'De vijand van goeie humor is de mening'

Herman Koch (Arnhem, 1953) is schrijver (zijn romandebuut Red ons, Maria Montenelli verscheen in 1989) en televisiemaker. Samen met Kees Prins en Michiel Romeyn maakt hij sinds 1990 voor de VPRO het programma Jiskefet. Volgend jaar zijn daarvan nieuwe afleveringen te verwachten. Tot die tijd worden (elke dinsdag) twaalf afleveringen uitgezonden van Debiteuren/Crediteuren, waarin 'de jongens' samen met Annet Malherbe voortborduren op de kantoorscènes uit Jiskefet:

“Ik ken heel veel grappige mensen met een mank been. Humor ontstaat altijd uit een soort gebrek. Ik was altijd, en ben nog steeds, een verlegen persoon. Toen ik een jaar of zeven was, zei mijn moeder dat ik nooit moest proberen om populair te worden door de paljas uit te hangen. Het lukte me altijd om een groepje om me heen te verzamelen, omdat ik zo lollig was. Dat vond mijn moeder goedkoop. Makkelijk succes. Maar je wordt nu eenmaal nooit precies wat je moeder heeft gewild.

Debiteuren/Crediteuren schudden we inderdaad een beetje uit onze mouw. Vantevoren zetten we alleen een lijntje uit. We bedenken bijvoorbeeld dat Edgar zijn konijn meeneemt naar kantoor. En we bepalen wanneer iemand opkomt of afgaat. Maar voor de rest staat er geen letter op papier. Meestal horen we pas tijdens de opnamen welke verhalen Storm, Edgar of ik te vertellen hebben. Daar ga je heel aandachtig van luisteren. Ellen Jens, die de cameraregie doet, zegt altijd erg benieuwd te zijn naar wat we gaan doen. Als de opnamen beginnen, weet ze weet alleen dat er een konijn in een la ligt. We repeteren nooit en we doen zelden iets over.

Het probleem van Nederlandse komische tv-series is dat er zo lang aan wordt gewerkt, met uitgeschreven scripts en vooral ook met dramaturgen. Dan wordt het dus niks. Die series proberen ook vaak de Engelse en de Amerikaanse comedy te imiteren. Daarom komen ook bij ons nikszeggende figuren uit een nieuwbouwwijk opeens met gevatte one-liners aanzetten. Amerikanen praten nu eenmaal in one-liners, maar Nederlanders niet. Die zeuren en kankeren. En juist daarmee wordt bijna nooit iets gedaan.

Debiteuren/Crediteuren lijkt erg op een comedy als Are You Being Served?, maar het is eerder een momentopname van wat er op kantoor kan gebeuren. Ik zou zeggen: kantoordrama. En het is erg Nederlands: die combinatie van eigenlijk in therapie willen en tegelijkertijd de leukste mens van de wereld gevonden willen worden.

Eigenlijk analyseer ik niet graag wat ik doe. Dat remt je in wat je allemaal nog kunt doen. Als je er echt over na zou gaan denken, dan zou het bijna verantwoord worden.

Het kantoor is ontstaan uit de vrees voor small talk, de angst voor het babbeltje op de hoek met je buurman. Slechte humor blijkt ongelofelijk goed te gedijen. Het publiek dat de opnamen van Debiteuren bijwoont, lacht even hard om de slechte als om de goede grappen. We hebben het nooit geambieerd, maar opeens concurreer je mee met komische series als Vrienden voor het leven. Ik vind het niet erg om net zo goed te zijn in slappe grappen als al die anderen. Deze vorm stelt ons daartoe in staat. Het terrein van de smakeloze humor gaan we de komende jaren nog helemaal uitputten, totdat niemand meer aan durft te komen met een nieuwe comedy-serie voor RTL4. Omdat wij al leuker zijn geweest.

Het kantoor is iets van ons vieren. De Dierenwinkel is meer mijn gedoe. Zo'n winkel met kartonnen dozen en één klant. Een vreemde wordt meestal weggekeken. Hoe slecht het contact ook is tussen klant en verkoper, eigenlijk willen ze er niemand meer bij hebben. Voor hen is hun contactgestoorde contact al goed genoeg. Voor veel mensen is dat een normale omgangsvorm.

Jiskefet en Debiteuren/ Crediteuren hebben een moraal, noch een boodschap. Wel zou ik het aardig vinden als iemand naar Opsporing verzocht kijkt en dan denkt: dat heb ik toch al eens in Jiskefet gezien? Het zou aardig zijn als mensen de televisie iets minder voor lief zouden nemen. Dat ze de vorm gaan doorzien. Nu neemt men een verslaggever nog serieus, louter op grond van het feit dat hij naast het graf van Rabin staat.

Waarom zou je, als je humor maakt, een mening of een moreel oordeel moeten hebben. Men is enorm geconditioneerd door Freek de Jonge en Youp van 't Hek. Er moet altijd ergens een mening over zijn. Over voetbal in Argentinië, spreekkoren op de Ajax-tribune of over de Franse kernproeven. Dat zijn nou precies kwesties waar je je niet mee in moet laten. De vijand van goeie humor is de mening. Voor Van 't Hek en De Jonge moet je de NRC gelezen hebben. Anders kun je ze niet volgen. Ze zijn net zo vluchtig als de krant van gisteren. De zaken waar wij iets mee doen (ik zeg niet: parodiëren) verdwijnen niet. Kernproeven zijn op een gegeven moment voorbij. Het is op zichzelf niet verkeerd om er tegen te protesteren, maar ik ben heel cynisch over die honderdduizenden volgelingen die van de ene mode op de andere overspringen.

De enige morele functie van humor is dat je kritisch blijft kijken. Ik hoop dat mijn zoon, die nu dertien maanden oud is, later niet mee gaat waaien met heersende modes. Stel, mijn zoon dwaalt later door de woestijn en hij komt Henk Binnendijk tegen. En een paar honderd meter verderop staat een heroïnekraam. Dan hoop ik dat hij voor de heroïne kiest. Want het allerergste vind ik de kunstmatige gelukkigheid van een geredde verslaafde. Je kunt beter honderd procent ongelukkig zijn dan gelukkig bij de EO. Zo hoop ik ook dat mijn zoon later niet om Freek de Jonge zal lachen. Maar je zult zien dat hij juist gaat vallen voor het Nederlandse cabaret. De Jonge is toch een soort auto-alarm dat afgaat. Je denkt: mijn god, mijn auto wordt gestolen. Maar uiteindelijk blijkt dat iemand alleen maar even tegen je auto leunde. Ondertussen is wel de hele buurt wakker. Wakker voor niks.''