Waigels sterke front

Op die derde dinsdag van september 1999 trekt de minister van financiën trots de Miljoenennota 2000 uit zijn koffertje en presenteert onder instemmend gehum van een ruime Kamermeerderheid een tekort op de Rijksbegroting van 1 procent. De Nederlandse economie verkeert in een fase van hoogconjunctuur, zo luidt zijn boodschap, en om een structureel tekort van één procent op de begroting te bereiken, moet in jaren als deze een vrijwel gebalanceerd budget worden gecreëerd. Over een paar jaar kan de economie immers weer tegenzitten en kan het tekort oplopen tot 3 procent.

Frankrijk, België, Duitsland, Oostenrijk: overal in die septembermaand presenteren de bewindslieden van financiën dezelfde voorbeeldige begrotingscijfers. Het lidmaatschap van de Economische en Monetaire Unie, vanaf 1 januari 1999 in vol bedrijf, legt hen die plicht op, en het is het belang van allen de jonge gemeenschappelijke munt hard en gezond te houden.

Zou het ooit zover komen? Bankpresident W. Duisenberg wenste deze week een herenakkoord tussen de toekomstige EMU-landen over een structureel begrotingstekort van één procent, de Duitse minister van financiën Theo Waigel wekte de indruk dit percentage verplicht te willen stellen. Van EMU-landen die een staatsschuld boven de 60 procent van het bruto binnenlands produkt hebben, vraagt Waigel straks om nog verder te gaan: zelfs een tekort van 1 procent is voor hen nog te hoog, totdat zij hun staatsschuld afdoende hebben teruggebracht.

In de Miljoenennota 1996 rekende het ministerie van financiën twee maanden geleden voor dat, wanneer bij een nominale economische groei van 4 procent het financieringstekort in stappen wordt teruggebracht tot een duurzaam niveau van 1,5 procent, het nog steeds tot ver in het eerste decennium van de volgende eeuw zal duren eer de staatsschuld onder de 60 procent van het bruto binnenlands produkt terechtkomt. Volgens Waigels voorstel zou Nederland dus voorlopig moeten streven naar een begrotingstekort van minder dan een procent - wat in feite neerkomt op een gebalanceerd budget.

Anno 1995 lijkt een norm van 1 procent al zeer ver weg. Om de begroting voor 1996 bijvoorbeeld op een tekort van 1 procent te krijgen zou een extra bedrag moeten worden bezuinigd ter grootte van zo'n 14 miljard gulden. Dat is vergelijkbaar met een zevende van de totale netto-rijksuitgaven aan de sociale zekerheid, of de optelsom van de uitgaven van de ministeries van defensie en volkshuisvesting. Minister Zalm van financiën heeft daar, als Duisenberg en Waigel hun zin krijgen, nog vier jaar de tijd voor.

Toch lijkt zich, met Waigels uitspraken, een sterk front op te bouwen voor een zeer strakke begrotingsdiscipline en een strak monetair beleid in de muntunie. De Duitse regering probeert de groeiende binnenlandse argwaan over het inruilen van de mark voor de Europese munt weg te nemen door steeds hardere financiële eisen te stellen aan de andere deelnemers aan de Euromunt. Waigels opmerkingen maken deel uit van zijn plan voor een Europees Stabiliteitspact - een soort protocol dat de EMU-lidstaten overeen moeten komen om te garanderen dat zij, eenmaal in de muntunie, zich financieel niet gaan misdragen.

Het bijbehorende monetaire beleid van de Europese Centrale Bank belooft daarbij even strikt te worden als dat van de Duitse Bundesbank. Komende dinsdag presenteert de voorloper van de ECB, het Europese Monetaire Instituut, een blauwdruk van de eigen toekomstige werkwijze als centrale bank. Verwacht wordt dat het EMI een geldmarktbeleid voorstelt dat sterk lijkt op dat van de Bundesbank.

Met nog vier jaar te gaan is zo'n strak regime moeilijk voorstelbaar. 1995 en 1996 zijn voor Europese begrippen jaren van hoogconjunctuur met economische groeicijfers van tussen 2,5 procent en 3 procent. Maar dit jaar haalt, Luxemburg uitgezonderd, geen enkele EU-lidstaat alle financiële criteria voor de muntunie, waarvan de belangrijkste een begrotingstekort is van minder dan 3 procent. Nederland stevent af op een tekort van 3,7 procent. De Franse premier Juppé herzag de samenstelling van zijn regering deze week al na zes maanden, met als doel een slagvaardiger ploeg op het veld te brengen om het begrotingstekort volgend jaar tot onder de 5 procent terug te krijgen. Zelfs Duitsland haalt dit jaar de begrotingsnorm van 3 procent waarschijnlijk niet en, zo waarschuwde onlangs president Lamfalussy van het Europese Monetaire Instituut, loopt zelfs de kans de staatsschuld te zien stijgen tot boven het vereiste minimum van 60 procent van het bruto binnenlands produkt.

Van de strakke begrotingsdiscipline die in de toekomst bij een economisch hoogtij moet gaan horen is nu nog weinig sprake. Duisenbergs gewenste herenakkoord en Waigels gewenste verplichting na 1999 te komen tot een structureel begrotingstekort in de muntunie van 1 procent lijken, vier jaar voordat de muntunie van start gaat, een onoverkomelijke horde.