Defensie verhoort Nederlandse VN-officieren in het geheim; Spookrijders in Srebrenica

Met de rapportage aan de Kamer over Dutchbat in Srebrenica is de kous niet af. De legertop onderzoekt nu in het geheim de chaos tussen VN, Navo en Defensie. Zagen de VS de Servische aanval aankomen? Liet VN-generaal Janvier de enclave met opzet vallen? Nederlandse officieren in de VN-hiërarchie worden verhoord in de bunker onder het departement. Op basis van vertrouwelijke informatie: het post mortem in de bunker.

Stop, stop, stop! riep de minister in de hoorn. In zijn bunker vijftien meter onder de boetiekjes aan het Haagse Plein zat Joris Voorhoeve aan een schokvast bureau met twee telefoons. Het was kort na drieën, dinsdag 11 juli 1995, de langste dag uit de Nederlandse krijgsgeschiedenis van na de oorlog. De minister was zojuist gezwicht voor 'het terrorisme' (of was het bluf?) van de Serviërs: generaal Ratko Mladic had gedreigd dertig Dutchbat-soldaten te doden als de NAVO niet stopte met het bombarderen van zijn tanks en troepen bij Srebrenica.

In de operations room van de F-16 piloten in Vicenza, Italië, nam kolonel Arjen Koopmans te telefoon aan. Hij wist niet wat hij hoorde. Betekende dat 'Stop! Stop! Stop!' dat hij de luchtaanval moest stopzetten? De vliegtuigen terugroepen? Dacht de minister werkelijk dat hij met één telefoontje de hele NAVO-machinerie buiten werking kon stellen? “Kennelijk had hij van zijn ambtenaren het verkeerde nummer gekregen”, concludeerde Koopmans terugblikkend. Uit balorigheid had hij bijna gezegd (“het lag voor op mijn tong”): vertel de Servische leiders maar dat ze een raket op hun huis kunnen krijgen. Maar in plaats daarvan had hij de minister doorverwezen naar het Zuidelijk Commando van de NAVO in Napels.

Voorhoeves driewerf Stop!, gericht aan een kolonel die niet onder zijn bevel stond, is tekenend voor de haperende communicatie tussen de Haagse bunker, de NAVO in Italië en de VN-commandolijn tijdens de val van Srebrenica. Vier maanden na de verdrijving van de 42.000 moslims uit de door Dutchbat beschermde vallei is het de minister nog altijd niet gelukt de rol van de VN te doorgronden. Waarom heeft Dutchbat niet de luchtsteun gekregen die het was beloofd? En: heeft het VN-opperbevel het Veilige Gebied Srebrenica - en dus ook de vierhonderd Nederlandse peacekeepers - bewust laten vallen om de weg vrij te maken voor een vredesregeling in Bosnië?

“Ik weet het niet”, zei Voorhoeve eind oktober bij de presentatie van het debriefingsrapport over Srebrenica, tot ongeloof van de binnen- en buitenlandse pers. “Als ik het wist, zou ik het u vertellen.”

Dossier

Het zou de minister een lief ding waard zijn om het Dutchbat-dossier te kunnen sluiten, maar daarvoor kent het rapport, dat gebaseerd is op de ondervraging van 460 Joegoslavië-gangers, te veel losse einden. Twee etmalen na de verschijning van het als definitief bedoelde verslag heeft het spitten naar de afgang van Dutchbat alweer een vervolg gekregen: de legertop houdt geheime hoorzittingen met hoge Nederlandse VN-officieren.

Defensie, zo lijkt het, heeft geen idee of er een geopolitiek spel is gespeeld met Dutchbat en de moslims. Hebben Frankrijk en de Verenigde Staten eigenmachtig besloten de safe havens af te schaffen, zonder Nederland daarin te kennen? Of heeft Nederland de voortekenen eenvoudigweg niet gezien?

De vroegste signalen dat Srebrenica ten dode was opgeschreven dateren al van 1994. Achter gesloten deuren in Den Haag hebben de chefs van de defensiestaven van de landen met troepen in Bosnië op 19 en 20 december van dat jaar onder andere de optie besproken om de enclaves op te geven. De Britten stelden voor de VN-troepen uit hun kwetsbare positie te halen: terugtrekking naar centraal-Bosnië, luidde een van hun aanbevelingen ter inleiding van “a more robust approach”. Ook Denemarken opperde de ontruiming van de enclaves, maar dan met medeneming van de moslims. “Het verlaten van de enclaves kan leiden tot de politiek/humanitaire wens (om de bevolking) te herhuisvesten”, schrijven de Deense militairen in hun bijdrage. Ze roepen op alvast voorbereidingen te treffen voor het afvoeren van de vluchtelingen.

Enkele dagen tevoren had minister Van Mierlo in een gecodeerde en 'stringent confidentiële' fax ook gewezen op de kwetsbaarheid van Dutchbat. Op bezorgde toon bespreekt hij de stellingname van secretaris-generaal Boutros-Boutros Ghali, die de enclaves dan nog een laatste kans wil geven. Van Mierlo: “De secretaris-generaal herinnert eraan dat de safe areas in wezen niets meer zijn dan een tijdelijke humanitaire maatregel (...) en geen politiek doel op zich”. Hij constateert dat de harde eisen die de VN-topman stelt aan het voortbestaan van de enclaves - zoals een vrije doorgang voor blauwhelmen, hulpverleners en de bevolking zelf - “practisch niet realiseerbaar” zijn waardoor er “een ernstige impasse is ontstaan”.

Lozen

Wat is er gebeurd met deze signalen, die in de aanloop naar het bloedvergieten in Srebrenica alleen maar sterker zijn geworden? De enige die de wens van de VN om de enclave te lozen op waarde wist te schatten, zo leek het wel, was de Servische generaal Mladic. Dutchbat en een aantal hoge VN-officieren voelden zich in de steek gelaten door het VN-opperbevel, dat het zinkend schip niet wilde redden. Zijn zij om de tuin geleid? En zo ja, met of zonder medeweten van Den Haag?

“De Koninklijke Landmacht is momenteel druk bezig antwoorden te bedenken op de openstaande vragen”, zegt overste Andrew de Ruiter, die ten tijde van “de grootste slachting op Europees grondgebied sinds de Tweede Wereldoorlog” (The Washington Post) een sleutelpost in Sarajevo bekleedde. Op 1 november is hij in de bunker onder het Plein ondervraagd, samen met drie collega-officieren die op verschillende treden in de VN-hiërarchie hebben gediend: kolonel jonkheer Harm de Jonge (in Zagreb), generaal Cees Nicolai (in Sarajevo) en kolonel Charles Brantz (in Tuzla). Een gezelschap dat de media doorgaans niet schuwt, maar dat nu terughoudend is. Gemaakte interview-afspraken worden haastig afgezegd (“Ik mag niet meer praten omdat de minister er een punt achter wil zetten”), nieuwe verzoeken afgehouden (“als het over Srebrenica gaat heb ik geen tijd”).

In het tableau de la troupe van het beraad in de ascetisch-kale bunker figureren verder: bevelhebber der landstrijdkrachten Couzy, chef defensiestaf Van den Breemen, diens plaatsvervanger Schouten, voorlichter Kreemers en notulist Van Dam. Kortom, een gezelschap dat alles op alles zet om de minister niet opnieuw in verlegenheid te brengen. Een tweede bunkerberaad, speciaal over het debriefingsrapport, staat op de rol.

Bij het denkbeeldige terugspelen van de 'film' Srebrenica bleek dat de betrokken Nederlandse officieren “ten prooi gevallen zijn aan een spraakverwarring die mede heeft bijgedragen aan de val van de enclave”, zoals een van de aanwezigen het samenvat.

Om te beginnen was er onenigheid over het mandaat. Welke resolutie was er van toepassing op de Veilige Gebieden? Nummer 836 van 4 juni 1993, die het gebruik van geweld toestaat in antwoord op de eerste de beste granaat op de beschermde zone? Of gold 'Directive 2/95' van 29 mei: 'De uitvoering van het mandaat is ondergeschikt aan de veiligheid van het VN-personeel?' En was de veiligheid van Dutchbat nu juist wel of niet gebaat bij luchtsteun? “Het mandaat was een gedrocht van opeengestapelde resoluties waar je niet zo goed mee uit de voeten kon”, zegt De Ruiter.

Kolonel De Jonge in Zagreb en generaal Nicolai in Sarajevo zagen de minste rek in de regels: luchtsteun mocht alleen worden gegeven als het VN-personeel onder vuur lag. Daar kon voor gezorgd worden: Dutchbat kreeg de opdracht om de Servische opmars met een blokkade van pantservoertuigen te stoppen. “We waren erop uit de Serviërs op die blocking position te laten vastlopen zodat ze op de Nederlanders zouden vuren. Dan pas konden we luchtsteun geven. De veiligheid van de mannen hebben we niet meegewogen. Geen moment”, zei De Jonge eerder tegenover deze krant.

Een van de aanwezigen vindt die gedachtengang 'hypocriet en misdadig'. Na afloop van de sessie in de bunker drong de portee ervan pas goed tot hem door: “Dit is bijna een oorlogsmisdaad tegen de eigen manschappen! Waarom zou Dutchbat per se nog eens de volle laag moeten krijgen terwijl de observatieposten, de beide compounds, het ziekenhuis en het PTT-gebouw van Srebrenica al dagenlang met tanks en mortieren werden bestookt?”

Toen de langverwachte luchtaanval in de nacht van maandag 10 op dinsdag 11 juli via gecodeerde berichten werd aangekondigd, bleek er onder de officieren een misverstand te bestaan over de schaal van het bombardement. In Srebrenica en ook in Den Haag rekende men op een luchtvloot van zestig toestellen, in Tuzla op minstens veertig, terwijl generaal Nicolai in Sarajevo uitging van een andere berekening: “twee keer zes is twaalf, dat wil zeggen: veertig in totaal als je alle ondersteunende toestellen meetelt”.

Procedure

Terwijl Dutchbat steeds verder in het nauw werd gedreven, ruzieden de officieren over de te volgen procedure bij de inzet van de NAVO. Viel het plan om veertig Servische stellingen tegelijk uit te schakelen onder close air support (VN-jargon voor luchtsteun op verzoek van de commandant in het veld) of ging het om een airstrike (een van hogerhand bevolen strafexpeditie)? Zagreb en Sarajevo waren overtuigd van het eerste, Tuzla en Srebrenica van het laatste. “Ik begrijp nog steeds niet hoe dat misverstand kan zijn ontstaan”, zegt overste De Ruiter.

Het gevolg is aanzienlijk duidelijker: Nicolai en De Jonge zaten op het beslissende moment te wachten op een aanvraag tot luchtsteun uit Srebrenica, terwijl Dutchbat de hemel aftuurde op zoek naar de beloofde 'armada van F-16's' die niet kwam.

Nederland voert niet het bevel over het VN-leger in Bosnië. Maar de korte keten van hooggeplaatste Nederlandse VN-officieren, het hotline-contact met minister Voorhoeve in Den Haag, het uit Assen afkomstige bataljon op het slagveld, de Friese F-16 piloten in de lucht - dat alles brengt het falen van Dutchbat terug tot een Hollands drama bij uitstek. Tenzij natuurlijk mocht uitkomen dat de VN-top de moslims van Srebrenica, plus Dutchbat, heeft geofferd als pionnen in de strijd voor de vrede. In dat geval verandert de Nederlandse rol van 'toeschouwer bij genocide' (zoals de Bosnische premier Haris Silajdzic heeft gezegd) in die van slachtoffer. Geen krant zou dan nog schrijven wat de Britse The Independent schreef: 'Dutch peacekeepers welcomed the Serb killers'.

Janvier

De speurtocht van de Nederlandse legertop spitst zich toe op de houding van de Franse VN-bevelhebber Bernard Janvier. Heeft hij de verdediging van Srebrenica uit de lucht met opzet vertraagd totdat het te laat was?

Al op 24 mei had generaal Janvier in New York hardop gezegd dat Dutchbat in Srebrenica “van weinig nut” was. De VN-troepen in de Veilige Gebieden zijn permanente gijzelaars, ze zijn “geïsoleerd, slecht bewapend en kwetsbaar”, wat de verdediging van de enclaves uit de lucht compliceert, zo hield hij de vergadering van landen met troepen in ex-Joegoslavië voor. Janvier: “Laten we pragmatisch en eerlijk zijn tegenover diegene wier veiligheid in onze handen rust: waag je niet in het onweer zonder bliksemafleiders”.

Srebrenica was overgeleverd aan de grillen van de Serviërs. Die knepen de toevoer van brandstof en voedsel af, zodat Dutchbat op het laatst eieren en bosjes radijs moest kopen van de moslims. De boodschap van Janvier was dan ook - in de woorden van een VN-officier eerder in deze krant: “Ontsla mij van de plicht de safe havens te verdedigen”.

Een afschrift van deze toespraak is in Den Haag nog altijd onvindbaar, zo bleek tijdens het beraad in de catacomben onder het ministerie van Defensie.

De Britse oppositieleider Paddy Ashdown wil met de uitgelekte toespraak van Janvier in de hand vragen stellen in het Lagerhuis. In Nederland eisen het CDA en Groenlinks opheldering over de rol van Janvier. Schiet de minister van defensie in zijn uitleg tekort, dan wil de Kamer openbare hoorzittingen houden met in elk geval het drietal Nicolai, De Jonge en Brantz.

Kolonel De Jonge, die in Zagreb bij de force commander aan tafel zat, herinnerde zich in de bunker een merkwaardig telefoontje dat Janvier daags voor de val van Srebrenica had gevoerd. De generaal sprak in rad en onnavolgbaar Frans - met wie? “Chirac”, opperde een van de aanwezigen. “Tja”, zegt overste De Ruiter, “het kan net zo goed generaal Gobilliard geweest zijn. Dat is ook een Fransman.”

De Franse president zou instructies hebben gegeven om de enclave niet te behouden - een gerucht dat op dezelfde dag door de Berlijnse Tageszeitung werd onderbouwd met verwijzing naar bronnen in Parijs en Zagreb: 'Franse VN-commandant liet Srebrenica vallen - op directe aanwijzing van Chirac'. De retoriek van de Franse president, die kort na de Servische triomf aanbood om de enclave met geweld te heroveren, krijgt op slag een andere ondertoon. Diende dat aanbod er toe om de aandacht af te leiden van de veronderstelde ingreep van Frankrijk in de VN-bevelvoering?

Overste De Ruiter ziet echter geen boos opzet. Net als kolonel De Jonge kan hij niet geloven dat zo'n “integere en professionele militair” zijn eigen troepen, ook al komen die uit Nederland, in de steek zou laten.

Amerikanen

De beroering op het ministerie van Defensie wordt gevoed door de berichten (voor het eerst in het New Yorkse blad Newsday, later in de Duitse pers) dat de Amerikanen op de hoogte waren van de Servische veldtocht. Uit onderschepte radiogesprekken zou blijken dat de aanval vanuit Belgrado is geleid, en met hulp van tanks van het Joegoslavische leger is uitgevoerd.

“Waarom, in godsnaam, hebben de Amerikanen ons niet gewaarschuwd?” vroeg kolonel De Jonge zich in september hardop af tegen een groep verslaggevers in Duitsland.

Minister Voorhoeve, geschrokken, heeft op 6 oktober tijdens de NAVO-top in Williamsburg, Virginia, zijn ambtgenoot William Perry op dit punt aangesproken. In het geschreven antwoord, waarin het Amerikaanse tijdschrift The New Republic inzage heeft gehad, neemt Perry een formeel standpunt in: “Het opnieuw in ogenschouw nemen van de intelligence voorafgaand aan de tiende juli heeft geen tastbaar bewijs aan het licht gebracht van het (Servische) voornemen om het Veilige Gebied compleet in te nemen”. Voorhoeve heeft volgens dezelfde bron 'verheugd' op deze uitleg gereageerd.

Ook de chef defensiestaf Van den Breemen heeft navraag gedaan, en wel bij de hoogste Amerikaanse militair, John Shalikashvili, die hem “met de hand op het hart” zou hebben verzekerd dat zijn inlichtingendienst geen cruciale gegevens heeft verzwegen.

Blijft over de vraag: waarom kunnen de Amerikanen met hun onbemande spionagevliegtuigjes en satellieten wel zeshonderd bijeengedreven moslims op een voetbalveldje fotograferen, zoals twee dagen na de val van Srebrenica is gebeurd, terwijl de samentrekking van Servische tanks en troepen aan hun oog ontsnapt zou zijn?

De rol van minister Joris Voorhoeve zelf, onder Srebrenica-gangers liefkozend Jovo genoemd, bleef tijdens het overleg in de bunker onbesproken. Generaal Nicolai uit Sarajevo denkt ook niet dat die er toe doet: “Den Haag heeft met de hele gang van zaken geen iota te maken. Een land dat zijn troepen afstaat, draagt alle zeggenschap over aan de VN. Politici moeten hun mond houden en toekijken.”

Toch is dat niet wat Voorhoeve heeft gedaan. Nadat hij dinsdagmiddag 11 juli vergeefs bij de vliegers in Italië had aangedrongen om een derde 'wave' van gevechtstoestellen (twee stuks) terug te roepen naar hun basis, belde hij met meer succes naar het VN-hoofdkwartier in Zagreb. Janvier bleek het helemaal met hem eens over de zinloosheid van de ingezette luchtactie, zo rapporteerde hij aan de Tweede Kamer. De NAVO werd bedankt, de enclave viel.

Voor admiraal Leighton Smith van het Zuidelijk Commando van de NAVO in Napels was de kous daarmee niet af. “De VN-macht heeft, om hen moverende redenen, ons tot laat in de middag niet gevraagd om luchtsteun te geven”, zei hij op een persconferentie op 12 juli. “Tegen die tijd was de situatie voorbij het punt dat we de loop der gebeurtenissen nog konden beïnvloeden (...) Natuurlijk zal het verlies van Srebrenica door sommigen worden gezien als een mislukking. Ik zou u echter willen vragen om die kwestie voor te leggen aan de VN.”

De minister heeft altijd volgehouden dat hij een voorstander was van massale luchtsteun bij Srebrenica (“dat was het soort steun dat we nodig hadden”). Maar The Washington Post berichtte eind oktober, verwijzend naar diplomatieke telegrammen, dat minister Voorhoeve “de situatie in de enclave herhaaldelijk als 'hopeloos' afschilderde en dat hij zich verzette tegen luchtaanvallen van de NAVO.”

Inpakken en wegwezen

Niet bekend

Het draaiboek voor een reddingsoperatie bestond al sinds 1994 en is aangescherpt door de derde en laatste lichting Dutchbatters. In geval van nood dienden alle Nederlanders zich op een heuveltop te verzamelen, vanwaar ze als drenkelingen door transporthelikopters zouden worden opgepikt. Uit een vertrouwelijke notitie van 4 september 1994 ter voorbereiding van een gesprek tussen de chef defensiestaf en de minister komt naar voren welke afwegingen er zijn gemaakt. “Evacuatie door de lucht onder gevechtsomstandigheden is haalbaar”, zo stelt de legerleider. Hij houdt er echter rekening mee dat de moslims zullen proberen om de vlucht van Dutchbat te verhinderen. “Het vertrek zal voor de bevolking onverwacht en snel moeten plaatsvinden, zodat grote aantallen slachtoffers kunnen worden vermeden (...) Er kan echter een situatie ontstaan waarbij een afweging moet worden gemaakt tussen veel burgerslachtoffers en slachtoffers bij Dutchbat.”

Het ingecalculeerde verzet is later 'afgekocht' in een deal met de moslims. De prijs? Achterlating van al het wapentuig: pantservoertuigen, jeeps, vrachtauto's, mortieren, antitank-raketten, geweren, mijnen, munitie - alles. Hoewel er al een geschikte heuvel was uitgekozen, leek de blinde paniek onder de bevolking de vlucht-optie in de weg te staan.

“Je kunt niet in een heli stappen als er duizenden mensen omheen staan die ook mee willen”, zegt een van de aanwezigen bij het bunkerberaad. “Stel dat Dutchbat er net als de Amerikanen destijds vanaf het dak van hun ambassade in Saigon vandoor was gegaan, zoals de minister heeft voorgesteld. Dan zat Nederland nu met een Vietnam-syndroom.”