Vlieg leeft ongestoord tussen mierekroost

ROTTERDAM, 10 NOV. De Britse insektenonderzoeker Weissflog heeft een vliegesoort ontdekt die een wel zeer bijzondere vorm van oplichterij toepast. In een mierenkolonie van de soort Aenictus trof Weissflog tussen de gewone mierelarven volwassen vliegevrouwtjes aan met een dermate vervormd lijf dat ze, in plaats van gemolesteerd te worden, voor mierekroost werden aangezien en deelde in de zorg. De bevindingen van Weissflog zijn gisteren gepubliceerd in het Engelse tijdschrift Nature.

Om sprekend op mierelarven te lijken, hebben de vliegevrouwtjes een sterk afwijkende lichaamsvorm aangenomen. Zo ontbreken poten en vleugels, is hun borstkas verkleind en bezit hun achterlijf een wormvormig aanhangsel. Op die manier slagen ze erin hun gastheren in de luren te leggen. Sommige zijn zelfs in staat om bij mieren die hun larven liefkozen, met succes te bedelen om vloeibaar voedsel.

De ontdekking van Weissflog werpt nieuw licht op de Phoridae, de familie waartoe de nieuw ontdekte vlieg behoort. Ze vertonen buitenissig gedrag en er zitten parasieten tussen met weinig gebruikelijk gastheren als aardwormen en slakken. Ook de macabere doodskistvlieg behoort ertoe, die zich vermenigvuldigt op kerkhoven.

Naast Phoridae-vliegen die met de mieren samenwerking zoeken, zijn er ook soorten die ze letterlijk een kopje kleiner maken. Zo komt het voor dat vrouwtjes hun eitjes deponeren in de kop van de mier, die er na verloop van tijd prompt afvalt. De mieren op hun beurt zitten ook niet stil. Een spectaculair voorbeeld van een afdoende tegenmaatregel van de bedreigde mier is het op de rug laten meeliften van bladetende mieren van lage rang. Die hebben de vrouwtjesvliegen perfect in de gaten.