Woedend boek tegen vrouwenhaat in Algerije

Malika Mokedem, Des rêves et des assassins. 229 pp. 105 FF. De Nederlandse uitgeverij De Geus zal de roman volgend jaar in vertaling uitbrengen.

MONTPELLIER, 10 NOV. “Moed, daar heeft het niets mee te maken. Overtreden van regels is mijn temperament”, zegt Malika Mokeddem, Frans-Algerijnse successchrijfster. De in anderhalve maand, in woede geschreven roman Des rêves et des assassins (dromen en moordenaars) heeft lovende kritieken opgeleverd, maar ook brieven met doodsdreigingen. Daarom wordt ze nu bewaakt, vertelt ze, en heeft ze haar dokterspraktijk in een van Montpelliers voorsteden eraan gegeven, “zodat ze niet steeds weten waar ik zit”.

Ook speelde een rol dat ze voortaan van de pen wil leven, vertelt Mokeddem, gezeten op een caféterras in Montpellier, de Zuidfranse stad waar ze sinds 1978 woont “Algerijnse schrijvers zijn helaas in Frankrijk nu zeer in de mode”. Dat de terreurgolf in haar eerste vaderland inmiddels ook Frankrijk schijnt te bereiken, verwondert haar niet: “Algerije en Frankrijk zijn historisch zozeer verbonden. Bovendien voelen, door de economische crisis, ook in Frankrijk veel Algerijnse jongeren zich buitengesloten. Dat vormt ook hier een goede voedingsbodem voor fundamentalistische ideeën en aanslagen”.

Mokeddems vierde roman lijkt ervoor gemáákt om de nieuwe vromen in Algerijnse kring voor het hoofd te stoten. Dromen en moordenaars is een aanklacht: tegen de opkomst van het fundamentalisme in Algerije, tegen de teloorgang van alle moderniteit, tegen de machthebbers van de FLN die uitsluitend het behoud van hun privileges in het oog hebben en - dat vooral - tegen de vrouwenhaat in haar land van herkomst.

Dat gebeurt aan de hand van de romanheldin Kenza, wier biografie een aantal opvallende overeenkomsten vertoont met die van de schrijfster. Zij ontvlucht de wreedheid en onderdrukking door haar vader en broertjes in het Algerijnse woestijndorp door veel te lezen en Frans te leren. Met boeken verschanst zij zich tegen de maatschappij, en gaat in Oran medicijnen studeren. Tegen religieus réveil en patriarchaat helpt echter geen intellectuele verdediging: haar minnaar verlaat haar en stemt er in toe te trouwen met het meisje dat zijn ouders hebben uitgezocht. Kenza neemt de wijk - naar Montpellier.

“Als je tijdens het schrijven hoort hoe - de een na de ander - mensen die belangrijk voor je zijn worden vermoord, hoe zou je dan iets anders dan een woedend boek kunnen schrijven?”, zegt Mokeddem. Ze had een vooruitziende blik, meent ze, door al in de jaren zeventig te emigreren. Het grote moorden was nog niet begonnen, maar “de fundamentalisten waren er al lang. Ik stikte in Algerije. En met mij andere jongeren die een beetje vrij wilden leven. Ik verdraag het nu eenmaal niet dat iemand mij komt vertellen dat ik 'zondig' leef. Zonde - ik weet niet wat dat is, en ik wil het ook niet weten”.

'Zonde', dat was bijvoorbeeld het bestaan van gemengde studentenhuizen op de campus van universiteiten. Onder druk van religieuze zijde werden ze door de overheid in de loop van de jaren zeventig de een na de ander vervangen door meisjes- en jongensstudentenhuizen, totdat die aan de universiteit van Oran de laatste waren. “Sinds 1973 hebben we die gemengde campus verdedigd. Ieder jaar kwam er vlak voor de zomervakantie een brief van de ministeries van onderwijs en religieuze zaken dat het in het volgend collegejaar afgelopen moest zijn. Maar op 1 september, een maand voordat het collegejaar begon, installeerden we ons, gemengd en wel, in de huizen”.

Inmiddels is ook in Oran, de lichtzinnigste stad van Algerije, met zijn nachtclubs, drankgebruik en rai-muziek, de strijd verloren en zegeviert de rechtzinnige somberheid. Geloof, denkt Mokeddem, heeft met dit alles niets te maken. De opkomst van het fundamentalisme en zijn angst voor vrouwen moet worden verklaard uit de economische crisis en het ideologisch failliet van de politieke kliek die onder het mom van onafhankelijkheid en socialisme het land heeft uitgezogen en naar de donder geholpen. “Begrijpelijk dat in het hoofd van die van alles uitgesloten jeugd de notie van vooruitgang in hun hoofd is opgeblazen. Als de fundamentalisten komen en zeggen: jullie zijn de meesters, de vrouwen moeten jullie gehoorzamen, dan geloven ze dat, dan klampen ze zich daaraan vast”.

Mokeddem kwam in 1978 aanvankelijk terecht in Montpellier om zich als medica te specialiseren in de urologie, maar kwam al tijdens die opleiding in aanraking met afkeer van buitenlanders. “Juristen en artsen - dat zijn nu eenmaal de twee kasten waarbinnen je de meeste reactionairen vindt”. In een periode van persoonlijke crisis is ze gaan schrijven.

“Mijn vrienden hebben me verteld hoe na het verschijnen van mijn vorige boek de Algerijnse televisie mijn ouders, die analfabeet zijn, heeft opgezocht in hun woestijndorp. Ze vroegen mijn moeder wat ze er van vond, dat haar dochter een schrijfster was geworden. 'Tussen Malika en mij was er altijd al een boek', antwoordde ze verbouwereerd. Als kind verschool ik me altijd achter een boek, als mijn moeder of één van mijn tien zusjes en broertjes me opdroegen in het huishouden te helpen,”

Mokeddem heeft naast de Franse, haar Algerijnse nationaliteit behouden en zal dus volgende week op het consulaat kunnen stemmen bij de verkiezingen voor een president in haar geboorteland. De band met Algerije is sterker gebleken dan ze bij haar vertrek in de jaren '70 had kunnen vermoeden. “Ik heb vier romans geschreven, en alle vier hebben ze Algerije als onderwerp”.

Oran en Montpellier zijn voor haar twee polen binnen dezelfde, mediterrane cultuur, met de telefoon als laatst-overgebleven verbinding tussen beide oevers. “Zij daar zeggen aan de telefoon meestal dat dit nog allemaal een jaar zal duren, twee jaar op z'n hoogst. Om in het huidige klimaat te kunnen overleven hebben ze het nodig te denken dat er licht is aan het eind van de tunnel. Om eerlijk te zijn: ìk zie het in de naaste toekomst niet goed komen”.