Discretie voorop in zoektocht naar nieuwe NAVO-leider; Tegenstelling tussen Europa en VS mag niet verder escaleren

BRUSSEL/WASHINGTON, 11 NOV. De zestien NAVO-landen gaan op zoek naar nieuwe kandidaten voor de post van secretaris-generaal nu oud-premier Lubbers zich heeft teruggetrokken. De enige overgebleven kandidaat, de Deense oud-minister Uffe Ellemann-Jensen, worden weinig kansen toegedicht, hoezeer Washington hem ook blijft steunen.

Volgens een NAVO-diplomaat kan het nog tot begin volgend jaar duren voordat consensus is bereikt en de hoogste baan bij de NAVO weer bezet is. De ambassadeurs bij de NAVO kwamen gisteren in Brussel bijeen om over de opvolgingskwestie te spreken, enkele uren nadat minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) in Den Haag de terugtrekking van Lubbers bekend had gemaakt. Tijdens de ontmoeting, die minder dan een uur duurde, heeft de Nederlandse ambassadeur bij de NAVO, Veenendaal, zijn collega's formeel op de hoogte gesteld van dit besluit.

De ambassadeurs kwamen gisteren overeen dat ze in het vervolg meer discretie in acht zullen nemen bij hun zoektocht naar een nieuwe NAVO-topman. De lidstaten willen koste wat kost voorkomen dat de huidige tegenstelling tussen de Verenigde Staten en Europa verder escaleert. Washington heeft zich vooral geërgerd aan het feit dat drie belangrijke Europese NAVO-landen, Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk, zich vorige week openlijk achter de kandidatuur van Lubbers schaarden alvorens de Amerikanen om een mening was gevraagd. Die openlijke steunbetuiging, geheel in strijd met de traditie, zou één van de redenen zijn waarom de Verenigde Staten zich tegen de kandidatuur van Lubbers verzetten. De Europeanen van hun kant hebben zich volgens NAVO-bronnen verkeken op de mate waarin Washington zich met de kandidatuur wilde bemoeien.

Volgens diplomaten heeft de opvolgingskwestie pijnlijk duidelijk gemaakt dat de Verenigde Staten en Europa andere accenten leggen in het profiel van de nieuwe NAVO-topman. Terwijl de Amerikanen iemand willen met een militaire achtergrond, die in staat zal zijn om de interventiemacht voor Bosnië onder NAVO-bevel te leiden, schaarden de Europeanen zich de afgelopen weken achter iemand die bekend staat om zijn vaardigheid om compromissen te sluiten. Die laatste kwaliteit zou Lubbers bij uitstek geschikt maken om op lange termijn de Europese defensiepoot binnen de NAVO gestalte te geven. Maar de Amerikanen twijfelden kennelijk aan de capaciteiten van Lubbers om de NAVO in heldere en duidelijke bewoording neer te zetten als militaire defensie-organisatie.

Van een crisissfeer was gisteren niets te proeven op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel. Men is ongelukkig over het feit dat de belangrijkste Europese partners en de Verenigde Staten openlijk van mening verschillen, maar niemand lijkt de zaak op de spits te willen drijven. De voorbereidingen voor een interventiemacht voor Bosnië gingen gisteren onverminderd voort. In NAVO-kringen wordt gesteld dat de NAVO formeel geen leider heeft, maar daarmee niet stuurloos is. “We lijden er niet onder dat er geen secretaris-generaal is”, aldus een NAVO-diplomaat. Het Atlantisch bondgenootschap wordt tijdelijk geleid door de Italiaanse adjunct secretaris-generaal, Sergio Ballanzino, die vorig jaar ook waarnam tijdens de ziekte en na het overlijden van de Duitse secretaris-generaal Manfred Wörner. NAVO-diplomaten stellen wel dat “de post natuurlijk niet eeuwig vacant kan blijven”.

Nu Lubbers zich heeft teruggetrokken, blijft er voorlopig één formele kandidaat over: de Deense oud-minister Uffe Ellemann-Jensen. Niet alle NAVO-landen zijn gelukkig met zijn kandidatuur. Bovendien hebben de vijf grootste Europese lidstaten zich eerder openlijk achter Lubbers geschaard en kunnen ze moeilijk terugvallen op de kandidaat die eerst werd gepasseerd.

Met name in Frankrijk zou weerstand bestaan tegen Ellemann-Jensen, omdat hij slecht Frans spreekt - één van de twee officiële talen van de NAVO - en omdat Denemarken zich zeer kritisch heeft uitgelaten over de hervatting van de Franse kernproeven. Ellemann-Jensen heeft volgende week een ontmoeting met de Franse minister van buitenlandse zaken De Charette. In NAVO-kringen wordt dit niet uitgelegd als een ommezwaai in de Franse sympathieën. In Parijs wordt benadrukt dat de Deense oud-minister al enige tijd op een ontmoeting met De Charette heeft aangedrongen.

Washington zou, behalve uit irritatie over de overhaaste openlijke steun voor Lubbers en zijn gebrek aan militaire achtergrond, ook tegen Lubbers zijn omdat hij al enige tijd uit de actieve politiek is. Maar de redenen die voor het Amerikaans verzet worden aangedragen, blijven gissingen. Ook op het hoofdkwartier van de NAVO heeft de Amerikaanse ambassadeur Hunter niet uitgelegd waarom hij problemen had met Lubbers. De Amerikaanse delegatie bleef tot het moment dat de Nederlandse regering de kandidatuur van Lubbers introk, volhouden dat ze zich alleen verzetten omdat ze meer tijd wilden alvorens een keuze te maken en omdat er nog geen consensus bestond over de kandidaat. Behalve de steun van de Verenigde Staten ontbeerde Lubbers ook de steun van Noorwegen, Denemarken en IJsland die zich nog altijd achter Ellemann-Jensen scharen.

Namen van mogelijke nieuwe kandidaten voor de hoogste NAVO-post worden vooralsnog alleen in het geruchtencircuit genoemd. Zo ciruleert de naam van de Britse minister van buitenlandse zaken Malcolm Rifkind, de Noorse premier Brundtland en, opnieuw, Euro-commissaris Hans van den Broek. De laatste is, in tegenstelling tot Lubbers, goed ingevoerd in veiligheidsvraagstukken en zeker in het conflict in het voormalig Joegoslavië. In Brussel vragen sommigen zich af waarom de Nederlandse regering hem niet naar voren schuift nu Lubbers als kandidaat is weggevallen. Maar minister Van Mierlo heeft er in een vorig stadium op aangedrongen dat Van den Broek op zijn zware post bij de Europese Commissie blijft.

De vrees op het hoofdkwartier van de NAVO is nu dat men bij het zoeken naar een nieuwe kandidaat die voor iedereen aanvaardbaar is, uitkomt bij een matige compromis-figuur. Dat gebeurde vorig jaar ook al met de kandidatuur van de voorzitter van de Europese Commissie toen Lubbers op een Duits veto stuitte en de Belgische premier Dehaene door Groot-Brittannië werd afgekeurd, waarop de Luxemburger Jacques Santer de post kreeg.