Alleen eerstejaars met bijbaantje raken achter

Steeds meer studenten werken naast hun studie. Maar de studie lijdt er pas onder wanneer het werk meer dan 20 uur per week opslokt.

DEVENTER, 11 NOV. De Hogeschool IJselland in Deventer is sinds kort ook werkgever van haar eigen studenten. Studenten kunnen hun beurs aanvullen door op school schoon te maken, de post te verwerken of andere klussen op te knappen. De school heeft in samenwerking met uitzendorganisatie Randstad een eigen uitzendbureau voor studenten die naast hun studie willen werken.

Het bureau bemiddelt ook in uitzendwerk voor andere bedrijven. Uit onderzoek bleek H. de Rooij, coördinator van het uitzendbureau, dat 75 procent van de Deventer studenten naast de studie werkt. De Rooij: “Dus waarom zouden wij niet proberen dat beter in de hand te houden en de bemiddeling binnen te halen?”

Het aantal studenten dat naast de studie werkt is gestegen, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Het SCO-Kohnstamminstituut ondervroeg bijna 3.000 studenten in het hele land die met hun studie begonnen in 1982, 1990 en 1992. Werkte in 1982 nog geen derde (31 procent) van de derdejaars studenten, in 1992 was dat opgelopen tot meer dan de helft (55 procent). Wel daalde het aantal uren dat studenten werken: van gemiddeld ruim 14 uur in 1982 tot ruim tien uur tien jaar later. Uit gegevens van de IB-Groep in Groningen die de studiebeurzen uitbetaalt, blijkt eenzelfde beeld. Van de 597.000 studenten die in 1993 een basisbeurs kregen, hadden 444.000 dat jaar loonbelasting betaald - en dus gewerkt.

De jongerenorganisaties van vakbonden FNV en CNV staan kritisch ten opzichte van studenten met een bijbaan. De FNV-jongeren hebben berekend dat werkende studenten aan de onderkant van de arbeidsmarkt ongeveer 100.000 fulltime banen bezetten. En ook al hebben studenten vaak tijdelijke baantjes, ze ontnemen laaggeschoolde jongeren de mogelijkheid om werkervaring op te doen, vindt de organisatie. Dat probleem is groter geworden omdat studenten sinds januari van dit jaar het dubbele van voordien mogen bijverdienen (15.000 gulden netto per jaar) zonder dat een cent wordt ingehouden op hun basisbeurs.

Maar een woordvoerder van het ministerie van sociale zaken bestrijdt de rekensom van de FNV-jongeren. “Studenten hebben vooral kleinere baantjes. Voor laagopgeleide jongeren die moeten werken voor hun levensonderhoud, zijn die baantjes niet aantrekkelijk.” Het probleem is veeleer het gebrek aan banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Als de basisbeurs in januari wordt verlaagd van 470 naar 425 gulden per maand, zullen meer studenten moeten werken, verwacht B. van Nuenen van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). “Werken als student wordt noodzaak. En je kunt wel lenen, maar dan krijg je een grote schuld waarvan je ook niet weet of je hem later kunt afbetalen.” Dat was ook voor Idelette Leendertsen reden om naast haar studie rechten vijftien uur per week als receptioniste in een verzorgingstehuis te gaan werken. Ze krijgt elke maand behalve basisbeurs een aanvullende lening van 130 gulden. Meer lenen wil ze niet. Met haar baantje verdient ze achthonderd tot duizend gulden in de maand. In 1993 had Idelette “heel veel” geld nodig. Ze moest studieboeken kopen, was lid geworden van de studentenvereniging, en ging naar twee gala's, - wat haar al gauw kwam te staan op vierhonderd gulden, zónder jurk. Ze kreeg onlangs bericht dat ze wegens te hoge bijverdiensten een deel van haar beurs moet terug betalen: 80 gulden per maand. Maar spijt heeft ze niet.

Haar studiegenoot Merijn Vegter staat zo vaak rood dat hij “eigenlijk zou moeten gaan werken”. Maar tot nu toe kwam hij er niet toe. “Ik heb wel een adres van een bewakingsdienst, maar dan moet ik eerst een briefje schrijven en dat is weer zo'n gedoe.” Bovendien hebben zijn ouders liever dat hij studeert dan werkt, denkt hij. Ze betalen hem 750 gulden per maand voor zijn levensonderhoud én al zijn studiekosten. “Dus ik red het net.”

Volgens het onderzoek van het SCO-Kohnstamminstituut heeft een bijbaantje nauwelijks gevolgen voor de studievoortgang. Alleen eerstejaarsstudenten met een bijbaan presteren minder dan hun studiegenoten zonder baantje. Daarna is er weinig verschil tussen niet en wel werkende studenten. Pas als het werk meer dan 20 uur per week opslokt, lijdt de studie er onder. Wel hebben studenten die niet werken andere toekomstplannen. Ze zijn vaker van plan na hun doctoraalexamen te promoveren of een postdoctorale opleiding te volgen. “Een student die zich alleen op zijn studie richt, voelt zich dus meer betrokken bij zijn vak”, constateert SCO-onderzoeker F. Verbeek.

Docenten staan ambivalent tegenover studenten met bijbaantjes. Studenten die ernaast werken hebben minder studievoldoening, aldus H. Pleij, hoogleraar historische Nederlandse Letterkunde bij de presentatie van het onderzoek in Amsterdam. L. Röling, hoogleraar architectuur aan de Technische Universiteit Delft is ook niet enthousiast over studenten die slaperig op zijn college komen omdat ze tot diep in de nacht in een café hebben gewerkt. “Je kunt de kennis van dit vak wel in korte tijd verwerven, maar kennis verwerken duurt langer.” Alleen een bijbaan in het vakgebied, bijvoorbeeld bij een architectenburo, heeft gunstig effect op studie, merkt Röling bij zijn studenten. Maar M. Wierda, onderwijscoördinator bij geneeskunde in Groningen, vindt dat eigenlijk elke student een bijbaantje moet hebben. Studenten gaan er beter door studeren. “Als je werkt, leer je plannen.”

Ook middelbare scholieren lijken een groeiende behoefte aan bijverdiensten te hebben. Bijna de helft van de scholieren heeft een bijbaantje, bleek uit het laatste NIBUD scholierenonderzoek. In de leeftijdsgroep tussen 18 en 21 jaar werkte in 1994 zelfs meer dan zestig procent. Toch was docent economie J. Nienhuis van het Pax Christi College in Druten “erg verbaasd” toen hij hoorde dat twee leerlingen uit 6 VWO geen lessen volgden omdat ze moesten werken. En zijn verbazing werd nog groter toen bij navraag bleek dat meer dan de helft van de klas tijdens de schoolperiode werkt. Voor kleding en uitgaan en soms voor het schoolgeld. “Toen ik jong was werkten we alleen als het huiswerk af was. School ging altijd voor.”