Vraag naar vrijwilligers voor terminale patiënten groeit sterk

UTRECHT, 10 NOV. Een toenemend aantal mensen doet een beroep op vrijwilligers die familie en vrienden van terminale patiënten kunnen bijstaan in de thuiszorg. De groei bedraagt ongeveer vijf procent per jaar. Toch heeft deze ondersteuning door vrijwilligersorganisaties nog steeds niet de beleidsprioriteit die zij verdient. Dat is met het oog op de demografische ontwikkelingen in de toekomst niet verstandig.

P. voor de Poort, directeur van het Landelijke Steunpunt van de Vrijwilligers Terminale Zorg (VTZ), zei dat gisteren op een symposium in Utrecht. Het sinds 1991 bestaande steunpunt helpt vrijwilligers bij het opzetten en coördineren van zorg aan patiënten die zijn opgegeven. Het gaat meestal om kankerpatiënten die thuis willen sterven maar voor wie de mantelzorg, de hulp van familie en vrienden, niet meer toereikend is.

Op dit moment zijn er ongeveer 120 organisaties met ruim 2.500 vrijwilligers in de terminale thuiszorg. Het zijn voornamelijk vrouwen die, soms naast een betaalde baan of de zorg voor een gezin, hiervoor kiezen. Het aantal vrijwilligers dat zich aanmeldt groeit nog steeds. Volgens directeur Voor de Poort van het steunpunt ontdekken de vrijwilligers de waarde van menselijk contact in tijden van angst, verdriet en eenzaamheid, “essentiële kenmerken als het gaat om de kwaliteit van leven”. De meeste vrijwilligers doen het werk uit overtuiging, vanuit de wens het beter te doen dan zij eerder in de eigen omgeving hebben ervaren.

De hulp van vrijwilligers neemt aan betekenis toe naarmate meer mensen ervoor kiezen om, als dit medisch gezien verantwoord is, thuis te sterven. Een punt van discussie onder vrijwilligers in de terminale thuiszorg is de samenwerking met de professionele hulpverleners. Het komt niet zelden voor dat zich een competentiestrijd voordoet tussen de meestal idealistische vrijwilligers en de wijkverpleegkundigen of huisarts. Niet alle huisartsen zijn bereid de taakverzwaring op zich te nemen als een patiënt te kennen geeft thuis te willen sterven.

De Utrechtse gezondheidseconoom prof. dr. A. Schrijvers meent dat er in de terminale thuiszorg meer zou moeten worden gewerkt met medisch protocollen of zorgplannen. Deze zouden al in een vroeg stadium moeten worden gemaakt om concurrentie tussen professionele en vrijwillige hulpverleners te voorkomen. Volgens Schrijvers moeten vrijwilligers nog te vaak voor de “rotklussen” opdraaien, dat wil zeggen vooral 's nachts waken bij stervenden.