Vrouw in de weer met rinkelende telefoon

Voorstelling: De Caracal van Judith Herzberg door Theater van het Oosten. Regie: Mark Timmer; spel: Margreet Blanken. Gezien: 1/11 Theater a/d Rijn Arnhem. Tournee t/m 10/11; in combinatie met De Contrabas te zien t/m 19/2

In De Caracal, een stuk van Judith Herzberg dat in 1988 voor het eerst was te zien bij Toneelgroep Amsterdam en sindsdien op gezette tijden uit de kast wordt gehaald, moet een vrouw het opnemen tegen een telefoon. In de voorstelling die Mark Timmer nu bij Theater van het Oosten heeft geregisseerd is die taak aan Margreet Blanken. Ze heeft haar handen vol aan het ding.

Het is al kwart voor elf 's avonds - zien we op de grote klok achter haar - maar de telefoon is niet stil te krijgen. Ze heeft nog niet neergelegd of trrring! (het is een ouderwetse rinkeltelefoon) daar meldt hij zich weer. En houdt hij zich even koest, dan belt ze zelf. Wie er telkens aan de andere kant van de lijn is krijgen we niet te zien, dat vernemen we van haar.

Omwille van het publiek dat slechts de helft van de gesprekken hoort, zag Herzberg zich genoodzaakt de vrouw te laten herkauwen wat de ander zegt. Het is een gewrongen constructie en een forse handicap voor Margreet Blanken die haar best moet doen om natuurlijk te klinken. Over het algemeen lukt het haar nog redelijk ook.

Omdat de actie zich zo'n beetje beperkt tot het grijpen naar de telefoon en het met een boze klap terugleggen van de hoorn op de haak na een abrupt verbroken verbinding (gebeurt nogal eens), komt het vooral aan op Blankens mimiek en de manier waarop ze haar stem gebruikt.

Zo geeft ze allerlei signalen die je aanvankelijk uitlegt als aanstellerig gedrag maar die na een poosje betekenis gaan krijgen. De frons tussen haar wenkbrauwen, de schrikreactie als de telefoon gaat en het bedeesde en tegelijk hunkerende “Ja?” waarmee ze opneemt worden pas verklaarbaar als tegen het eind van de avond - het loopt al tegen twaalven - blijkt dat ze juist déze dag wacht op het telefoontje dat haar leven in een stroomversnelling zal brengen. Intussen heeft ze vrienden en familie en zelfs een hijger aan de lijn waarop zij al maar geïrriteerder en nerveuzer reageert.

De Caracal is een tekst met een tamelijk voorspelbare formule, maar Blanken slaagt er toch in spanning te creëren door de pauzes in haar monoloog zo op te bouwen dat je het antwoord wel uit haar zou willen trekken. Tegelijk heeft ze een soort laconieke humor die van haar personage net niet de tut maakt die ze anders geweest was. Het zijn subtiliteiten, maar in dit stuk wel van belang.