'Als Hiddink speelt als Noorwegen zou Nederland veel beter zijn'

Woensdag speelt Noorwegen in Rotterdam tegen het Nederlands voetbalelftal. Om de kans op kwalificatie voor de EK-eindronde van volgend jaar zomer in eigen hand te houden, mogen de Noren niet verliezen. Om dezelfde reden moet Oranje winnen. De Noorse bondscoach EGIL OLSEN raadt collega Guus Hiddink aan hetzelfde defensieve spelletje te spelen waarmee hij al vijf jaar succesvol is. “Het is het systeem van de toekomst.”

Een regelmatig vertoonde reclamespot op de Noorse televisie laat een grijzende man op de grasmat van het Ullevaal-stadion in Oslo zien. Gekleed in een trainingspak houdt hij ogenschijnlijk probleemloos een balletje hoog. Rechtervoet, linkervoet, knietje, rechtervoet. De man lijkt niet alleen een begaafd balkunstenaar, hij blijkt ook over magische kwaliteiten te beschikken: langzaam neemt de bal de vorm van een vierkant aan, om uiteindelijk in een computer te veranderen.

Het is een reclame-spotje voor Compaq-computers, één van de sponsors van de nationale voetbalploeg van Noorwegen. De man is Egil Olsen, sinds oktober 1990 als bondscoach in dienst van de Noorse voetbalbond. Hoewel zijn bijnaam anders doet vermoeden, benadert Olsen het voetbalspel met behulp van een computer op bijna wetenschappelijke wijze.

Drillo, dribbelaar, wordt Olsen in Noorwegen liefkozend genoemd. De aimabele, 53-jarige oefenmeester dankt die naam aan de tijd dat hij zelf nog voetbalde. Het grillige talent was een individualist pur sang, verliefd op de bal en een meester in het dollen van zijn persoonlijke tegenstander. “Begin jaren zeventig was ik de George Best van Noorwegen”, zegt hij in zijn werkkamer op het bondsbureau van het Norges Fotballforbund in Oslo. “Ook een beetje wat uiterlijk betreft”, voegt hij er lachend aan toe. “Ik had lang haar, speelde met afgezakte kousen en droeg het shirt over m'n broek.”

Tot onvrede van Willy Khment, de toenmalige bondscoach van de Noren. “Een Oostenrijker die het niet kon waarderen hoe ik er bij liep”, herinnert Olsen zich. “Zestien keer ben ik uitgekomen voor de nationale ploeg, maar in de zes jaar dat hij het voor het zeggen had, heb ik geen interland gespeeld.” Daardoor miste Olsen onder meer de in november 1972 in Rotterdam gespeelde kwalificatie-wedstrijd voor het wereldkampioenschap van twee jaar later in West-Duitsland. “Nederland won met 9-0. Ik zag het duel op de televisie. Misschien moet ik achteraf blij zijn dat ik die vernedering niet persoonlijk heb meegemaakt.”

Noorwegen behoorde in die jaren tot de kleine voetballanden. “Als we wonnen, was het meestal van Luxemburg of Malta”, weet Olsen nog maar al te goed. “Tegen de traditionele voetballanden - Engeland, Duitsland, Italië - waren we echter volstrekt kansloos. 'De nederlaag zo klein mogelijk houden', met die gedachte gingen we toen het veld in.”

Sindsdien is er veel veranderd, vooral sinds Olsen ruim vijf jaar geleden tot bondscoach werd benoemd. Dertig van de 57 onder zijn leiding gespeelde interlands werden gewonnen, zeventien duels eindigden in een gelijkspel, tien ontmoetingen gingen verloren. Het grootste succes dat Olsen met de Noren behaalde, betrof de kwalificatie voor het wereldkampioenschap van 1994 in de Verenigde Staten. In de voorronde had Noorwegen, dat pas één keer eerder (in 1938) aan het WK had deelgenomen, gerenommeerde voetballanden als Nederland en Engeland achter zich gelaten.

Door de WK-kwalificatie groeide Olsen uit tot een volksheld. De coach van Drillos, zoals de nationale ploeg sinds de aanstelling van Olsen wordt genoemd, werd zelfs verkozen tot 'Man van het Jaar'. Een uitverkiezing waarom hij nog altijd hartelijk moet lachen. Zoals hij het ook wel kan waarderen dat als gevolg van zijn successen een ijsje naar hem is vernoemd, waardoor half Noorwegen de afgelopen twee zomers ter verfrissing aan een Drillo likte.

Hoewel de Noren lang hebben moeten wachten op aansprekende resultaten, heeft de voetbalsport zich altijd mogen verheugen in een grote belangstelling. Het Norges Fotballforbund is met circa 250.000 leden - van wie 50.000 vrouwen - veruit de grootste sportbond van het land. De populariteit van het voetbalspel is vooral te danken aan het rechtstreekse televisie-verslag dat de Noren al sinds 1969 vrijwel iedere zaterdag ontvangen van een duel uit de Engelse competitie. Als gevolg daarvan hebben zo'n 45 Engelse clubs in Noorwegen een eigen supportersvereniging, die samen ruim 30.000 leden hebben. In Oslo zijn meerdere zogenoemde Fanshops met een uitgebreide collectie shirts, sjaals, petjes, vaantjes, speldjes en andere prullaria van Engelse clubs. Sinds een aantal jaren hebben de winkels ook een ruime voorraad artikelen in de kleuren van de nationale ploeg. “De vraag daarnaar ontstond pas toen ze onder Drillo eindelijk eens gingen winnen”, zegt een verkoper gehuld in het shirt van Manchester United.

De bondscoach zelf, die recentelijk zijn contract verlengde tot en met het WK van 1998 in Frankrijk, stelt zich bescheiden op wanneer hij de goede prestaties van de Noorse ploeg sinds zijn aantreden probeert te verklaren. “Ze passen in een trend in Noorwegen. Topsportbeoefening heeft hier de afgelopen jaren meer aanzien gekregen, waardoor ook de financiële middelen zijn toegenomen. Niet alleen in voetbal, ook in veel andere sporten heeft Noorwegen aansluiting gekregen met de Europese of zelfs wereldtop. Kijk maar naar de successen op de Winterspelen van vorig jaar en de goede prestaties van Noorse atleten en zwemmers.

“In de voetbalsport is al sinds het eind van de jaren zeventig systematisch gewerkt aan een verbetering van het niveau. Toen gingen talloze Noorse trainers op cursus bij topclubs in het buitenland, vooral in Engeland, Italië en Nederland, waar bijvoorbeeld bij Ajax stage werd gelopen. Terug in eigen land brachten zij hun nieuw verworven kennis over op de jeugd. Daar beginnen we nu ook op clubniveau de resultaten van te zien: Rosenborg dringt door tot de Champions League en verslaat de Engelse kampioen. Een paar jaar geleden was dat nog onmogelijk geweest.

“Technisch zijn Noorse voetballers nog niet zo goed dat ze zich individueel kunnen meten met de beste voetballers van Europa. De meeste spelers in mijn selectie staan onder contract bij Engelse clubs, waar ze nauwelijks opvallen. Toch spelen ze in de nationale ploeg, een zeer succesvolle nationale ploeg waarvan de afgelopen jaren maar weinig landen hebben gewonnen.”

De kracht van het nationale Noorse elftal wordt ook niet bepaald door de individuele kwaliteiten van de spelers, maar door de geweldige teamspirit en de goede organisatie op het veld. Kenmerkend voor het spel van de Noren is hun zone-verdediging, met achter iedere verdediger een tweede verdediger. Volgens Olsen wordt het systeem in Europa nergens zo perfect en consequent uitgevoerd als door zijn spelers. “Het is een systeem waarbij we uitgaan van onze eigen verdedigende kwaliteiten. Daardoor maakt het niet uit wie onze tegenstander is. Nederland of Brazilië, Nederland met of zonder Bergkamp, Brazilië met of zonder Romario, zolang mijn spelers hun eigen en elkaars verdedigende positie in het veld in de gaten houden, is het allemaal van ondergeschikt belang.”

Olsen weet dat de Noorse spelopvatting door critici als 'negatief' wordt omschreven. “Op papier is dat misschien ook zo: 4-5-1. In de praktijk lijkt het soms nog 'erger': als de tegenstander balbezit heeft, is het niet ongewoon dat wij elf spelers hebben aan wat ik in die situatie toch graag de goede kant van de bal noem. Maar het is niet zo dat wij alleen maar verdedigen. Zodra we in balbezit komen, volgt een lange, splijtende pass naar voren waar vier of vijf man iets mee proberen te doen.

“Dat lijkt misschien een simpele opzet, maar computer-analyses van willekeurige wedstrijden in verschillende landen hebben me geleerd dat het de meest effectieve is. De meeste goals worden namelijk niet gescoord door wat in Nederland circulatievoetbal wordt genoemd, maar na een snelle, diepe pass vanuit de verdediging. Voor effectief circulatie-voetbal heb je een goed ingespeeld team nodig dat uit technisch zeer begaafde spelers bestaat die de bal snel kunnen rondspelen. Als dat zoals in de meeste gevallen niet het geval is, leidt circulatie-voetbal alleen maar tot spelvertraging, het herhalen van bekende patronen of balverlies. Dat laatste kan ook voor de lange bal gelden, maar zo'n pass is in ieder geval veel directer en daardoor verrassender. Verder heeft de lange bal nog een bijkomend voordeel: omdat het middenveld wordt overgeslagen, raak je daar nooit de bal kwijt, waardoor de opbouw van de tegenstander altijd van achter uit moet beginnen.”

Olsen noemt zijn spelopvatting “het systeem van de toekomst”. “Omdat het een uiterst effectief systeem is, dat hebben wij met onze technisch beperkte spelers inmiddels wel bewezen. Ik weet het zeker: als Hiddink speelt als de Noorse ploeg, dan zou Nederland veel beter zijn.”

Om zijn woorden te illustreren, pakt hij uit een kast een map vol computer-uitdraaien van een recente oefen-interland tegen Engeland. Op de velletjes papier zijn alle balverplaatsingen met lijnen aangegeven, speciale codes geven de effectiviteit van een pass aan. Voor een leek is het alsof een klein kind met een potlood heeft zitten krassen, maar volgens Olsen is er maar één conclusie mogelijk: “Uit lange, penetrerende passes ontstonden voor beide doelen de meeste kansen. Ik twijfel er niet aan dat dat ook in Rotterdam weer zo zal zijn.”

In de Maasstad staan komende woensdag Noorwegen en Nederland voor de vierde keer in ruim twee jaar tijd tegenover elkaar. Olsen heeft geen slechte herinneringen aan de voorgaande drie ontmoetingen tussen beide landen: zijn ploeg won één treffen en speelde twee keer gelijk. In het aanstaande EK-kwalificatieduel heeft Noorwegen aan een gelijkspel voldoende. Nederland is alleen gebaat bij een overwinning. “Die uitgangspositie is in ons voordeel”, meent Olsen. “Nederland is gedwongen het spel te maken. Zolang het 0-0 is, kunnen wij ons eigen spelletje spelen. Pas als Nederland de score opent, wordt het moeilijk. Dan moeten wij het initiatief nemen, wat we niet goed kunnen omdat we daarvoor de spelers missen.”

Maar misschien, mijmert Olsen, opent Noorwegen wel de score. Volgens zijn computerberekeningen ligt dat gezien de verwachte spelwijze van beide landen niet alleen meer in de lijn der verwachting, Nederland moet dan ook twee keer doel treffen om alsnog boven de Noren te eindigen. En daarin, weet Olsen, zijn nog maar vijf landen sinds zijn aantreden als bondscoach geslaagd. Voor die informatie hoeft hij zelfs de voormalige voetbal op zijn bureau niet aan te zetten.