Tijdbesparing

Kennis, zegt een oude metafoor, is als een bol. Naarmate onze kennis groeit, wordt de bol groter en daarmee ook het gebied dat aan de bol grenst - het gebied van het onbekende. Door onze kennis te vergroten, weten wij naar verhouding minder.

Mijn eerste computer kocht ik tien jaar geleden. Aanvankelijk gebruikte ik hem alleen als een tekstverwerker, maar later kon ik hem ook laten tekenen en schilderen. Ik begon ook met hem te schaken. Tot mijn ontzetting merkte ik dat hij steeds sterker werd. Hij leerde, terwijl ik stilstond.

In de relatie met mijn computer voelde ik mij toen nog als een aap, die domweg commando's invoert. Omdat ik nu eenmaal gevoelig ben voor verslaving, wilde ik de eerste jaren niet meer weten dan ik nodig had. Het kost soms uren om uit te zoeken hoe je een computer een handeling kunt laten verrichten die tijd bespaart. “Tijd verslindende tijdbesparing”, heeft Tim Krabbé dat verschijnsel genoemd.

Vorige week heb ik mijn derde computer gekocht. Ik deed dat met een vriend die aanzienlijk meer verstand van computers heeft dan ik. Wij kwamen terecht in een buiten de stad gelegen hal, waar computers, printers en andere hardware in dozen waren opgeslagen. Omdat alles honderd gulden duurder bleek te zijn dan wat ons in de aanbiedingsfolder was beloofd, reden wij terug naar een computerwinkel in het centrum. Maar daar werd alles in één klap aangeschaft: een pentium met een ingebouwd modem, windows, een cd-rom, een toetsenbord, een muis en een scherm met geluidsboxen. Bijgeleverd werd ook een microfoon. Als ik verder gevorderd ben, kan ik daarin de commando's inspreken. De computer herkent dan mijn stem en voert vervolgens, zonder dat ik nog iets hoef in te tikken, de door mij opgedragen handeling uit.

De meest primitieve installatie, zoals het kopiëren en overzetten van bestanden, neemt al een volledige werkdag in beslag. Toch wisten wij nog diezelfde avond aansluiting te krijgen op het Internet. Vanuit het binnenste van de computer hoor je een telefoonlijn overgaan. Daarna hoor je krakend geruis, de stem van het heelal.

Mijn eerste avonturen op Internet brachten mij in cafés, tenminste, zo worden ze genoemd. Ik wist dat niet, maar op de wereld zijn duizenden elektronische cafés. Via het Internet openen mensen een café en vervolgens wachten zij of er een bezoeker langskomt. Op ons scherm konden wij zien dat het in sommige cafés heel druk was, maar in andere zat niemand. Er zijn ook besloten cafés, waar een ballotage geldt. Wij probeerden zo'n café in Dayton binnen te komen, maar dat lukte niet. De vijf bezoekers, die daar aan het converseren waren of die elkaar kinderporno lieten zien, hadden geen behoefte aan ons gezelschap.

Het is onthutsend dat mensen de behoefte aan sociaal contact kunnen bevredigen door alleen thuis achter een scherm plaats te nemen. Je kunt de ramen en de deuren sluiten en desondanks via de computer een rijk sociaal leven leiden. In feite is de term elektronische snelweg niet juist. Die uitdrukking suggereert een verkeer, dat zich met een oorverdovend geweld verplaatst. Maar de gebruikers zitten juist doodstil en het enige geluid dat zij voortbrengen is dat van het indrukken van de toetsen.

Inmiddels ben ik ook lid geworden van een van de schaakclubs op het Internet. Plotseling speel ik tegen tegenstanders uit alle continenten. Vanochtend heb ik gewonnen van iemand uit Chili en verloren van een Koreaan. De club telt grootmeesters en meesters tegen wie ik nu gratis mag spelen. Wij spelen allemaal onder min of meer herkenbare pseudoniemen. Achter de bezeten Roman, die nooit schijnt te slapen en altijd iedereen uitdaagt, gaat ongetwijfeld de grootmeester Dzin Dzin Dashvilli schuil. Anderen heten Brapool, Kwaak-kwaak, Broncocept, Gapawn, Wittgenstein of Platypussy.

Met Tim Krabbé heb ik nu het volgende afgesproken. Hij komt bij mij thuis met zijn laptop. Hij gaat in de voorkamer zitten en ik in de achterkamer. Wij gaan dan schaken. Via de satelliet stuurt hij zijn zet naar de grote computer in Pittsburgh en die stuurt het via de satelliet weer terug naar mij. Hoewel dicht bij elkaar, hoeven wij elkaar niet te zien. Dat lijkt ons de manier om volmaakt gelukkig te zijn.