Meir Shalev over de dood van Yitzhak Rabin; Met deze moord gaan we terug naar de donkerste tijden

De Israelische schrijver Meir Shalev is in Nederland vanwege het verschijnen van de vertaling van zijn boek 'De Bijbel nu'. Als niet-religieuze jood die onbevangen van God houdt schrijft hij vrijmoedig over de dubieuze levenswandel van Koning David en de praktische instelling van aartsvader Abraham. De moord op Rabin heeft zijn visie op het jodendom aan het wankelen gebracht. Het relaas van zijn woede.

Meir Shalev: De Bijbel nu. Vertaling Ruben Verhasselt. Uitgeverij Vassallucci. 225 blz. Prijs: 39,90.

“Ik was onderweg van een verjaardag in het noorden, in Nahalal, waar mijn familie woont, en ging terug naar Jeruzalem. Op de autoradio hoorde ik dat er na de demonstratie in Tel Aviv geschoten was. Toen kwam het ene bericht na het andere: eerst was er iemand gewond, toen was de premier gewond. Ik was toen, rationeel, nog optimistisch, maar emotioneel begon ik me al heel depressief te voelen. Toen er na een uur nog steeds geen gedetailleerde berichten over de toestand van de premier kwamen dacht ik: 'Wat is er in Godsnaam aan de hand? Als er niks ergs met hem gebeurd is dan komt er toch binnen het uur een dokter met een verklaring dat de toestand van de premier stabiel is? Als de doktoren nu blijkbaar nog steeds met hem bezig zijn dan moet er iets vreselijks gebeurd zijn: of hij is ernstig gewond of hij is dood.

“Halverwege de rit naar Jeruzalem werd het officiële nieuws van zijn dood aangekondigd. Ik stopte de auto. Ik voelde twee dingen. Het gevoel van de dag van de Herdenking in Israel, wanneer overal de sirenes loeien, net als later op zijn begrafenis, het gevoel dat je moét stoppen en stilstaan. Maar ik voelde ook opeens die lichamelijke zwakte: ik kon niet meer autorijden! En dat betekent wat, want je weet dat ik een semi-professionele rijder ben, een deelnemer aan de laatste Camelrace. Ik ging de auto uit en begon langs de weg te lopen. Mijn zoon van elf lag in de auto te slapen. Die werd wakker en vroeg: 'Wat is er gebeurd?' Ik zei: 'Ze hebben de premier neergeschoten.' 'Hoe is het met hem?', vroeg hij. 'Hij is dood', zei ik. Hij begon te huilen. Ik heb zo'n tien minuten buiten gelopen en toen zijn we naar huis gereden.

“Thuis in Jeruzalem wilde ik onmiddellijk iets voor mijn krant, Yedioth Achronoth schrijven. Het was na middernacht en ik belde de hoofdredacteur en vroeg hem: 'Zet alsjeblieft de persen voor me stil, ik wil een klein beetje ruimte.' Ik schreef een heel kort stukje van 200 woorden. Zeggend dat de hele rechterzijde in de Israelische politiek schuld heeft aan deze moord. Achteraf bleek ik de eerste te zijn die deze mening zo openlijk op papier zette. De krant verscheen aan het einde van die zondagochtend. Daarna zat ik in een aantal praatprogramma's van de televisie, waar ik normaal een gruwelijke hekel aan heb en waar ik alleen kom als er een nieuw boek van me uit is gekomen. Daar herhaalde ik mijn boodschap dat de rechterzijde natuurlijk niet het geweer had gekocht en de premier had neergeschoten, maar dat ze wél de atmosfeer hadden geschapen waarin zo iets kon gebeuren. Zij verschaften de moordenaar de legitimiteit van de daad. Nu zeggen ze van de rechterkant: de man is lid van een marginale groep. Daarop heb ik geantwoord: 'Waar er een marge is, daar is een centrum. Hij is júllie marge, niét de mijne! Alle politieke moordenaars in Israel van de laatste tien jaar, dat zijn er zo'n vier of vijf, kwamen van de rechterzijde in de politiek. Dat ís niet te ontkennen. Mijn vrouw was in Amerika. Ze belde me huilend, huilend. Op straat kwamen verschillende mensen op me af om te zeggen dat ze heel blij waren dat ik zo snel zo open had gesproken, zonder angst.

“Anderen bedreigden me. Vijf van mijn vrienden uit het leger van vijfentwintig jaar geleden belden en zeiden: 'Wees toch voorzichtig! Waarom zeg je dit allemaal in de krant en op de televisie? Hou ermee op! Want anders moeten wij komen en om je huis heen patrouilleren. Als je zo doorgaat, dan doen we dat echt'.

“Ik heb ook onszelf beschuldigd. Wat Leah Rabin zei, dat wij niet bij hun huis stonden toen deze mensen daar stonden te schreeuwen, daar had ze gelijk in. Het is een ander soort schuld, maar wij zijn ook schuldig. De veiligheidsdienst lette niet genoeg op deze mensen, iedereen dacht: dat is een stelletje gekken. Maar ze zijn helemaal niet gek, het zijn koelbloedige moordenaars.

“Er zit in deze moord ook iets van een godsdienstoorlog. De dader zei immers op bevel van God gehandeld te hebben. Voor het jodendom is dat een grote stap terug. Want wij dachten dat het jodendom dit niet meer kende. We dachten dat christendom en jodendom de oudere religies waren en dat de islam de jongere religie was en daarom nog zo fanatiek is dat het geweld gebruikt, maar dat dat op den duur ook zal verdwijnen. Voor ons is deze moord een stap die ons drieduizend jaar terug zet in de geschiedenis.

Toestemming

“Vandaag zijn er weer mensen die denken dat je met degenen die zij zien als de vijanden van Israel om moet gaan als vroeger met de Amalekieten. De Bijbel zegt dat de Israelieten ze allemaal moesten uitroeien omdat de Amalekieten het joodse volk had verslagen na de uittocht uit Egypte. Dat kunnen dus de Arabieren zijn of Yasser Arafat en nu is het Yitzak Rabin. Zij hebben de toestemming van God om iemand die tegen de kinderen van Israel is te doden. Dat is echt een primitieve opvatting van het jodendom.

“De gevaarlijkste combinatie in het Israel van vandaag is rechtse politiek gemengd met religie. Er zijn ook rechtse politici die dat religieuze sentiment niet hebben. Die hebben het rechtse wereldbeeld van een boer: 'Dit is mijn land, waar niemand anders op mag komen.' Maar die hebben geen hotline met God. Die anderen hebben dat wel en dat is het gevaarlijke. Als God aan jouw kant staat en Die zegt wat je moet doen en jij hoort Hem tegen je praten en jij doet wat God wil dan verlies je iedere zelfstandig moreel begrip. Als God tegen hem zegt: 'Gij zult niet doden, behalve die en die en die', dan heeft hij geen moreel probleem. Dat is het punt.

“Iedere godsdienst heeft middelaars tussen God en de mensen. Dat is Mozes in de Bijbel, de Paus voor de katholieken en de rabbi's van nu voor de joden. Die interpreteren de Bijbel en zeggen je wat te doen in het leven van alledag. Sommige fanatieke rabbi's in Israel geven dit soort moordopdrachten. Ik ben er zeker van dat de moordenaar dit van een rabbi heeft gehoord. Want dit soort mensen doet nooit iets zonder toestemming van een rabbi. Zo onafhankelijk zijn ze niet. In mijn boek dat nu in Nederlandse vertaling is verschenen, 'De Bijbel nu', behandel ik een aantal politieke moorden waarbij joden joden vermoorden. Maar het grote verschil met de moord op Rabin is dat de moorden in mijn boek niet voortkwamen uit religieus fanatisme. Bijvoorbeeld Joab, de opperbevelhebber van koning David, vermoordde zelf twee joden. Een ervan was Abner, die een bedreiging vormde voor David. Er zijn andere voorbeelden. Ook dat zijn allemaal puur politieke moorden.

“De moordenaar van Rabin zegt dat hij het land Israel redt van de verrader Rabin, die het aan de Arabieren verkwanselt. Maar dat is geen politieke moord in de zin van de Bijbel, want Joab vermoordde Abner omdat hij, terecht, vermoedde dat die het op David gemunt had. Maar deze Amir doodt omdat hij, in zijn visie, het Beloofde Land redt. Hij redt de wil van God. Dat is nog veel primitiever dan wat de mensen uit de Bijbel deden, drie-, vierduizend jaar geleden. Met deze moord gaan we terug naar de donkerste tijden.

“De moord is volgens mij geen daad van verraad. Zo voel ik het, in tegenstelling tot anderen, niet. Het is een misdaad, voortspruitend uit fanatisme en grenzeloze domheid. Maar het is geen verraad; we hebben immers joodse moordenaars, verkrachters, dieven en bankrovers. Dus nu hebben we dan ook politieke moordenaars, die we ook al in onze geschiedenis hadden, dus waarom zouden we naïef zijn en zeggen dat we het niet verwacht hadden?

Dromen

“Sinds we in de diaspora zijn gegaan, is het jodendom een religie van verlangen geworden, van dromen. Dromen over Jeruzalem, dromen over Israel, de Tempelberg, verlangen naar de Messias. En er is iets heel slims in het jodendom, namelijk een grote ingebouwde veiligheid tegen teleurstelling: we verlangen naar de Messias, maar zorgen er tegelijkertijd voor dat Hij niet komt. Zo bewaren we de droom. Dit was zo tot 1967. De Zesdaagse Oorlog uit dat jaar heeft iets ongelofelijks bewerkstelligd bij de religieuze zionisten. Niet bij de ultra-orthodoxen. Die zijn niet geïnteresseerd in de Tempelberg tot het ogenblik dat de Messias komt. Dan zal hij de Tempel opnieuw bouwen en zal de Wet vervuld worden. Zij zijn vrij van dat soort primitieve gedachten.

“Maar de anderen, de religieuze activisten zagen ineens een aantal millennialange dromen in vervulling gaan. Hun rabbi zei: 'Dit is het begin van de Verlossing.' De Zesdaagse Oorlog was voor hen het duidelijkste teken dat de komst van de Messias aanstaande was. En zij waren er deel van. Op dat moment sloegen ze op tilt: de droom van het Grotere Israel, het terugkrijgen van de heilige graven, de Klaagmuur, de droom van het herbouwen van de Tempel. Deze droom heeft hen gek gemaakt. In dit boek schrijf ik over een van de heiligste plaatsen in het jodendom, het Graf van de Patriarchen bij Hebron. Abraham had tegen de Hittieten kunnen zeggen: 'God beloofde me deze plek als begraafplaats, dus donder op.' Maar dat deed hij niet, ook al had God het hem zelf beloofd. Weet je wat hij deed? Hij kocht de plaats van zijn toekomstige graf. Kijk, dat waren nog eens praktische mensen in die tijd.

“De moord op Rabin past in die zin in mijn boek over de Bijbel, dat de Bijbel zo breed is dat ieder soort van menselijk gedrag er in voorkomt: de profeten, die soms niet helemaal bij hun verstand zijn, de corrupte priesters, het religieuze establishment, de politieke moorden. Maar het meeste in de Bijbel speelt zich drieduizend jaar geleden af. Ik zeg in het boek dat ik een grote voorkeur heb voor de liefdesgeschiedenissen in de Bijbel omdat ik om me heen zie dat die van alle tijden zijn. Voor de politiek in de Bijbel ligt dat anders. Als Jozua, zo schrijf ik, een geweer had gehad dan was de geschiedenis heel anders gelopen. Nu denk ik, na zaterdag, dat ik het verkeerd heb gehad. Zo'n moordenaar laat me zien dat we in feite geen stap zijn opgeschoten. Deze man wil ons weer in de tijd van de Bijbel laten leven, zoals in de tijd van Jozua: iedere vijand dodend, iedere stad vernietigend. Als zo'n moordenaar zegt dat hij handelde in opdracht van God dan lopen we het gevaar dat de religie die ons als joden, ondanks alle meningsverschillen, drieduizend jaar als volk bijeen heeft gehouden,de splijtzwam zal worden die ons uiteendrijft. Het eerste wat we moéten is religie en politiek in Israel scheiden. De Knesseth moet ophouden om religieuze wetten aan te nemen, de staat moet stoppen met het verlenen van religieuze diensten: geen synagogen meer bouwen, geen opperrabijnen meer aanstellen. Op die manier kunnen we er voor zorgen dat de religieuze partijen hun aantrekkingskracht verliezen.

Blasfemie

“Ik heb een sterke persoonlijke band met de Bijbel. Mijn ouders vertelden de verhalen op een hele wereldse manier, want wij zijn geen religieuze familie. Mijn vader liet me al de plaatsen zien waar de verhalen uit de Bijbel zich hadden afgespeeld. Waar David Goliath versloeg, enzovoorts. Dat maakte een diepe indruk op me. Zo werd de Bijbel, hoewel ik niet religieus ben, heel belangrijk voor mijn denken. Ik gebruik het boek voor mijn werk als schrijver, maar ook voor mijn columns in de krant omdat ik graag de parallellen benadruk van de huidige politiek met die in de Bijbel.

“Ik gebruik in 'De Bijbel nu' moderne politieke en sociologische begrippen zoals elite en machtstructuur en kijk daarmee naar de Bijbel. Maar ook andersom, dan neem ik de Bijbel en laat die ons een spiegel voorhouden. Er bestond geen boek in Israel met deze invalshoek. Normaal wordt er vanuit een religieuze invalshoek over de Bijbel geschreven. Ik doe het vanuit een niet-religieus standpunt. Want voor mij is de Bijbel geschreven door mensen, niet door God. Als het door mensen geschreven is, dan is het me geoorloofd om te kijken naar hun motieven, de techniek van het verhaal, slechte, goede en soms excellente schrijvers. Velen in Israel hebben mijn boek blasfemie genoemd. Het is een geluk dat ik niet in Iran of Pakistan geboren ben. Het jodendom is veel toleranter, tenminste ik hoop dat het dat nog steeds is. Vroeger zei ik dat openlijk en was ik daar ook trots op. Maar nu, na zaterdag, begint alles misschien te veranderen. De religieuze kranten verboden hun lezers het boek te lezen. Een van de kranten adviseerde het te verbranden.

“Maar ik kreeg veel persoonlijke reacties uit de religieuze hoek. Op een dag gaf ik een lift aan een ultra-orthodoxe man. Ik hielp hem want hij had erge haast omdat het vlak voor het begin van de sabbath was en hij dan niet meer zou mogen reizen. Toen we begonnen te praten en hij mijn naam vroeg, zei hij verblekend: 'Heb jij dat boek geschreven?' 'Ja', zei ik. Het was vijf minuten stil in de auto. Toen zei hij: 'Ik heb het boek thuis. Ik heb het verborgen omdat ik niet wil dat mijn kinderen het zien. Ik heb het gelezen en ben het met letterlijk niets in het boek eens. Maar, ik dank je ervoor dat je de Bijbel 'out of the closet' hebt gehaald.' Eigenlijk doe ik wat de religieuze joden lang geleden deden: ik geef mijn eigen interpretatie van de Bijbelse verhalen en nodig iedereen uit die het daar niet mee eens is om daarover te discussiëren. Zo houden we die verhalen levend! Maar ze willen geen discussie, ze zijn bang! Ze zeggen, het is blasfemie en daarmee basta.

“Ik geloof niet in de manier waarop het religieuze establishment de wil van God voor ons vertaalt. Ik geloof niet dat God echt geïnteresseerd is in alle voorschriften en wetten in alle religies, die ze ons hebben voorgeschreven. Ik geloof zelfs niet dat Hij in mij is geïnteresseerd. Maar toch voel ik Zijn aanwezigheid en ben ik heel nieuwsgierig naar Zijn eigenschappen. God heeft in ieder verhaal van het boek een ander gezicht. Voor de gelovige is dat blasfemie, want Hij heeft een eeuwig Gezicht. Omdat veel mensen aan de Bijbel geschreven hebben heeft God volgens mij ook vele gezichten. Want iedere schrijver had een verschillend idee van wat God was. Je hebt bijvoorbeeld God de klager, die altijd over zijn kinderen klaagt als een joodse moeder, en God de minnaar, die zich verraden voelt als een man wiens vrouw hem ontrouw is. Van alle Goden in de Bijbel hou ik het meest van de ironische, wat apathische God, van wie niemand weet wat Hem nu eigenlijk precies behaagt.

Kwaadaardig

“Ik word in Israel nu beschouwd als een van aanstichters van de nieuwe oorlog tussen links en rechts, omdat ik als een van de eersten rechts Israel de schuld gaf. Altijd als er zoiets gebeurt beginnen de mensen van rechts te roepen: 'Dit is niet de tijd om onze meningsverschillen uit te vechten. Dit is het moment om onze eenheid te tonen.' Dan zeg ik: 'Eenheid met wie?' Ik wíl geen eenheid met mensen als Nethanayu, de leider van de Likud. Dat betekent niet dat ik ze op straat neer zal schieten, maar ze zijn niet mijn vrienden. Ik mag ze niet, ik veracht ze. Ik denk dat velen van hen kwaadaardige mensen zijn. En ik wil geen vriend zijn van een kwaadaardig iemand. Natuurlijk, ik zal ze niet voor de rechter dagen of in de gevangenis gooien - als ik dat kon - ze zijn mijn legitieme politieke opponenten. Maar ik heb geen gevoel van eenheid met ze.

“Ik ben de afgelopen week vaak verbaasd over mezelf geweest, moet ik je eerlijk zeggen. Je weet, dat toen ik je in maart in Jeruzalem sprak, ik verheugd was over de afnemende invloed van schrijvers en intellectuelen in de maatschappelijke en politieke discussies. Maar nu is er iets onverwachts en afschuwelijks gebeurd. En ik heb mijn columns in de krant gebruikt, deed mee aan discussies op de televisie. Ik had blijkbaar een aanleiding nodig die groter is dan bij andere schrijvers. Maar ik deed het, ik geef het toe. Ik was zo gedeprimeerd en zo boos, dat ik het wel moest doen. Een andere oplossing is naar buiten gaan en iemand op zijn gezicht timmeren. Ik hou er niet van als schrijvers commentaar geven op iedere politieke ontwikkeling en er het koshere zegel van het moreel goede opplakken. Maar soms moet iedereen op zijn achterste benen gaan staan en schreeuwen, iets doen. Dat heb ik dus deze week gedaan.”