Enquêtecommissie krijgt geheime deel rapport-Wierenga

DEN HAAG, 11 NOV. De parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden krijgt de beschikking over het geheime deel van het rapport-Wierenga over de IRT-affaire zonder dat een geheimhoudingsverklaring hoeft te worden getekend.

Als de parlementaire commissie uit het rapport wil citeren in haar eigen eindverslag, dan moet ze toestemming hebben van zowel de betrokkene als het kabinet. De regering kan daarbij het staatsbelang inroepen en zo alsnog citaten verbieden. Dat verklaarden gisteravond premier Kok en commissievoorzitter Van Traa.

Door deze afspraak hebben Kok en Van Traa een eind gemaakt aan een slepend conflict tussen het kabinet en de commissie die onderzoek doet naar omstreden politiemethoden bij de opsporing van de zware misdaad. Van Traa wilde kunnen citeren uit het 'geheime deel' van het onderzoek van de commissie-Wierenga naar de gang van zaken die leidde tot de opheffing van het Interregionaal Rechercheteam (IRT) Noord Holland/Utrecht. Het kabinet wilde niet meewerken aan openbaarmaking van de verslagen van getuigenverhoren door de commissie-Wierenga, omdat de getuigen destijds verklaringen hebben afgelegd in de veronderstelling dat die geheim zouden blijven.

Elf van hen wilden dat dat ook zo zou blijven. De enquête-commissie onder leiding van Van Traa wilde ook hun verklaringen gebruiken voor het eindrapport. Desnoods wilde de commissie dit voorrecht via een uitspraak van de Tweede Kamer bij het kabinet afdwingen. Dit is door het akkoord voorkomen.

Met de afspraak is de ministerraad tegemoetgekomen aan de wensen van de enquêtecommissie. Die heeft de ministers Sorgdrager (justitie) en Dijkstal (binnenlandse zaken) vorige week vrijdag een soortgelijk voorstel gedaan als Kok nu doet. De beide bewindslieden zijn daar toen niet op ingegaan. Van Traa toonde zich er gisteravond mee ingenomen dat een “clash tussen kabinet en commissie is voorkomen (...) We moeten alleen nog de puntjes op de i zetten”.