Koeiengenen

De zorg van Gerard te Meerman voor handhaving van de genetische diversiteit in de natuur ('Koeiengenen raken voortdurend weg', NRC Handelsblad, 6 november), deel ik, en velen met mij. Een verdrag inzake de biologische diversiteit is op de VN-Conferentie over milieu en ontwikkeling (UNCED, Rio de Janeiro, 1992) door 168 landen, waaronder Nederland, ondertekend. Namens zeven ministeries is half oktober het Strategische Plan van Aanpak Biologische Diversiteit aan de Kamer aangeboden.

De schets van Te Meerman over de stand van zaken in de melkvee-wereld met betrekking tot de ficitieve populatie-omvang is een sombere. Enige zorg voor de langere termijn is op zijn plaats, waarbij behalve die over de genetische diversiteit ook de wetenschappelijke, educatieve en vooral cultuurhistorische argumenten een rol spelen.

Reeds in 1976 is in Nederland de stichting Zeldzame Huisdierrassen opgericht die bovenstaande argumenten hanteert voor haar doelstelling de met uitsterven bedreigde huisdierrassen te behouden; niet alleen runderen, maar onder andere ook paarden, schapen, geiten en kippen.

In 1993 is de stichting Genenbank voor Landbouwhuisdieren opgericht. Hierin participeren het Koninklijk Nederlands Rundvee Syndicaat, Holland Genetics en de stichting Zeldzame Huisdierrassen. De stichting Genenbank heeft ook het behoud van de genetische variatie als doel en tracht dit te bereiken door diepgevroren opslag van genetisch materiaal.

De aandacht voor de gewone koe is, zoals uit het voorgaande blijkt, toch groter dan Te Meerman in zijn artikel voorstelt.