'Verenigde Staten helpen hun eigen industrie met massale druk'

“Wij zijn geen snelle geldverdieners”, zegt Heinrich von Pierer, de topman van Siemens, de op twee na grootste Europese onderneming. Siemens investeert overal ter wereld - in China en Oost-Europa, maar ook - ondanks de hoge arbeidskosten - in Duitsland. 'Ik geloof dat Duitsland nog altijd een aantrekkelijk land voor vestiging is, En: 'Men kan in Oost-Azie, maar ook in andere landen, alleen succes hebben als men daar ook fabrieken bouwt.

Heinrich von Pierer, de 54-jarige topman van de Duitse industriële kolos Siemens, praat op aimabele toon over uiteenlopende landen. Hij is voorzitter van het Azië-Pacific Comité van de Duitse Economie, dat op aandrang van bondskanselier Helmut Kohl is opgericht. Hij is gefascineerd door de mogelijkheden in Azië voor zijn electronicaconcern, dat produkten maakt die variëren van chips tot elektriciteitscentrales en van telefoons tot hoge snelheidstreinen. Alleen als de Verenigde Staten ter sprake komen, waar Siemens met 48.000 werknemers de derde buitenlandse werkgever is, blijkt Von Pierer zich ook te kunnen ergeren. “Bij de internationale concurrentie is de uiteenlopende financiële steun van landen voor hun nationale industrieën slechts een bijzaak tegenover de massale druk waarmee Amerika probeert bij grote projecten de eigen industrie te helpen.” De voorzitter van de raad van bestuur van Siemens - na Royal Dutch/Shell en Daimler-Benz in omvang de derde Europese onderneming en met een jaaromzet van negentig miljard mark bijna twee keer zo groot als Philips - bevestigt dat hij kranteberichten ernstig neemt dat zelfs de Amerikaanse geheime dienst CIA is ingezet bij pogingen om grote industriële opdrachten binnen te halen. Heeft u ook eigen informatie over bemoeienissen van de CIA?

“Ik heb geen bijzondere kennis over de CIA. Maar ik heb onlangs met grote interesse protesten van de Japanse regering tegen bemoeienissen van de CIA gelezen. Dat alleen al is verontrustend. Maar ook los van de CIA-kwestie, heb ik de grote druk van de Amerikaanse regering bij verschillende projecten waargenomen.

“In verband met Japan is er trouwens nog een andere zaak. De Amerikanen voeren bilaterale onderhandelingen met Japan, waardoor de Europeanen benadeeld dreigen te worden. Ik zou wensen dat Amerika geen bilaterale onderhandelingen meer voerde over verdere openstelling van de Japanse markt voor buitenlandse produkten, maar dat men de onderhandelingen in het kader van het wereldhandelsoverleg voert. Dan krijgt de zaak een brede basis waar ook Europa bij betrokken is, en is het niet meer een kwestie van hoeveel procent chips de Amerikaanse industrie aan Japan mag leveren.” Wat denkt u van het risico van een Japanse bankcrisis en de gevolgen daarvan voor de Amerikaanse en de Europese economie?

“Ik kan werkelijk niet beoordelen hoe groot dat risico is. Ik neem voor kennisgeving aan wat ik daarover in kranten lees. Ik heb gelezen dat zo'n risico bestaat en dat enkele heren van de Federal Reserve Board, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, persoonlijk de Japanners steun beloofd hebben in het geval het tot een bankcrisis zou komen. Ik geloof dat er tegenwoordig mechanismen zijn om hulp te verlenen die het mogelijk maken om zo'n crisis, als die er komt, op te vangen. Ik denk dat de Amerikanen tegenwoordig de mogelijkheden hebben om zo'n zaak onder controle te houden.” Siemens is zeer actief in China. Twijfelt u nooit over de ontwikkeling van dat land, dat net zo onbetrouwbare cijfers over de economie hanteert als indertijd de DDR?

“Ik weet niet of zo'n vergelijking met de DDR zin heeft. Ik zie het volgende. Wij zijn als Siemens actief op de wereldmarkt van electronica. De verwachting is dat die markt de komende vijf jaar gemiddeld met ongeveer zeven procent groeit. In Duitsland zal die groei tussen de vijf en zes procent zijn. In Azië en de Pacific wordt een groei van elf procent verwacht. Maar in China zal de groei veertien procent zijn.

“Ik geef een voorbeeld. In China zijn op het ogenblik per honderd inwoners drie telefoonaansluitingen. In Duitsland zijn dat er een kleine vijftig. De Chinezen willen die aansluitingen de komende vijf jaar van drie op twaalf per honderd inwoners brengen. Dat zijn totaal honderd miljoen nieuwe telefoonaansluitingen. Dat betekent ieder jaar twintig miljoen nieuwe telefoonaansluitingen. Sinds de Duitse hereniging zijn in Oost-Duitsland in vijf jaar tijd 4,5 miljoen telefoonaansluitingen gemaakt. Dat is een grote prestatie. Als men daarmee vergelijkt kan men zien welke enorme vooruitzichten China levert.

“Een ander voorbeeld is de bouw van elektriciteitscentrales. In China wil men de komende jaren jaarlijks centrales bouwen met een totale capaciteit van tussen de 12.000 en 15.000 megawatt. De vraag is of dat uit het oogpunt van management en financieel mogelijk is. Maar het is al een enorme markt voor de bouw van elektriciteitscentrales als slechts een deel van deze plannen wordt uitgevoerd. Ook als maar een deel van die geplande twintig miljoen telefoonaansluitingen per jaar wordt gerealiseerd, is dat een groot vooruitzicht. Dat is de reden waarom ik denk dat we op deze Chinese markt goed vertegenwoordigd moeten zijn.” Maar de Chinezen bedingen zeer lage prijzen en verlangen goedkope kredieten.

“Het is waar dat de prijzen van electriciteitscentrales onder aanzienlijke druk zijn gekomen. Die prijzen zijn de laatste tijd echter niet alleen bij Siemens gezakt, die tendens heeft alle concurrenten ook getroffen. Maar om op China terug te komen, de Chinezen zijn tot nu toe financieel solide geweest. Of alle dromen werkelijkheid worden kan ik niet zeggen. Maar ik twijfel niet aan de soliditeit van China. Daarbij komt dat China, net als landen als India en Indonesië, geïnteresseerd is in zogenaamde BOT-projecten. Dat betekent Build, Operate and Transfer. Wij hebben opdracht om een elektriciteitscentrale in China te bouwen volgens dat principe, waarbij wij zelf de bouw van een centrale financieren, deze vervolgens exploiteren en daarna ten slotte overdragen.

“We hebben in China op het ogenblik 25 joint ventures. Daar werken ongeveer vijfduizend werknemers van Siemens. Ik neem aan dat we over vijf jaar ongeveer veertig joint ventures in China hebben die wellicht werk bieden aan 30.000 mensen. Natuurlijk zijn er investeringsrisico's. China is een land waar het moeilijker is dan in Europa om te overzien of we het juiste produkt hebben en de juiste partner en of we de markt goed hebben ingeschat. Daarbij komt de vraag of de ontwikkeling met veertien procent groei oneindig doorgaat of dat er ergens een top komt. Niemand weet dat. Persoonlijk ben ik tamelijk optimistisch dat de groei voorlopig verder zal gaan.” En hoe zit het met de politieke risico's?

“Er zijn zonder twijfel grote sociale tegenstellingen in China. Sommige Chinezen profiteren meer van de economische ontwikkeling dan anderen. Maar in heel Azië en de Pacific zijn politieke risico's. Zijn die in China groter dan elders? In Oost-Azië kunnen lokale conflicten ontstaan. Maar ik geloof niet dat het tot grote problemen komt.” China staat met maximaal vijftien procent minder rendement toe dan u wilt bereiken.

“Het toegestane rendement is inderdaad een geschilpunt bij onderhandelingen met China. Dat is niet alleen voor ons een probleem. Als een buitenlandse investeerder in China geen aantrekkelijk rendement geboden wordt, dan doet hij het niet, dan heeft hij genoeg beleggingsmogelijkheden om elders meer rendement te behalen.” Philips-topman Timmer heeft gezegd dat hij als hij nu jong was naar Zuidoost-Azië zou gaan.

“Wij geven onze jongere medewerkers in Azië schitterende kansen. Ze kunnen daar bij joint ventures al vroeg zaken doen die op andere plaatsen niet zouden kunnen. In zoverre ben ik het eens met de heer Timmer, mijn goede vriend Jan. Maar bijzondere toekomstmogelijkheden zijn er ook in andere gebieden, zoals Zuid-Amerika en de Verenigde Staten. Het is natuurlijk waar dat we erop uit zijn om onze marktaandelen in Azië en de Pacific te verbeteren. We hebben de laatste jaren in Oost-Azië al mee dan een half miljard dollar geïnvesteerd. We zullen daar tot het einde van deze eeuw een miljard dollar investeren, misschien wordt het nog meer.” Het lijkt alsof ondernemers soms in een euforie achter elkaar aanhollen, zoals vijf jaar geleden in Oost-Europa leek te gaan gebeuren.

“Dat is waar, hoewel er bij Siemens wat betreft Oost-Europa nooit sprake is geweest van een euforie. Wij hebben bij investeringen in Midden- en Oost-Europa heel nuchter geprobeerd mogelijkheden en risico's af te wegen. Het enige dat ik weet is dat mensen ertoe neigen om een ontwikkelingslijn uit het verleden in de toekomst te extrapoleren, en dat het in werkelijkheid zo nooit gaat. In Midden- en Oost-Europa waren onze investeringen de laatste vijf jaar een half miljard mark, waarbij de nadruk lag op Hongarije, Tsjechië en Polen.” Heeft de Duitse industrie een bevoorrechte positie in Oost-Europa?

“In de vorige eeuw had Siemens drie belangrijke vestigingsplaatsen : Berlijn, Sint Petersburg en Londen. Deze geschiedenis speelt nog steeds een rol. Maar vooral is van belang dat wij produkten aanbieden die Oost-Europa nodig heeft, zoals elektriciteitscentrales, het hele gebied van de telecommunicatie en de medische techniek. De mogelijkheden verschillen echter per land. Maar wij zijn geen snelle geldverdieners. Het is in Oost-Europa een zaak van lange adem.” In Oost-Europa zijn veel onveilige kerncentrales. Kan Siemens als bouwer van zowel conventionele als van kerncentrales daaraan iets doen?

“Dat is een groot probleem. Er zijn zo'n zestig kerncentrales in bedrijf van verschillende typen. De betrokken landen moeten geholpen worden om dit aan te pakken. Het is bijna tien jaar geleden dat de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl plaats had, maar behalve studies is er nog niet veel concreets gedaan. Wij hebben afgelopen zomer een voorstel gedaan om de nog functionerende kerncentrales in Tsjernobyl te kunnen uitschakelen. Dat behelst de bouw van een 6000 megawatt kolengestookte elektriciteitscentrale. Daarmee kan twaalf miljard kilowatt uur per jaar stroom worden opgewekt, wat overeenkomt met het vermogen van de twee kernreactoren die nog in Tsjernobyl in bedrijf zijn. Daarvoor is slechts 1,5 miljard mark nodig. Dat kan de Oekraïene natuurlijk niet zonder Westerse hulp betalen.

“Naast die nieuwe centrale moet er ook een voorziening komen voor de 5000 mensen die in Tsjernobyl van de kerncentrales leven. We zouden daarvoor graag een nucleair onderzoeksinstituut bouwen dat zich richt op de ontmanteling van kerncentrales en veiligheidsmaatregelen zoals de sarcofaag die is aangebracht om de reactor waar zich in 1986 de ramp voordeed. Als zo'n instituut er niet komt, is uitschakeling van de kerncentrales in Tsjernobyl niet mogelijk.” Is er op dit gebied concurrentie van andere specialisten, zoals de Franse bouwer van kerncentrales Framatome?

“Nee, Framatome is hierbij geen concurrent, maar een partner. Ons belang van een verstandige veiligheidstechnische aanpak van de kerncentrales in Oost-Europa gaat onze bedrijfseconomische belangen ver te boven. Wij willen werkelijk een bijdrage leveren om de zaken veiliger te maken. Dat is in het belang van de landen waar de kerncentrales staan, maar het is ook in ons eigen belang.” Dat moet wel met geld uit het westen.

“Dat kunnen Duitsland of Siemens niet alleen doen. Dat kan alleen met internationale samenwerking en daarom moeten Framatome en Electricité de France een belangrijke bijdrage leveren.” Wat vindt u van de recente discussies over een Europese munt?

“Ik geloof dat de in het verdrag van Maastricht vastgelegde criteria niet versoepeld moeten worden. De vraag is alleen of men zich kan houden aan het tijdschema voor invoering van de Europese munt. Maar er moet wel een duidelijk tijdstip worden vastgesteld dat de munt wordt ingevoerd. Een open tijdschema is onmogelijk. Bovendien moet geregeld worden dat de criteria voor toetreding tot de Europese Monetaire Unie ook later gehandhaafd blijven. Ik heb er veel begrip voor dat in Duitsland meer angst dan in andere landen bestaat voor de gevolgen van een Europese munt. Dat heeft de maken met de herinnering aan de grote inflatie in Duitsland in de jaren twintig. Ik zou het echter wel betreuren als dit in 1998 in de verkiezingscampagne een emotionele kwestie zou worden.” Hoe belangrijk is een Europese munt voor Siemens?

“Het is een voordeel als de risico's van valutaschommelingen tussen de deelnemende landen weg zijn. Maar er is vooral een politieke kwestie. Ik geloof dat de Monetaire Unie zeer belangrijk is om Europa dichter bijeen te brengen. Een terugtrekking van de Monetaire Unie zou een terugslag voor Europa zijn.” U klaagt vaak over de hoogte van de arbeidskosten in Duitsland.

“De druk van de arbeidskosten is hoog. Maar in Duitsland is ook een hoge belastingdruk, mede omdat na de hereniging veel geld voor Oost-Duitsland ter beschikking is gesteld. Er zijn ook looneisen. De positie van Duitsland als vestigingsplaats wordt ook beïnvloed door de waardedalingen van munten als lire, peseta en pond ten opzichte van de mark. In Duitsland is ook een gebrek aan aanvaarding van techniek, denk maar aan de genentechniek. Dat is in Zuidoost-Azië heel anders.

“Maar er zijn ook veel positieve vestigingsfactoren in Duitsland. Het hoge opleidingsniveau van de werknemers, de uitstekende infrastructuur, de telecommunicatie, energie, wegen, gezondheidszorg, de stabiele politieke verhoudingen. Een stabiele munt is ook een voordeel, de sterke mark is niet alleen nadelig. Ik geloof dat Duitsland alles bij elkaar nog altijd een aantrekkelijk land voor vestiging is. Daarom investeren wij ook in Duitsland, in een halfgeleiderfabriek in Dresden, maar ook in Regensburg en in München.” Toch zijn arbeidskosten een belangrijke reden voor u geweest om elders te investeren.

“Ja, als wij in Oost-Azië, Midden-Europa of de Verenigde Staten gaan produceren, is een van de redenen zeker de arbeidskosten. In Tsjechië zijn die een tiende van de arbeidskosten in Duitsland. Maar er is ook altijd de reden om markten te ontsluiten. Men kan in Oost-Azië, maar ook in andere landen, op den duur alleen succes hebben als men daar ook fabrieken bouwt en software ontwikkeling en engeneering daar naar overbrengt.” Wat kunt u als ondernemer doen tegen hoge arbeidskosten in Duitsland?

“Omdat arbeid te duur is, is er weinig vraag naar, en omdat er weinig vraag naar is, zijn er meer werklozen. Als je met politieke en vakbondsleiders onder vier ogen spreekt, is dat geen discussiepunt. Maar er wordt te weinig aan dat probleem gedaan. Als ondernemer kan ik echter niet voortdurend naar de overheid kijken. Ik moet zelf iets doen. Daarom hebben wij bij Siemens ons TOP-programma ontwikkeld. Dat bestaat uit maatregelen om de produktiviteit te verhogen. Bovendien zijn er maatregelen om de groei te versnellen. Ook willen we nieuwe en betere produkten. Alles hangt met elkaar samen. Er komt geen toename van produktiviteit zonder groei en groei komt niet tot stand als er geen nieuwe, betere produkten zijn. Een laatste element van ons TOP-programma is dat wij de cultuur van de onderneming willen veranderen. Er moet meer verantwoordelijkheid worden gedelegeerd naar het niveau waar de echte vakkennis is.

“In Duitsland bestaat een groot technisch verantwoordelijkheidsgevoel. Maar goede techniek is voor een onderneming niet voldoende. We moeten bij technologische ontwikkelingen eerder naar de markt kijken. We moeten niet alleen maar zien welke fantastische ideeën technici kunnen uitvoeren, maar ook waarnemen wat de markt wil.”