Welke leraar is de leukste in Rome?

Niet alleen pelgrims koesteren de wens ooit Rome te bezoeken, ook de Nederlandse gymnasia zijn vervuld van het streven hun leerlingen althans één keer een blik te gunnen op De Eeuwige Stad.

Het organiseren van zo'n 'Rome-reis' is natuurlijk een helse toer, alleen al om de kosten binnen de perken te houden. Rome is schreeuwend duur, dus het vliegtuig moet een bus worden en het hotel een klooster. Bij bezienswaardigheden moet bij wijze van spreken het aandoenlijkste kindje naar voren geschoven worden, liefst met traan, om zo de poorten gratis te laten openen. Enzovoort.

In ieder geval helpen de afstand en de kosten bij de keuze van het reisdoel. Athene is te ver. Want 24 uur in de bus naar Rome is al lang genoeg. Voor de leerlingen, maar ook voor de leraren. De leraren! Die zouden meteen al bij aankomst heilig mogen worden verklaard. Stel je eens voor. Ruim een week op pad met twee bussen vol jong spul, dat niet alleen verlangend uitziet naar het mysterie der oudheid, maar niet minder naar de geheimen van het heden, zoals daar zijn Koning Alcohol en het andere geslacht. Onder meer.

Wat een moed om daaraan te beginnen! Want, hoe te voorkomen dat je een hele week als een stel klassiek geschoolde cowboys en overspannen herderinnen door Rome loopt te rennen, in het wanhopige streven met niet minder, maar ook met niet méér leven terug te komen dan waarmee je vertrokken bent?

Laatst hadden we zo'n heldin op bezoek. Ze had een avondje vrij, en vertelde natuurlijk honderduit over de educatieve beproeving waarmee ze al dagen bezig was.

Het mooiste verhaal ging over, wat ik zou willen noemen, 'De Nacht van de Minestrone'.

Uit het sappige verslag van onze vriendin werd duidelijk dat zich tijdens zo'n reis ook nog een concurrentieslag tussen de leraren voordoet. Zo van 'Wie heeft zijn groep het beste onder de duim?', 'Welke groep let het beste op?', 'Welke is de leukste?' en ook 'Welke leraar geeft de beste uitleg?' Aan het einde van de dag moet het klassieke menu van de dag erna dus grondig worden voorbereid.

Die bewuste avond nu, was het volgens rooster de beurt aan onze lerares om een oogje in het zeil te houden 'tot alles rustig was'. Zij was dus, zeg maar, de nachtwacht. Een betrekking die zij combineerde met de voorbereiding van het komende bezoek aan de Sixtijnse Kapel. Maar, net zat zij geheel verdiept in de hemelse schilderingen die Michelangelo in dat heiligdom heeft aangebracht, of daar werd aan de deur geklopt.

Een leerling.

“Mevrouw, mevrouw. Wim is niet lekker.”

Dus mevrouw naar Wim. Ze vond hem op de vloer van zijn slaapzaal, die inmiddels door al zijn kameraden in paniek verlaten was. De leerling-rapporteur had niet overdreven. Wim was inderdaad niet lekker. Wim was helemaal niet lekker. Wim was kotsmisselijk. Zijn aanblik deed mevrouw op onaangename wijze herinneren aan het menu van die avond: 'Minestrone', een royaal gevulde groentesoep. Maar de wat verontrustende uitwerking die dit schouwspel op haar eigen maag had, werd al snel overheerst door een gevoel van zorg voor de bewusteloze. Het leek er namelijk op alsof de jongen van de cursus 'Drinken': I Aangeschoten, II Dronken, III Delirium, de eerste twee hoofdstukken maar had overgeslagen. Naar later bleek had Wim zich niet laten kennen toen ze gezegd hadden 'dat hij dat limonadeglas rum toch niet in één keer op zou kunnen'.

Zo goed en zo kwaad als het ging sleurde de lerares de zieke een bed op. Deze gebeurtenis ging kennelijk niet aan de jongen voorbij, en de door hem gemummelde woorden “Ik kan het niet helpen” werden door mevrouw dankbaar aanvaard als een teken dat Wim het wel redden zou.

En zo keerde ze na dit avontuur terug naar haar studie van de schone kunsten.

Maar niet voor lang. Want, daar werd weer hard geklopt, zacht geklopt. Het ging om Frits. Mevrouw naar Frits. Net op tijd. Frits hing met zijn hoofd in de wasbak, reeds rijkelijk gevuld met minestrone, een soep die wel lekker is, maar niet lekker doorloopt.

Bliksemsnel realiseerde mevrouw zich wat er gebeurde. Frits stond op origineel Italiaanse wijze te verdrinken, en meteen trok ze hem aan zijn haren eruit.

Nou ja. Het duurde dus wel weer even voor ze weer naar de schilderingen kon. Daarna werd het makkelijker. Nummer drie kroop door de gang, en nummer vier lag gewoon laveloos in bed.

De volgende dag bezochten ze de Sixtijnse Kapel. Onder hen een aantal olijfgroene verschijningen, in het gezelschap van hun eerste kater. Mevrouw vertelde, en wees omhoog. Iedereen keek. Wat een kleuren! Je werd er bijna duizelig van.

De lerares knipperde, even in verwarring, met de ogen. Waren het goddelijke fresco's, of was het minestrone?