Niet iedereen verstaat elkaar op gebied van nieuwe media

AMSTERDAM, 11 NOV. Een alledaagse ontmoeting met een bekende: we zien elkaar, we raken elkaar aan, we spreken en luisteren. Het lijkt allemaal niets bijzonders. Totdat er apparaten aan te pas komen. Computermensen noemen het dan multimedia en vinden het heel bijzonder. Het is in elk geval duur en ingewikkeld.

Op de internationale conferentie Doors of Perception 3, die deze week in Amsterdam plaats heeft, spelen computers in het algemeen en multimedia in het bijzonder een belangrijke rol. De conferentie gaat daarover, maar niet alléén daarover. Hoe kan informatietechnologie bijdragen aan duurzaamheid, vragen de organisatoren zich af. Kan informatietechnologie helpen ons gebruik van energie en grondstoffen drastisch terug te dringen, terwijl we toch een aangenaam leven houden, en wellicht zelfs een beter, rijker leven krijgen?

Zo zouden we wellicht veel minder hoeven te reizen wanneer we thuis via de computer niet alleen de documenten te zien krijgen waarmee we ons werk moeten doen, maar ook onze collega's. Als de techniek eenmaal zo ver is dat de communicatie via de computer nauwelijks nog onderdoet voor die in 'het echt', dan weegt de tijd en moeite van de reis naar het werk niet meer op tegen de voordelen van de 'echte' ontmoetingen met collega's.

Dat is zeker niet alleen maar een kwestie van nog snellere computers bouwen en kabelnetwerken aanleggen met een hogere capaciteit. Onze hele cultuur, onze identiteit staat op het spel. Woord, beeld en geluid vormen in onze cultuur drie tamelijk gescheiden domeinen, aldus Richard Lanham in een tekstbijdrage aan de conferentie, een scheiding die op tal van manieren is geïnstitutionaliseerd, zoals in de kunst door de scheiding van literatuur, beeldende kunst en muziek. Het is een scheiding die voor ons zo vanzelfsprekend is dat we ons niet eens kunnen voorstellen dat die er niet zou zijn. Multimedia is niet makkelijk en niet makkelijk voorstelbaar.

Multimedia heeft sociale, economische, culturele en technische aspecten, die niet zo maar van elkaar te scheiden zijn. Vandaar dat op de conferentie techneuten en kunstenaars rondlopen, psychologen en economen. De bedoeling is dat ze als gelijkwaardigen met elkaar praten. Lastig is dat wel, want van huis uit spreken ze in andere termen. Niet alle communicatie op zo'n conferentie is dan ook verstaanbaar. Dat hoeft ook niet. De conferentie zal ook niet leiden tot 'de' oplossing van 'het' probleem, hoogstens zullen vele deelnemers huiswaarts keren met ideeën over wat de problemen zijn en langs welke lijnen je kunt nadenken over oplossingen. In de twaalf werkgroepen worden wat van die 'lijnen' verkend.

Een voorbeeld. Met behulp van satellieten kunnen allerlei processen op aarde steeds preciezer worden gevolgd. Erosie, verdroging, de groei van het ozongat, het broeikaseffect zijn zulke processen - processen die worden veroorzaakt of versterkt door menselijk handelen, en die alleen kunnen worden afgeremd door ander menselijk handelen. Om dat andere handelen teweeg te brengen moeten we echter wel weten wat er gebeurt, wat we doen, wat de gevolgen van ons handelen zijn. En daarvoor is het nodig dat al die meetgegevens van satellieten beschikbaar komen in een zodanige vorm dat mensen het snappen, erover kunnen nadenken en discussiëren.

Dat zijn kwesties die in een van de werkgroepen zijn besproken. Dan gaat het dus zowel over techniek, als ook over milieubewustzijn, over het ontsluiten van kennis, over het aantrekkelijk en begrijpelijk weergeven van kennis (bijvoorbeeld in kaarten, grafieken en videobeelden). Vandaar dat ontwerpers, techneuten en activisten een basis vinden om met elkaar van gedachten te wisselen.

Hoewel een deel van de besproken thema's ook voor buitenstaanders zijn te begrijpen, is dat niet altijd het geval. Dat is niet gek: het gaat om het verkennen van een heel nieuw terrein, om het bedenken van ideeën en processen die nog niet bedacht zijn en dus in zekere zin primitief, ondanks alle multimediagedoe.

Dat het denken en doen in multimedia nog maar in de kinderschoenen staat blijkt ook uit de presentatie van de conferentie op het World Wide Web op Internet. Via het wereldwijde computernetwerk zijn teksten voor de conferentie te lezen, is te zien wie er deelnemen aan werkgroepen en wat daar wordt besproken. Toch blijft het knap lastig om uit het bezoeken van de web site alleen een goede indruk te krijgen van wat er gebeurt. Wie, zoals ik, niet op de conferentie zelf is geweest, maar wel uren door de web site heeft gezworven, heeft voortdurend het gevoel tekort te komen. Er is behoorlijk wat materiaal beschikbaar, maar het is te weinig en te oppervlakkig om echt geïnteresseerd te raken.

Bovendien, en dat is kenmerkend voor het pioniersstadium waarin mulimedia verkeert, is het niet allemaal even helder gepresenteerd. Rode teksten op rose met paarse ondergrond zijn vrijwel niet te lezen. Even de tekst eruit lichten en een printje maken blijkt een stuk aangenamer. Dat kan nooit de bedoeling zijn van zo'n project.

Enkele van de interessantere teksten bevatten verwijzingen naar grafieken, schilderijen of plaatjes. Het is verbazingwekkend voor zo'n multimediaproject dat die plaatjes er niet bij staan. Al muisklikkend beland je nogal eens op een pagina waar niets op staat, of word je verwezen naar een niet bestaande pagina. Maar de techniek is nog jong. De eerste radio's hadden ook geen voorkeurtoetsen of afstandsbediening.