'Je raakt een keer uitgeborduurd als ontwerper'; Tijd dringt in debat verplichte wielerhelm

De Ronde van China is afgelopen, het wielerseizoen is voorbij. 1995 was het jaar van Laurent Jalabert en Miguel Indurain, maar vooral het jaar van de verongelukte Fabio Casartelli. Hoewel een hoofdbeschermer zijn dood vermoedelijk niet had kunnen voorkomen - zijn gezicht sloeg tegen het asfalt - heeft het ongeluk in de Tour de France de discussie over de verplichte helm nieuw leven ingeblazen.

ROTTERDAM, 11 NOV. De mens is hardleers en niets menselijks is de wielrenner vreemd. Bij de strijd om de wereldtitel voor professionals in Colombia stonden opvallend veel coureurs zonder hoofdbescherming aan de start. Vijftien keer moesten ze de gevaarlijke afdaling van het WK-parcours trotseren. Met ruim honderd kilometer per uur stoven ze naar beneden. Een Colombiaanse knecht kwam zwaar ten val, hij botste tegen een auto van het Rode Kruis. De knecht droeg een helm en kon de wedstrijd uitrijden.

Nog geen drie maanden na de dood van Fabio Casartelli waren de meeste beroepsrenners in Colombia al weer van de schrik bekomen. Erik Breukink was een uitzondering. De Nederlandse kopman reed met samengeknepen billen naar beneden. Na vier rondjes hield Breukink - toch al geen begenadigd daler - de wegwedstrijd in Colombia voor gezien. Hij mocht langs de kant toekijken hoe de wereldtoppers hun leven in de waagschaal legden.

De rijstijl van de meeste renners mag dan niet veranderd zijn, toch heeft de dood van Casartelli veel mensen aan het denken gezet. Een oude discussie werd hervat. Moet een hoofdbeschermer ook bij de beroepsrenners een verplicht attribuut worden? In 1991 kwam het peloton in opstand, toen de internationale wielerunie (UCI) de pothelm als verplichte uitrusting voorschreef. “We nemen de renners in bescherming, net als bij doping”, sprak de huidige UCI-voorzitter Hein Verbruggen destijds.

De renners lieten het er niet bij zitten. Onder leiding van de topcoureurs Greg Lemond en Laurent Fignon dreigden de profs met een boycot. De UCI verloor de machtsstrijd en Verbruggen heeft inmiddels begrepen waarom hij vier jaar geleden aan het kortste eind trok. “Je kunt zoiets niet per decreet afdwingen. Dat was een stommiteit van onze kant. Daar hebben we van geleerd.”

De wielermiljonairs hebben meer invloed dan de UCI-officials destijds voor mogelijk hielden. Als ze het dragen van een helm wegens de hitte onverantwoord vinden, dan rijden ze blootshoofds door de alpenweide. De renners weten zich in de rug gesteund door de toeschouwers, die een eventuele diskwalificatie domweg niet zouden pikken. De helden zijn onschendbaar.

'Wij dragen onze eigen verantwoordelijkheid', zeggen de renners. 'Maar wij dragen verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de wielersport', zegt de UCI. Daarom is de bond nog steeds druk doende nieuwe voorschriften op papier te zetten. In samenwerking met TNO wordt een betere helm ontwikkeld. Veiligheid, ventilatie, comfort, aero-dynamica en herkenbaarheid van de renner zijn de voornaamste eisen die aan het nieuwe ontwerp worden gesteld.

Volgens ex-prof Cees Stam van de Alkmaarse firma Agu is de meest gangbare helm van dit moment veel prettiger dan het type dat in 1991 op de markt verscheen. Als inkoper van wielerartikelen is Stam nauw betrokken bij de ontwikkeling van de kunststofhelm, die in de volksmond ook wel stoofpot of soepkom wordt genoemd. “Zo'n ding weegt bijna niks meer, nog geen 250 gram. En er zitten tegenwoordig minstens acht ventilatiegaten in. Veel meer kan niet, want dat zou ten koste gaan van de veiligheid. Ik denk dat het einde nu wel in zicht is. Je raakt een keer uitgeborduurd als ontwerper.”

Het Amerikaanse bedrijf Motorola, sponsor van de ploeg met Casartelli, heeft bij de UCI aangedrongen op een onderzoekscommissie die de veiligheid van de profs moet bevorderen. De commissie bestaat uit een afvaardiging van renners en ploegleiders. Verbruggen is blij met het initiatief. Hij onderhoudt regelmatig contact met de commissieleden. Zij hebben ontdekt dat de Amerikaanse ijshockeyprofs in het verleden ook aanpassingsmoeilijkheden hadden met de helm. Vooral de oudere spelers schaatsten liever zonder hoofdbescherming. De jongeren waren gewend met een helm te spelen. De tijd het probleem inmiddels opgelost. De ouderen zijn gestopt, de nieuwe generatie weet niet beter.

Verbruggen legt een link met de wielersport. Omdat de junioren en de amateurs al jaren verplicht zijn met een helm te rijden, zal de acceptatie bij de beroepsrenners steeds groter worden. Ploegleider Jan Raas is het wel eens met deze gedachte. “Bij de jonge coureurs zit de schrik er toch aardig in. Het geval Casartelli heeft tot nadenken geleid. Maar zelf moet ik er eerlijk gezegd niet aan denken zo'n helm te dragen. Zo'n apparaat op je kop lijkt me zeer vervelend.”

Routinier Steven Rooks zweert bij de leren helm, ook wel Deense helm genoemd. De werkzoekende Noordhollander kan niet wennen aan een pothelm. “Zo'n ding ziet er toch niet uit! Wat dat betreft ben ik heel ijdel. Ik draag al acht jaar dezelfde leren helm. Dat is een oud beestje, daar ben je aan gehecht, die doe je niet zo gauw weg. Dan zet ik liever de knop om in een afdaling. Nee, zo'n pot hoeft voor mij niet.”

De leren helm van Rooks is veel minder veilig dan de helm van kunststof die de verschillende, nationale wielerbonden voorschrijven. In Nederland en België is het dragen van een dergelijke hoofdbeschermer al jaren verplicht, maar bij Franse of Italiaanse koersen mogen de renners zelf bepalen of zij iets op hun hoofd zetten. Vooral bij warm weer in het hooggebergte wordt de helm als beklemmend ervaren. De coureurs klagen na een zware bergetappe vaak over duizeligheid.

Volgens Stam is het logisch dat een renner moppert bij een hitte van 32 graden op de Tourmalet. “Daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben.” Verbruggen noemt het een reële optie de helm alleen in het voor- en najaar verplicht te stellen. Maar ideaal is anders, dat zal de UCI-voorzitter ook wel begrijpen. In de Ronde van Italië kan de voorjaarszon al onbarmhartig op het wielerhoofd schijnen.

Suggesties om alleen bij een beklimming een hoofddeksel voor te schrijven, worden door Verbruggen van de hand gewezen. “Wij hebben daar ook aan gedacht, maar logistiek is zoiets onmogelijk. Stel, je hebt een etappe met vijf cols. Dan moet je op elke top en na elke afdaling honderden mensen inzetten om het overdragen van de helm mogelijk te maken. Dat wordt een organisatorische puinhoop.”

Voorlopig heeft de UCI nog geen beslissing genomen, maar de tijd begint te dringen. Vanaf 1 januari wordt de afsplitsing tussen amateurs en professionals opgeheven. De wielrenners worden dan onderverdeeld in twee leeftijdscategorieën, onder en boven 23 jaar. Aanvankelijk wilde de UCI de pothelm alleen bij de jonge lichting verplicht stellen. Maar het werd de wielerunie duidelijk, dat dan veel oudere amateurs de helm thuis zouden laten. Verbruggen: “Daardoor zouden we qua veiligheid een stap terug doen en dat kan nooit de bedoeling zijn. Gelukkig hebben we nog een paar weken om tot een oplossing te komen.”