'Vrolijk paffen, echt veel anders kunnen we hier niet'

Hij wordt door zijn vrienden 'de smook' genoemd. “Er hangt altijd wel een sigaret in zijn mond”, aldus een klasgenoot. Rob Vuijk (15) begon op zijn elfde met sigaretten, stapte twee jaar geleden om financiële reden over op shag en rookt nu bijna één pakje Drum halfzware per dag. “Dat zijn ongeveer veertig, vijftig sigaretten. Hangt er vanaf hoe dik je ze rolt”, zegt hij.

Na schooltijd rookt hij met zijn vrienden in het winkelcentrum Capelle aan den IJssel. 'Vrolijk paffen', noemen ze het zelf. “Echt veel andere dingen kunnen we hier toch niet doen.” Van de vriendenclub van negen was Rob de eerste die met roken begon. Zijn sociale omgeving stimuleerde hem. Zijn ouders en zijn zes jaar oudere broer roken. “Er lagen thuis altijd sloffen sigaretten. Dan is het niet raar dat ik het gewoon een keer heb geprobeerd. Mijn ouders vonden dat ik het zelf moest weten.” Zijn vrienden heeft hij meegetrokken in zijn rookgewoonte. “Ik ben toch een beetje de leider van de club.” Drie zijn er inmiddels aan de shag, de anderen roken Marlboro's.

Uit een onderzoek naar rookgewoonten door het NIPO blijkt dat het aantal jongeren dat begint met roken stijgt. In het onderzoek, gedaan in opdracht van de Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro) onder ruim vijfduizend jongeren, zegt een kwart van de jeugd in de leeftijd van 13, 14 jaar regelmatig te roken. In 1990 was dat nog veertien procent. In de groep van tien tot twaalf jaar verdubbelde het aantal rokers. Van twee procent in 1990, tot vier procent nu. Bijna de helft van de jongeren in de leeftijd van vijftien tot twintig jaar rookt, concluderen de NIPO-onderzoekers. Dit wijkt niet af van het beeld van voorgaande jaren.

Jongens beginnen vaak met het roken van sigaretten, maar schakelen naarmate ze ouder worden over shag. Meisjes hebben een duidelijke voorkeur voor sigaretten, slechts drie van de tien meisjes die roken, roken shag. Jongens en meisjes roken wel evenveel, ruim zeven sigaretten of sjekkies per dag. Daaraan gaven ze vorig jaar samen circa 172 miljoen gulden uit, gemiddeld ongeveer zestig gulden per persoon per maand, blijkt uit het 'Scholierenonderzoek 1994' van het Nibud. Het Nibud signaleert dat het bedrag dat scholieren vorig jaar aan roken uitgaven met 25 procent is gestegen vergeleken met 1990.

Voor directeur B. de Blij van Stivoro blijft het 'gissen' naar een reden voor de toenemende tabaksverslaving onder jongeren. Naast de sociale omgeving speelt de tabaksreclame volgens hem een groeiende rol van betekenis. “Het is de imago-reclame die jongeren aantrekt”, aldus De Blij. “Voor jongens de ruige jungle-reiziger van Camel. Voor meisjes wat verfijndere reclames met mooie, jong-ogende modellen.” Stivoro zet daar anti-rookreclames tegenover waarin juist dat stoere, sociale imago van de roker wordt aangevallen en de gezondheidsrisico's (“Roken. Dood en doodzonde”) belicht worden.

Marjolein Verschoor uit Den Haag leeft al drie jaar in de illussie dat ze haar 'laatste sigaret' kan roken. Het dagboek dat de 17-jarige MAVO-scholiere bijhoudt, staat vol met beloften om te stoppen. Op 14 augustus 1992 schrijft ze: “Elf minuten over zes. Ik rook nú mijn laatste sigaret. Ik zwéér het, want het is gifgas!” Nog geen week later: “Ik stop nu!” Een half jaar later, op 7 juli 1993, doet haar moeder het aanbod om haar motorlessen te betalen als ze tot haar achttiende geen sigaret meer aanraakt. Langer dan de zomervakantie houdt ze het niet vol.

In de wereld van morele veroordelingen (“Safe-seks, geen drugs, geen junk-food en vuurwerk”) worden jongeren juist aangetrokken door dat wat niet mag, denkt Marjolein. Sigaretten hebben volgens haar een verleidelijke charme omdat ze door taboes zijn omgeven. Met de anti-rookcampagnes in de media worden jongeren gewaarschuwd voor de gevaren van roken. Maar die campagnes lokken jongeren juist sterker “naar de sigaret toe”, denkt Marjolein. En elke ontmoediging daarna is volgens haar een aanmoediging om door te gaan met roken. “Je bent iemand als je rookt, want iedereen heeft aandacht voor je”, aldus de Haagse scholiere.

Dat de sigaret meer is dan een genotsmiddel, vindt ook brugklasser Irene Smit uit Zaandam. In haar vriendenkring wordt roken bijna als een plicht gezien. Het is een teken van kameraadschap. “Wij gaan altijd na de les bijkletsen op het schoolplein. Als je dan zegt, dat je geen sigaret wilt, kijken ze je raar aan en zeggen: 'Goh, je bent toch geen softie aan het worden. Want die staan ergens anders'.”

Voor Achmel Kilic (“bijna 17”) uit Den Haag gaat het bij het roken eigenlijk niet om de sigaret. Er is niemand die zijn eerste sigaret lekker vond, weet hij uit eigen beleving. En je kunt de smaak van het ene rokertje niet van de andere onderscheiden. “Roken is een kunst”, vindt hij. “Sommigen bavianen de ene na de andere sigaret weg. Hup, wat rook uit je mond en je doet weer mee met je vriendjes.”

De 'ware roker' doet het volgens Achmel anders. Met een kalm gebaar pakt hij zijn Barclay-sigaretten uit de borstzak; slaat in één beweging zijn benzine-aansteker aan, laat het tipje van zijn sigaret gloeien, inhaleert de hete adem en sluit van genot half zijn ogen wanneer hij door zijn neusgaten een dunne rookwolk uitblaast. “En als je klaar bent, schiet je de sigaret weg met de duim en middenvinger. Nooit uittrappen! Dat heeft geen stijl.”

Pieter Rughart (9) uit Rotterdam nam twee weken geleden zijn eerste, voorzichtige trekjes van een sigaret. Hij vond het “wel gèrs” - Rotterdams voor gaaf - maar is toch weer gestopt. “Het is héél vies. Je krijgt er een hele vieze mond van.” Hij tuit zijn lippen en knijpt zijn ogen dicht om de smaakbeleving voor zijn vriendjes te verbeelden. “Ik ga nooit meer roken!”, zegt hij zelfverzekerd.