Fresco onder het fileermes

FRANK G.J.M. MÜLLER: The Aldobrandini wedding

207 blz., geïll., J.C. Gieben 1995, ƒ 85,-

“Je hoeft geen Oedipus te zijn om het schilderij te kunnen interpreteren, want het spreekt voor zichzelf,” schreef in 1628 de Duitser Lucas Holste, de latere bibliothecaris van kardinaal Barberini. Hij had het over een Romeinse wandschildering die bekend staat als de Aldobrandini-bruiloft. Aan zijn woorden kan nu worden toegevoegd: wellicht geen Oedipus, maar toch minstens Frank Müller.

Müller is leraar Klassieke Talen te Bussum en sinds kort ook docent mythologie aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, en hij biedt in zijn The Aldobrandini Wedding een radicaal nieuwe interpretatie van het bijna tweeëneenhalve meter lange en ruim negentig centimeter hoge fresco. De wandschildering werd in 1601 gevonden in een ondergrondse ruimte op de Esquilijn, bij de zogenoemde boog van Gallienus. Oorspronkelijk was hier de begraafplaats voor de armen, maar omstreeks 40 voor Christus liet Maecenas, de bekende patroon van de kunsten, er een park aanleggen. Andere welgestelden volgden zijn voorbeeld en toverden het gebied om in een ware lusthof. Op grond van stijlkenmerken moet het fresco in dezelfde periode, in het laatste kwart van de eerste eeuw v.C., zijn gemaakt.

Na de vondst is het schilderij uitgezaagd en vervoerd naar de villa van kardinaal Pietro Aldobrandini. Daar kreeg het een plaats in een speciaal hiervoor ontworpen logetta in de tuin. Twee eeuwen lang bleef het fresco in het bezit van de familie Aldobrandini, tot het in 1814 aan een handelaar werd verkocht, die het op zijn beurt verkocht aan paus Pius VII. De wandschildering is nog steeds in het bezit van de Heilige Stoel en bevindt zich in de Biblioteca Vaticana.

Op het fresco zijn tegen een achtergrond van een muur en een blauwe lucht tien personen afgebeeld, waarvan twee vrouwen op een bed de meeste aandacht trekken. De linkervrouw, met ontbloot bovenlichaam, heeft een arm om de andere vrouw geslagen. Rechts van hen, met zijn rug naar hen toe, zit een halfnaakte jongeman met een lauwerkrans op het hoofd. Dat het hier om een huwelijkscène ging, is nooit betwijfeld, de geleerden verschilden alleen van mening over de vraag wèlke huwelijksscène het betrof. Aanvankelijk ging men ervan uit dat de voorbereidingen voor een Romeinse huwelijksceremonie werden afgebeeld, met in het midden het aanstaande echtpaar en Venus. Die opvatting stamt uit de tijd dat alles wat op Romeinse bodem werd gevonden, werd verklaard met behulp van gewoonten, sagen of gebeurtenissen uit de Romeinse geschiedenis. Maar ook nu nog wordt in een modern schoolboek als De Taal der Romeinen een tekening van de Aldobrandini-bruiloft gebruikt als voorbeeld van een Romeinse huwelijksceremonie.

In de zeventiende en achttiende eeuw zagen geleerden in de afbeelding het huwelijk van historische personen zoals Alexander de Grote en Roxane. In de achttiende eeuw meende J.J. Winckelmann er een huwelijk tussen mythologische figuren in te zien. Hij dacht aan Peleus en Thetis als de echtelieden, anderen achtten later Dionysos en Ariadne of Paris en Helena waarschijnlijker. In de negentiende eeuw, toen men ontdekte dat de Grieken de Romeinen in veel tot voorbeeld hebben gediend, ontstond de opvatting dat het fresco een Griekse huwelijksceremonie voorstelt.

Standaardrepertoire

Müller, die de interpretatie van een huwelijksceremonie a priori onwaarschijnlijk acht, omdat dergelijke scènes voor de rest niet bekend zijn in de Romeinse wandschilderkunst, gaat de verschillende interpretaties met een fileermesje te lijf. Wat volgt is een rij vergelijkingen in de beste iconografische traditie. Daarbij stelt hij ook steeds de vraag waarom een rijke Romein ooit voor deze wandschildering opdracht heeft gegeven.

Na de andere interpretaties met reden naast zich te hebben neergelegd, komt Müller tot de conclusie dat de Aldobrandini-bruiloft het tragische liefdesverhaal van Phaedra en haar stiefzoon Hippolytus weergeeft. Om precies te zijn de versie die Euripides geeft in zijn tragedie Hippolytus Stephanephoros. De meest voor de hand liggende aanwijzing daarvoor is de jongeman met lauwerkrans. Verder zijn er overeenkomsten met onder andere een Apulische vaas waarop Phaedra niet als een overspelige vrouw is afgebeeld, maar als het slachtoffer van Aphrodite dat onder de liefde lijdt en zich daartegen verzet, waarna verdere verwikkelingen leiden tot de zelfmoord van Phaedra en de dood van Hippolytus. De verklaring van de keuze voor de afbeelding is dan min of meer logisch: mythen als die van Phaedra en Hippolytus behoorden voor de gegoede en cultureel onderlegde Romein tot het standaardrepertoire van de Romeinse wandschilderkunst.

Müller is geen nieuwkomer op dit gebied. In twee andere bij Gieben verschenen boeken geeft hij nieuwe interpretaties van de Peleus-en-Thetis-sarcofaag in de villa Albani en de fresco's in de eetzaal van de villa van Fannius in Boscoreale - onderwerpen die door het onderzoek naar de Aldobrandini-bruiloft op zijn weg kwamen. Tezamen vormt dit resultaat van twintig jaar onderzoek een behartigenswaardig pleidooi om bij bestudering van kunst uit de Oudheid niet alleen oog te hebben voor parallellen voor afbeeldingen, maar zich ook af te vragen waaròm iets is afgebeeld.