Betty Boothroyd, Madam Speaker; Strenge meesteres van het Lagerhuis

PAUL ROUTLEDGE: Madam Speaker. The Life of Betty Boothroyd

262 blz., geïll., HarperCollins 1995, ƒ 56,70

In de Paasvakantie trok een groepje Britse toeristen door het Atlas-gebergte in Marokko. Het werd noodweer en een aardverschuiving versperde de enige weg terug naar de beschaving. Er was niets aan te doen: de groep, onder wie een gezette dame met wit haar en een harde stem, moest zich in de stromende regen, wadend door snelstromende riviertjes en wegduikend voor vallend gesteente, te voet een weg banen door een ravijn om de dichtstbijzijnde nederzetting te bereiken. Moe, bemodderd, maar opgelucht kwamen ze uiteindelijk in een dorpje aan. Dank zij de satelliettelevisie werd de dame met het witte haar zelfs hier direct en vreugdevol herkend. “Aaah, Miss Betty Boothroyd. Order, order!”

We danken dit verhaal aan Betty Boothroyd zelf. Madam Speaker is er de figuur niet naar het eigen licht onnodig onder de korenmaat te steken. Na drie jaar over het Britse Lagerhuis te hebben gepresideerd (de eerste vrouw in die rol in de 700 jaar dat het instituut bestaat), is zij voor grote delen van de wereldbevolking - vooral in Amerika - een cult-figuur geworden. De post bezorgt haar wekelijks honderden brieven van bewonderaars uit alle windstreken en de lijst van verzoeken om interviews telt meer dan tweehonderd namen. De eerste moeder van 'de moeder van alle parlementen' is een internationale beroemdheid en tenminste nog één bewijs dat Groot-Brittannië een land apart is gebleven. Want waar elders tremt een mevrouw met een stem als een viswijf en de beslistheid van een schooljuf zo'n heksenketel van schreeuwende parlementariërs voor het oog van de camera's zo doelmatig in de houding?

Dit imago, van een kruising tussen een barjuffrouw en een schoolmeesteres, is natuurlijk niet het parlementaire boegbeeld dat Betty Boothroyd wil propageren. Zij staat op respect voor de waardigheid van de functie: die van verdediger van de belangen van het parlement en van de parlementariërs, ongeacht de partij waartoe zij behoren. Honderdvierenvijftig Speakers zijn haar door de eeuwen heen voorgegaan en van hen zijn er acht door het gekroonde hoofd-van-de-dag geëxecuteerd vanwege hun onbeschaamdheid. Die achtergrond ligt ook ten grondslag aan het bizarre ritueel, waarmee de verkiezing van de Speaker tot op de dag van vandaag nog gepaard gaat.

Volharding

“Nee, nee, nee.” Een weerspannige Betty Boothroyd liet zich op 27 april 1992, kort na een vierde achtereenvolgende verkiezingsoverwinning van de Conservatieve Partij, van haar plaats op de Labour-banken naar de Speakers-zetel trekken. In werkelijkheid had ze daar wel naartoe willen hollen. Paul Routledge, politiek redacteur van The Independent on Sunday en schrijver van Madam Speaker, een net verschenen biografie over Betty Boothroyd, maakt aannemelijk dat zij vanaf het moment dat ze negentien jaar eerder het Lagerhuis betrad, haar zinnen op de functie heeft gezet. Volharding en afzien zijn Betty Boothroyd niet vreemd. Ze wachtte eerder zestien jaar op een kiesdistrict dat haar als Labour-afgevaardigde naar Westminster zou willen afvaardigen. Vier keer ging een parlementszetel haar neus voorbij. Pas de vijfde keer kreeg ze een veilige Labour-zetel: West Bromwich in Staffordshire.

“Toen ik zo'n jaar of twintig was dacht ik er niet aan dat ik ooit MP zou kunnen worden”, zei Betty Boothroyd na haar verkiezing als Speaker. “Ik zag mijzelf altijd als de secretaresse van de plaatselijke partij-organisator, de drijvende kracht achter de troon, omdat ik een vrouw was en toen nog dacht dat dat het hoogste was wat een vrouw kon bereiken”.

Die uitspraak is nogal verhullend. In feite had Betty Boothroyd lang en letterlijk op twee benen gehinkt. Eén teen reikte naar de politiek, maar de andere raakte aan de planken. Als klein meisje wilde ze maar één ding: dansen. Haar ouders hadden zich elke luxe ontzegd om hun dochter de danslessen te gunnen waarnaar ze zo hunkerde. En het had een haar gescheeld, of Betty Boothroyd was niet in het Paleis van Westminster terecht gekomen, maar in het Londense Palladium als een soort bunny. Zeker is dat het provinciaaltje uit Dewsbury (bij Leeds) tijdens de oorlog in haar vrije tijd danste en zong met een band, The Swing Stars. De militairen langs de kust van Yorkshire waren wild enthousiast. Een vriendin uit die tijd zegt tegen Routledge: “Als ze toen al zo'n zaal vol soldaten aankon, dan zie ik niet hoe een troep Lagerhuisleden nu een probleem voor haar kan zijn”.

Tiller-girl

Het grote mysterie dat echter tot vandaag de dag om Betty Boothroyd heen hangt - en dat ze zelf zorgvuldig heeft gecultiveerd - is dat van haar korte carrière als Tiller-girl. Het etiket 'Tiller-girl' betekent zoveel als danseres in het Londense equivalent van de Folies Bergères. Het idee dat 'Madam Speaker' ooit in een veren pakje de benen omhoog heeft gegooid, geeft aan de saaiere momenten van het politiek bedrijf een pikanterie die Betty Boothroyd in zo'n overwegend door mannen beheerste omgeving weet uit te buiten. De Britse schandaalpers heeft zich ten tijde van haar benoeming als Speaker het vuur uit de sloffen gelopen om de hand te kunnen leggen op een foto uit die naoorlogse periode, waarin ze haar kunsten in de chorus line zou hebben vertoond. Tot op heden was dat tevergeefs.

Routledge sprak met 'Tiller-girls' van destijds: niemand die zich Betty als één van hen herinnert. En mevrouw de Speaker zelf? Hoe gestager zij klom op de politieke ladder, des te vager zij werd over haar eertijds stellige bewering dat ze één van de befaamde kickers in Tillers dansgroep is geweest. In het laatste interview over dit onderwerp zegt ze: “Ze misten me thuis zo erg dat ik het na een jaar (als showgirl in Londen) wel voor gezien hield. Het is een episode die sindsdien buiten alle proporties is opgeblazen.”

Betty Boothroyd werd het socialisme met de paplepel ingegoten. Ze is het kind van een oudere vader en een jonge moeder, beiden textielwerkers, beiden Labour-activisten, die zeven maanden voor haar geboorte met elkaar waren getrouwd. Het was het begin van de grote, vooroorlogse depressie. Betty's ouderlijk huis was er één van die onafzienbare rijen arbeidershuisjes, in de schaduw van de textielfabriek. Ze herinnert zich hoe in de winter gebeden werd dat het zou gaan sneeuwen. In dat geval zou er misschien de volgende morgen bij de gemeente werk zijn voor haar werkloze vader als sneeuwschuiver.

Ambitie

De ouders adoreerden hun enig kind. Vader Boothroyd glom van trots toen Betty in 1942 een beurs kreeg voor de technische school. Zijn ambitie voor haar reikte tot de hoogste post die hij zich kon voorstellen: die van een baan in het gemeentehuis. Geen wonder dat Betty op haar zeventiende haar biezen pakte en - kortstondig - haar geluk in het Londense Soho zocht.

Na het showbusiness-avontuur wijdde Betty haar energie aan de Labour League of Youth - het Britse equivalent van de AJC - waarin politiek idealisme en sociale gezelligheid samengingen. Die organisatie werd haar paspoort naar de landelijke politiek. Dennis Healy hoort haar spreken in een landelijke welsprekendheidswedstrijd voor jonge socialisten en omdat hij de jury was, koos hij haar als winnaar. Drie jaar later zat Betty Boothroyd in het Lagerhuis, als secretaresse van twee Labour-MP's tegelijk. De één was de ultra-linkse Barbara Castle, de ander de haut bourgeois advocaat, diplomaat en atlanticus Geoffrey de Freitas. En die leidde de kersverse vertegenwoordigster van de werkende klasse al snel naar rechts in de Labour Party. Toen de partij in de jaren tachtig zowat uiteenscheurde over de vraag of de socialistische dan wel de sociaal-democratische koers de juiste was, schaarde Betty zich aan de zijde van de Healy's en de Kinnocks en vocht mee tegen de Foots en de Benns.

Niet dat ze bijzonder opviel. Routledge doet zijn best Betty Boothroyd te presenteren als een Lagerhuislid dat zich ogenblikkelijk profileerde als pleitbezorgster voor consumentenbelangen, 'de heldin van de huisvrouw'. In feite profileerde ze zich helemaal niet. Althans niet voor de buitenwereld. Want Betty Boothroyd werd al gauw gevraagd als assistant-whip, een functie die zich niet verenigt met uitbundig parlementair debat. Whips moeten hun hun partijgenoten in het parlement de fractiedwang opleggen, letterlijk de meute bijeenhouden, en van hen wordt verwacht dat ze niet alleen meedogenloos zijn maar ook alle geheimen uit het privé-leven van hun collega's weten. Als zo'n collega weerspannig is, dan zijn het de whips die kunnen dreigen dat namen genoemd en maîtresses gememoreerd zullen worden.

Ook na het vervullen van haar taak als whip maakte Betty Boothroyd geen aanstalten zich alsnog in de grote parlementaire debatten te storten. In plaats daarvan probeerde ze benoemd te worden in commissies. Destijds begreep niemand waarom ze een dergelijk bestaan buiten de publiciteit ambieerde. Achteraf gezien is veel duidelijk geworden. Van het moment af dat ze in 1987 onder de Tory-parlementsvoorzitter Bernard Weatherill tot Deputy-Speaker werd gekozen, was 'onze Betty' al 'lady-in-waiting'.

Toga

Miss Boothroyd zelf kwam echter over een dergelijke ambitie geen zucht over de lippen. Wel liet zij naar eigen ontwerp een Deputy-Speaker's toga maken bij modekoning Hardy Amies en cultiveerde haar contacten met parlementariërs van alle tien politieke partijen die in het Lagerhuis vertegenwoordigd zijn. Toen Weatherill zijn aftreden aankondigde, liet hij discreet weten dat Boothroyd - hoewel uit de Labour Party- zijns inziens de enige geschikte kandidaat was om hem op te volgen. Omdat Weatherills eigen partijgenoten in hun verwarring over diens plotse vertrek vijf kandidaten naar voren schoven, kon het Boothroyd-kamp 72 Conservatieven zover krijgen voor haar te stemmen.

Zo schrijdt Madam Speaker dan nu bijna dagelijks, en zichtbaar genietend van het ceremonieel, in haar toga met sleepje, plechtig opgehouden door de sleepjes-drager, voorafgegaan door de doorkeeper van de Commons Bar en door de Sergeant-at-Arms met de Mace, en gevolgd door slippendrager, predikant en secretaris, door de gangen van het Paleis van Westminster en knikt minzaam naar het publiek. De plechtige processie wordt aangekondigd door de galmende kreet van de dienstdoende politieman: “Spea-ker!” En dan de vermaning aan loslopende bezoekers: “Hats off, strangers!!”

Het politieke Nirvana dat Betty Boothroyd heeft bereikt betekent een status als op één na belangrijkste (na de premier) burger van het land, een ministerssalaris van 70.000 pond, een luxueus staatsappartement onder de klok van Big Ben, een auto met chauffeur, personeel en een budget van 120.000 pond voor ontvangsten en reizen. In het Lagerhuis moeten de leden voor haar buigen, ze moeten gaan zitten wanneer zij staat en ze moeten zich neerleggen bij haar beslissingen over de amendementen bij een wetsontwerp die ze wèl en niet besproken wenst te zien. Met haar directe medewerkers bespreekt ze vóór een debat welke Lagerhuisleden er mogelijk iets willen zeggen over het onderwerp dat ter tafel komt. Zo bepaalt ze welke van de parlementariërs, die opstaan van hun banken om iets te zeggen of te vragen, het woord zullen krijgen.

Accent

Het snobistische kamp in het Lagerhuis stoort zich aan de manier waarop Betty Boothroyd na de vragenkwartiertjes aan de premier, met onuitwisbaar Yorkshire-accent pleegt te roepen: Time's up! “Alsof ze een handdoek over de bierpomp legt,” zegt een Tory-MP. Maar parlementaire redacteuren van de Britse dagbladen vermoeden stuk voor stuk dat veel Lagerhuisleden het heerlijk vinden zo streng te worden toegesproken door een dame, die - aldus de Britse editie van Elle - “seks lekte uit al haar poriën” toen ze jong was.

Belangrijker is de vraag of Boothroyd een rol speelt in het debat over de vraag of het parlement van Westminster nog wel efficiënt functioneert. Is Prime Ministers Question Time, met zijn rituele overbodige eerste vraag en het gejoel over en weer tussen de banken, nog wel een geschikte vorm om de uitvoerende macht te controleren? Verdraagt het eindeloze scoren van partijpolitieke punten onder het oog van de televisiecamera's zich met de indruk van het publiek dat hier van toenemende irrelevantie sprake is, en dat - na het schandaal met de betaling voor vragen - Lagerhuisleden alleen uit zijn op eigen gewin? Er is tot nu toe niets dat erop wijst dat Betty Boothroyd deze fundamentele twijfels begrijpt en een halt weet toe te roepen.

“Geen enkel openbaar instituut kwam minder ongeschonden uit de Thatcher-vuurstorm van de jaren tachtig te voorschijn dan het Britse parlement”, schreef de diplomaat Charles Powell, Mrs Thatchers adviseur voor buitenlandse politiek, onlangs misprijzend in de Sunday Telegraph. Een partijgenoot van Boothroyd in het Hogerhuis ging nog verder. Lord Morris stelde voor het hele Paleis van Westminster maar op te doeken, omdat alle beslissingen toch steeds meer “door de bureaucraten in Brussel” worden genomen. Hij vergeleek de schepping van Sir Charles Berry en - later - Pugin met “een enorme, prachtige, stervende walvis die gestrand is op de oevers van de Theems”. En hij wist zeker: als Betty Boothroyds paleis verlaten zou worden door de parlementariërs en - net als Buckingham Palace - als toeristische attractie zou worden opengesteld voor het publiek, “dan zou de gemiddelde toerist er flink wat geld voor overhebben om te kunnen zitten op de zetel die Winston Churchill zelf nog bezet heeft gehouden”.