Nigeria laat mogelijkheid op 'goodwill' lopen

Wat bezielt het militaire regime in Nigeria? Dat is de vraag die zich opdringt na de executie, gisteren, van de radicale Ogoni-activist Ken Saro-Wiwa en acht van zijn medestanders. Op het eerste gezicht lijkt de executie, naast afkeurenswaardig vanuit moreel standpunt, vooral ook irrationeel. Na de bekrachtiging van de doodvonnissen door de Voorlopige Regeringsraad (PRC), het hoogste bestuursorgaan in Nigeria, afgelopen woensdag was er vanuit de hele wereld bij de militaire machthebbers in Abuja op aangedrongen de vonnissen niet uit te voeren. Zelfs Shell, de oliemaatschappij die zegt zich niet met politieke zaken te bemoeien, pleitte bij de Nigeriaanse regering voor clementie. “We geloven dat verandering van de vonnissen kan helpen om de verzoening in Ogoniland te bevorderen”, zei Brian Anderson, het hoofd van Shell in Nigeria, donderdag nog in een verklaring. Door de executie van de negen liet het bewind in Abuja een uitstekende mogelijkheid om internationaal aan goodwill te winnen, lopen.

De executie had ook plaats op een politiek gezien uiterst ongunstig tijdstip. Gisteren begon in Nieuw Zeeland immers een topontmoeting van de leiders van het Britse Gemenebest. Deze organisatie heeft zich in het verleden al zeer kritisch over het regime in Abuja uitgelaten. De executie van gisteren werd door veel leiders, zo bleek uit de reacties, ervaren als een klap in het gezicht. Het is zeker niet uitgesloten dat de organisatie er toe zal besluiten om Nigeria uit het Gemenebest te zetten.

Toch is - vanuit een kil machiavellistisch standpunt gezien - de executie minder irrationeel dan zij op het eerste gezicht lijkt. Zij vormt immers het logische sluitstuk van de campagne van de Nigeriaanse autoriteiten om het streven naar autonomie van de inwoners van Ogoniland, een olierijk gebied in het zuidoosten van Nigeria, de kop in te drukken. Vanaf het begin van het proces tegen Saro-Wiwa maakten weinigen in de wereld zich enige illusies over de rechtvaardigheid daarvan. Het proces was een politieke afrekening, niets meer en niets minder. Saro-Wiwa werd er door de Nigeriaanse autoriteiten van beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor de moord op vier gematigde Ogoni-leiders, vorig jaar mei. Ettelijke getuigen hebben echter verklaard hoe zij door het bewind in Abuja onder druk werden gezet om voor Saro-Wiwa belastende verklaringen af te leggen. “Na de moordpartij (op de vier gematigde Ogoni-leiders red.) vroeg de politie ons om een verklaring”, zo vertelde een lid van de jongerengroep van Saro-Wiwa's MOSOP-beweging aan een journalist van de Britse krant The Guardian. “In de mijne noemde ik geen enkele naam. Na enige tijd ontbood de regering van de deelstaat ons om onze verklaring te veranderen. Ze bedekten het papier en vroegen ons te tekenen. Wij zeiden dat we niet zouden tekenen totdat we konden zien wat er in de verklaring stond. Ze brachten ons toen geld en beloofden ons een baan. Toen dreigden ze dat ook wij in staat van beschuldiging zouden worden gesteld, waarop we tekenden.”

Dat het regime goede redenen heeft om zich van Saro-Wiwa te ontdoen, staat buiten kijf. De afgelopen jaren heeft diens MOSOP-beweging steeds meer sympathie ondervonden in de hele wereld voor haar pleidooi voor de autonomie van Ogoni-land. De Nigeriaanse autoriteiten hebben, in eendrachtige samenwerking met oliemaatschappijen als Shell, Ogoniland van zijn olie beroofd zonder dat de inwoners daarvan ook maar één cent van de opbrengst van de oliewinning ten goede kwam, aldus MOSOP. Alleen autonomie voor de Ogoni's kan garanderen, zo zegt de beweging, dat in die situatie verandering komt. Door haar kritiek werd MOSOP steeds meer tot een luis in de pels van het bewind in Abuja, die vroeg of laat uitgeschakeld moest worden.

Het verlangen naar autonomie van de Ogoni's, een volk van zo'n half miljoen zielen, begon de afgelopen tijd ook steeds meer weerklank te vinden bij andere groepen in het olierijke zuidoosten. De executie van de negen Ogoni-activisten is aan hen een duidelijke boodschap: het militaire bewind in Abuja tolereert geen separatisme, niet van Ogoni's noch van andere groepen.

Of de executie tot zware internationale sancties zal leiden, is ook zeer de vraag. Wellicht dat Nigeria het Gemenebest wordt uitgegooid, maar dat zal het militaire regime weinig deren omdat zo'n uitsluiting weinig praktische consequenties heeft. Het Gemenebest is immers vooral een debating club. Het brengt geen divisies in het veld en heeft ook als economisch samenwerkingsorgaan weinig tot geen betekenis.

Slechts een internationale olieboycot zou Nigeria, dat ongeveer tachtig procent van zijn inkomsten aan deviezen uit de export van het zwarte goud verwerft, op de knieën kunnen brengen. Het is echter zeer de vraag of de internationale gemeenschap daartoe bereid is. Met name de Amerikaanse regering heeft weinig vertrouwen in de Nigeriaanse oppositie en vreest het destabiliserende effect van zo'n boycot. Hoe weinig de internationale gemeenschap bereid is het militaire bewind in Abuja aan te pakken, bleek wel op 1 oktober. Een uiterst teleurstellende toespraak van de 'sterke man' van het land, Sani Abacha, waarin hij - ondanks allerlei eerdere beloften - niet of nauwelijks concrete toezeggingen deed over het herstel van de democratie in zijn land, leidde niet tot enige internationale strafmaatregel. Ook de executie van de negen activisten zal de internationale gemeenschap, zo ziet het er vooralsnog naar uit, niet inspireren om naar het oliewapen te grijpen, alle plechtige woorden van verontwaardiging die nu worden uitgesproken ten spijt.

Het pleit voor het intellect en de moed van Saro-Wiwa dat hij zelf dit voorjaar die kille machiavellistische afweging over zijn eigen lot al had gemaakt. “Als ik dit overleef dan moet het wel zijn door de speciale genade van de Almachtige God”, zo schreef hij toen vanuit een militair hospitaal waar hij geacht werd van een hartkwaal te herstellen.