Wat rokers aanrichten in longen is ongeëvenaard

Campagnes tegen roken waren jarenlang gebaseerd op het idee dat roken schadelijk zou zijn voor de gezondheid. De laatste jaren is bewezen dat dat zo is, en niet alleen voor rokers maar ook voor de meerokers in hun omgeving. Roken is de sterkste milieuverontreiniging waar de mens aan blootstaat. Er zijn maar weinig verontreinigingen bekend die de levensduur van de slachtoffers bekorten. Meestal gaat het dan om beroepsziekten waarvan relatief kleine groepen werknemers het slachtoffer worden. Mijnwerkers en werknemers in de asbestindustrie lopen kans op een dodelijke longziekte. Maar wat rokers hun longen vrijwillig aandoen, is ongeëvenaard.

Verstokte rokers willen nog wel eens beweren dat het bewijs dat roken longkanker, CARA, hartziekten en beroertes veroorzaakt niet is bewezen. Inderdaad, lange tijd konden de antirokers alleen epidemiologische verbanden en treurige resultaten van proefdieronderzoek aandragen. De epidemiologie liet zien dat in een grote groep rokers veel meer mensen aan longkanker en jonger aan hartziekten overleden dan in een naar leeftijd, geslacht en sociale status vergelijkbare groep niet-rokers. Maar zulk onderzoek bewijst niets zolang er geen verklarend mechanisme is. Stallen vol konijnen en honden zijn langzaam in sigarettenrook vergast om het bewijs te leveren. Maar wat dieren overkomt, geldt natuurlijk nog niet onverkort voor mensen, wierp de tabakslobby tegen. Pas nu DNA-analyses van longtumorweefsel van rokers specifieke schade zichtbaar maken, en nu in de slagaderen van rokers uit rook afkomstige oxyderende stoffen die atherosclerose veroorzaken zijn aangetoond die bij niet-rokers niet voorkomen, is eindelijk het verzet gebroken.

Natuurlijk is het hoogstens voor de nabestaanden treurig dat een roker gemiddeld 7,5 jaar eerder sterft. Economisch gezien is, zoals dr. G.A. Kohnstamm op 14 oktober op de opiniepagina van deze krant betoogde, er geen reden de rokers hun sigaret te laten doven, want bejaarden kosten geld en de rokersdood komt over het algemeen snel en niet na een jarenlang langzaam geestelijk en lichamelijk aftakelen. In deze tijd, waarin de mens steeds vrijelijker over zijn eigen leven beschikt, gaat het niet aan de roker tot een lang leven met een langdurig ellendig eind te dwingen.

Maar die rokers veroorzaken voor hun dood overlast. Het Amerikaanse Environmental Protection Agency (EPA) concludeerde begin 1993 dat meeroken met de tabaksrook van anderen ook bij niet-rokers longkanker, bronchitis en andere luchtweginfecties veroorzaakt en astma verergert, vooral bij kinderen. De EPA is een onafhankelijk, door de overheid gefinancierd, adviesbureau op milieugebied. De EPA-adviezen zijn gebaseerd op beoordelingen van wetenschappelijk onderzoek en hebben grote invloed op het overheidsbeleid. Het rapport over meeroken was vertraagd onder druk van de tabaksindustrie, meldden de persbureaus in januari 1993.

De tabakslobby negeert na deze onheilstijdingen het gezondheidsaspect. 'We komen er nu samen wel uit.' Wat suggereert dat overheden en directies die rookverboden instellen bemoeizuchtige lastpakken zijn. En als laatste verdedigingsring wordt de slagzin 'Roken moet mogen' gehanteerd. Het is een vage verwijzing naar het genot dat de roker van zijn sigaret, sigaar of pijp heeft. De rokers laten vooralsnog de kans liggen aan te tonen dat roken misschien wel een goede stressonderdrukker is en dat de sigaret de troost is voor vele psychiatrische patiënten.