Volendam aan de Middellandse Zee; Augustin Hanicotte in de kunstenaarskolonie Volendam

Volendam was omstreeks 1900 populair onder schilders, maar de meeste bleven er maar kort. Alleen de Fransman Augustin Hanicotte had zo'n plezier in Volendam dat hij er ging wonen. Zijn schilderijen en schetsen zijn nu in het Volendams Museum te zien. De meeste zijn on-Nederlands van licht en kleur.

Augustin Hanicotte, Volendams Museum, Zeestraat 37, Volendam. T/m 3 dec. Ma t/m zo 13-17u. Ook is er werk van hem in galerie Marie-Louise Woltering, Nieuwe Spiegelstraat 53, Amsterdam. Schetsen van Hanicotte in Hotel Spaander, za 11 en zo 12 nov, v.a. 11u.

'Also heer Bauchstein, sie kommen hier auch ein biesjen schielderen?' In de voorloper van Pietje Bell, het boek Jaap Snoek van Volendam, waarin deze vraag aan een gezette Duitse kunstenaar wordt gesteld, beschrijft Chr. van Abkoude het Volendam van begin van deze eeuw: een kleurrijk vissersdorp aan de Zuiderzee waar niet alleen toeristen per trekschuit komen kijken, maar waar ook internationale schilders en tekenaars neerstrijken.

Volendam is geen echt kunstenaarsdorp geworden, zoals Laren of Bergen. Maar nog steeds zijn er sporen te vinden van de artistieke aantrekkingskracht die het dorp omstreeks de eeuwwisseling had. In hotel Spaander hangt de herbergzaal nog vol met schilderijen van kunstenaars die er in die tijd werkten en logeerden. Sommige kunstenaars maakten tekeningen op de houten wand om zo een rekening te vereffenen. Die zijn, achter glas, nog steeds te zien. Ook het schilderij dat eigenaar Leendert Spaander bij de ingang van zijn hotel liet hangen, voorstellende een vrolijke Volendammer visser met daarnaast de tekst 'Artist kom binne', hangt er nog steeds, vlak bij de stamtafel ('Voor visschers en andere groote leugenaars') en naast de vitrine met gouden platen van de succesvolle Volendamse popgroep BZN.

Op die schilderijen wemelt het van de Volendammer vissers met karakteristieke koppen en wijde zwarte broeken, en van Volendamse schonen met klederdrachtmutsen. Het pittoreske van Volendam is (mede door het werk van deze kunstenaars) een cliché geworden. Het schilderachtige, authentieke en geïsoleerde vissersdorpje aan de dijk, waar de kunstenaars toentertijd op af kwamen, en dat massa's toeristen nu nog altijd zoeken in Volendam, is inmiddels vrijwel verdwenen.

Dat de schilders gecharmeerd waren van Volendam, is wel begrijpelijk. Veel kunstenaars keerden zich eind vorige eeuw af van het 'verrotte' stadsleven, en zochten inspiratie op het 'onbedorven' platteland. Natuurlijk was Volendam niet zo'n exotisch paradijs als Tahiti, waar de Franse schilder Paul Gauguin in 1891 zijn heil zocht, nadat hij aanvankelijk het Bretonse platteland schilderde. Maar een tikje exotisch was het geïsoleerde Volendam wel. De vissers, die de gewoonte hadden in hun wijde zwarte pofbroeken gehurkt te zitten, en hun in bonte klederdacht gestoken vrouwen, maakten op bezoekers een on-Nederlandse, eerder oosterse, indruk. De Franse tekenaar-schrijver Henry Harvard, die in 1873 een 'Zuiderzee-ontdekkingsreis' ondernam, vergeleek in zijn boek La Hollande pittoresque het straatbeeld van Volendam vanwege de hurkende mannen en hun klederdracht met dat van Constantinopel. Hij beval schilders en vreemdelingen in het algemeen aan Volendam te bezoeken.

Bijna alles bevalt de buitenlandse schrijvers van reisjournalen, blijkt uit het Volendammer Schilderboek, waarin verschillende van die verslagen worden samengevat: de groen geschilderde houten huisjes aan de dijk, de propere interieurs, de weidse landschappen en zeegezichten, die herinneringen aan de schilderkunst van de Gouden Eeuw oproepen. En natuurlijk de vrolijke en vriendelijke meisjes en opgewekte mannen, die, aldus het Schilderboek, wel een glaasje lustten. Het ging er in het overwegend katholieke Volendam wat losser en vrolijker aan toe dan in de soortgelijke vissersdorpen aan de Zuiderzee, zoals Edam en Marken, waar men streng protestant was.

Timmermanspotlood

De goede naam lokte beschaafde toeristen zoals de Noorse componist Edvard Grieg, lord Baden Powell, Eleanor Roosevelt en talloze kunstenaars. Uit Engeland (onder meer de tekenaars voor het satirische blad Punch Phil May en Tom Browne), Duitsland en Frankrijk (Paul Signac) kwamen ze voor korte of langere tijd logeren in hotel Spaander. Hoteleigenaar Spaander stelde atelierruimtes aan zijn kunstzinnige gasten ter beschikking. De meeste kunstenaars kwamen even de wonderlijke Volendamse sfeer opsnuiven en vertrokken weer. Een echte artistiek belangwekkende 'Volendammer schilderschool' is er dan ook nooit gekomen. Toch heeft Volendam als internationale kunstenaarskolonie meer opgeleverd dan alleen het tot souvenirpakpapier-opdruk verworden plaatje van een vissersechtpaar in klederdracht. Dat is te zien aan het werk van de Fransman Augustin Hanicotte (1870-1957), dat nu geëxposeerd wordt in het Volendams Museum, tussen de vaste museumopstelling, zoals een parade van poppen in klederdracht.

Hanicotte, die samen met Henri de Toulouse-Lautrec les had gehad in het atelier van Cormon in Parijs, kwam in 1899 net als veel collega's naar Volendam. Alleen was hij zo getroffen door het dorp en mensen dat hij bleef. Wat Hanicotte zo aantrok is het beste te zien op de honderden, zo niet duizenden potloodschetsen, vaak ingekleurd met waterverf, die hij er maakte. Hij liep vrijwel dagelijks met zijn schetsboekje en verfdoosje het dorp door en schetste alles wat hij de moeite waard vond. Het zijn snel gemaakte, rake schetsen die met een dik timmermanspotlood lijken getekend. Ze zijn vol beweging: het zijn geen poppen in apepakkies die hij tekent, maar levende mensen. Spelende kinderen, schaatsers, dansende vrouwen, boten in de haven, steeds treft hij ze in een paar lijnen in zijn kleine schetsboeken. Soms maakt hij van landschappen wat grotere schetsen die hij ook met waterverf inkleurt. Die kleuren zijn een revelatie: wij zijn geneigd het IJsselmeer en zijn omgeving als grijs of grauw te zien. Maar in de ogen van Hanicotte is het landschap rondom Volendam en Edam een feest van frisse, haast stralende kleuren. De transparante paarse, gele, groene en blauwe kleuren geven het landschap iets vrolijks. Hanicotte had plezier in Volendam. In zijn schetsboeken komt dat directer naar voren dan in zijn schilderijen. In die doeken van Hanicotte, in Frankrijk bekend als een 'petit maître de la peinture', is meer van de modieuze schilderstijl van begin vorige eeuw te bespeuren, die ons nu wat belegen of stijf voorkomt.

Aanvankelijk maakte Hanicotte net als de meeste schilders in Volendam naar de heersende mode grote, enigszins sombere realistische schilderijen van vissers met knoestige koppen die bedrukt over de Gouwzee uitkijken, of van vissersgezinnen die sereen en in vol ornaat over de dijk ter kerke gaan. Maar zulke schilderijen hangen niet op de expositie in het Volendams Museum, die samengesteld is uit nagelaten werk. Want de sombere doeken waren erg populair en werden vaak al snel verkocht nadat Hanicotte ze in Parijs exposeerde.

Na een paar jaar werken in Volendam dringt toch meer van het plezier van het tekenen van de Volendamse taferelen door in Hanicotte's schilderijen. Hij schildert die in een tekenachtige stijl; net als andere kunstenaars in die tijd was hij geïnspireerd door Japanse prenten, en schilderde hij figuren met stevige zwarte omtreklijnen en zachte kleuren. Het opvallendste doek in deze stijl op de expositie is l'Hiver (1913). Het is een groot en grappig doek vol krioelende schaatsers tegen een decor van Volendammer huisjes, met valpartijen, kleumende kinderen, biggen en eenden op het ijs en priksleetje-rijders. Het is licht van sfeer, een cartoon haast, met verwijzingen naar oude Nederlandse ijspret-schilderijen, en het staat mijlenver af van het somber-sentimentele vissersrealisme dat hij eerder hanteerde. Ook andere schilderijen, bijvoorbeeld van spelende kinderen op het gras, waarbij de zon delen van de mutsjes van meisjes hel oplicht, zijn on-Nederlands van lichtheid en zonnigheid. Het is of Volendam aan de Middellandse Zee ligt.

Annie Kot

De liefde tussen Volendam en Hanicotte was wederzijds. Hij was een gewaardeerde 'jas', zoals buitenstaanders genoemd werden. Niet in de laatste plaats omdat hij het Sinterklaasfeest, dat amper gevierd werd in Volendam, groots aanpakte. Hij liet uit zijn geboortedorp, het Noord-Franse Béthune, een Sinterklaaspak sturen (nog steeds te zien in het museum) en speelde ieder jaar Sint Nicolaas, al vanaf het eerste jaar dat hij in Volendam kwam. Alle Volendammer kinderen kregen dan een presentje. Hanicotte was zo ingeburgerd dat hij door de Volendammers als Volendammer werd beschouwd. 'Daar gaat Annie Kot', zeiden ze als hij voorbij ging, aldus B. Veurman in zijn Volendammer Schilderboek.

In 1916 verliet Hanicotte Volendam om gezondheidsredenen. Hij moest vanwege een gewrichtsontsteking naar de zon, en vestigde zich met zijn vrouw Trinette Spaander, dochter van de Volendamse hotelhouder, in de Zuid-Franse badplaats Collioure, in het voormalig atelier van Matisse.

Het is jammer dat er niet meer van Hanicottes schetsjes zijn opgenomen in de expositie in het Volendams Museum, want daarin ligt zijn meesterschap. De samenstelster van de expositie, de Parijse kunsthandelaar Raymonde Duval, die Hanicottes nalatenschap beheert, heeft dat deels ondervangen door aanstaande zaterdag en zondag in hotel Spaander, waar Hanicotte al die jaren woonde, een verkooptentoonstelling in te richten van honderden kleine schetsboekblaadjes. Van vissers in het café, rokend, drinkend. Krabbels van kinderen die spelen op de trapleuningen van de huisjes, het wegdragen van een stomdronken Volendammer, schepen met paarse zeilen enzovoort. Het zijn vrijwel allemaal korte maar krachtige liefdesverklaringen aan Volendam, en vooral aan de mensen van Volendam. En ze geven een glimp van de bekoring die het leven daar ooit moet hebben gehad.