De ene foto-opdracht is de andere niet

In zijn artikel 'Eén nationale foto-opdracht is genoeg' formuleert Wim Vroom, de drijvende kracht achter de jaarlijkse opdrachten van het Rijksmuseum van 1975 tot 1994, zijn bedenkingen bij de nieuwe foto-opdrachten, 'PhotoWork(s) in Progress' van de Mondriaan Stichting en het Nederlands Foto Instituut. (NRC Handelsblad, 12 oktober).

Vroom pleit voor een 'ineenschuiven' van de opdrachten van het Rijksmuseum en die van het Foto Instituut/Mondriaan Stichting. Zijn voornaamste argument daarvoor is dat Nederland simpelweg te klein is voor twee, naast elkaar bestaande 'nationale' opdrachten. Het samenvoegen van budgetten en expertise zou beter zijn.Een dergelijke verregaande vorm van samenwerking ligt minder voor de hand dan Vroom suggereert, omdat beide initiatieven duidelijk verschillen in doelstelling. Dit leidt tot andere keuzes van fotografen en andere presentatievormen.Bij grote fotografie-documentaires kunnen we grofweg twee soorten onderscheiden. Aan de ene kant de foto-essays, die als voornaamste doel hebben: het vastleggen van situaties en gebeurtenissen die voor latere generaties van belang kunnen zijn. Anderzijds de fotodocumentaires met op de eerste plaats een functie in het hier en nu: het vastleggen van situaties en gebeurtenissen om een bijdrage te leveren aan een actueel debat of zelfs een discussie op gang te brengen. In beide gevallen gaat het om visies van hedendaagse fotografen op aspecten van de werkelijkheid, maar in het eerste geval staat vooral het documenterende karakter van de fotografie centraal en in het tweede geval het opiniërende karakter.

Dit verschil vereist ook een verschil in houding van de fotografen. Voor de documenterende fotografie zal de fotograaf met zijn visie op het onderwerp naar een soort compleetheid willen streven. Voor de opiniërende fotodocumentaires maakt de fotograaf andere keuzes. Hij zit dichter op het onderwerp, moet zoeken naar een prikkelende, aandacht trekkende beeldtaal en strategie, waarbij niet zozeer de complexiteit van de werkelijkheid de keuzes bepaalt als wel de opinie, die overtuigend zal moeten zijn. De Rijksmuseum-opdrachten vallen in de eerste categorie fotoprojecten, Photowork(s) in Progress wil tot de tweede behoren.

Dit verschil in doelstelling heeft niet alleen gevolgen voor de keuzes die de fotograaf maakt, maar ook voor de wijze waarop de resultaten gepresenteerd worden. Een voorbeeld. In 1988 was het onderwerp van de Rijksmuseum-opdracht: het Nederlandse landschap. Enkele jaren later verstrekte de Rijks Planologische Dienst vier opdrachten met een vergelijkbaar thema: landschappelijke gebieden in Nederland, die in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) VROM zijn aangewezen voor toekomstige woningbouw.Wie over vijftig jaar de resultaten van de Rijksmuseum-opdrachten bestudeert, zal een goed genuanceerd beeld krijgen van de landschappelijke realiteit van Nederland aan het eind van de jaren tachtig. De resultaten van de opdrachten de RPD hebben deze verdienste niet. De foto's van de gekozen VINEX-locaties vormen geen samenhangend geheel. De presentaties kregen een vorm die bij het doel van de opdracht en de intenties van de aangezochte fotografen pasten en varieerden onderling dan ook sterk.

Het aantal mogelijke en interessante foto-opdrachten in Nederland wordt niet bepaald door de omvang van het land, maar door de aanwezigheid van het aantal opdrachtgevers met een heldere visie op de betekenis en het gebruik van fotografie binnen hun eigen doelstellingen.

Het Nederlands Foto Instituut is geen museum, heeft geen collectionerende of archiverende taak, maar wil met Photowork(s) in Progress een bepaalde vorm van fotografie ondersteunen en verder helpen. Als de fotografie wil overleven en haar maatschappelijke betekenis en functie wil versterken, zich niet wil terugtrekken in de wereld van oude ambachten en schone kunsten, dan moet er gezocht worden naar nieuwe, aansprekende, doeltreffende vormen en benaderingen. De mogelijkheden voor fotografen om uitgebreide en diepgravende foto-essays te publiceren zijn momenteel zeer beperkt. Alleen al om die reden zou het samensmelten van de Rijksmuseumopdrachten met die van Photowork(s) tot één nationaal project een verarming betekenen voor de Nederlandse documentaire fotografie.Het Rijksmuseum heeft in de loop der jaren een belangwekkende collectie fotografie opgebouwd, die naast die documenterende waarde ook van betekenis is voor de bestudering van de fotografiegeschiedenis. De opdrachten hebben een aantoonbaar positief effect op de fotografische infrastructuur in Nederland. Zo is er, sinds midden jaren tachtig langzaam maar zeker op lokaler niveau een soort “foto-opdrachtencultuur” aan het ontstaan, waarbij steden en provincies jaarlijks grotere opdrachten aan fotografen verstrekken die geschoeid zijn op de leest van de Rijksmuseumopdrachten.Laat het Rijksmuseum de ingeslagen weg toch alsjeblieft vervolgen en laat PhotoWork(s) in Progress daarnaast haar eigen bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de fotografie. Dan zijn in Nederland op nationaal niveau beide soorten fotografie vertegenwoordigend, de één vooral documenterend, de andere vooral opiniërend.