen genen plaatsgevonden, wat een enkele keer gebeurt. De vraag zal waarschijnlijk nooit beantwoord kunnen worden.

En dan komen de gevolgen in Rusland, waar de zoon van de laatste tsaar van zijn moeder, kleindochter van Victoria, de hemofilie had doorgekregen, wat de familie zo ontstelde dat Raspoetin bij hen kon doordringen; en in Spanje, waar twee zoons van Alfonso XII eraan leden: ook achterkleinkinderen van Victoria. Zulke verhalen lenen zich uitstekend voor de conversatie op feesten en verjaardagen. Tussendoor is er een kundige uiteenzetting over de weg waarlangs de hemofilie zich door de generaties kan bewegen; en sommige van de foto's die erbij staan kunnen de lezer een hele poos aan het mijmeren houden.

Het boek is rijk aan attracties, maar het is onzorgvuldig uitgedacht en maakt niet duidelijk wat het ons in het bijzonder wil meedelen. Wel is het grappig om de twee academici zo druk in de weer te zien met hun mengvorm van geschiedenis, medicijnen en schandaaljournalistiek.