Servische militairen willen steun Miloševic

BELGRADO, 10 NOV. De Servische president, Miloševic, zal legerofficieren die door het VN-tribunaal zijn aangeklaagd niet uitleveren. Dat meldt een onafhankelijk radiostation in Belgrado op basis van gesprekken met militairen.

Het VN-tribunaal heeft gisteren drie officieren van het voormalige Joegoslavische Volksleger (JNA) beschuldigd van betrokkenheid bij de moord op 261 patiënten van een ziekenhuis in Vukovar in 1991. Het JNA is na de vorming van klein Joegoslavië door Servië en Montenegro gereorganiseerd en omgedoopt tot Joegoslavisch Leger (VJ).

Het radiostation in Belgrado meldt dat officieren van de generale staf van de VJ menen dat de aanklachten van het VN-tribunaal aantonen dat Miloševic onder toenemende druk staat bij de vredesbesprekingen in de Verenigde Staten. Hoewel militairen de beslissing tot uitlevering een vraagstuk voor het “leiderschap van de staat” vinden, zijn volgens een anonieme bron een toenemend aantal officieren bezorgd dat Miloševic alsnog aangeklaagden aan het tribunaal zal uitleveren.

De Veiligheidsraad van de VN heeft gisteravond zowel Kroatië als de Bosnische Serviërs veroordeeld wegens schendingen van de mensenrechten. De Bosnische Serviërs werden in een unaniem aangenomen verklaring opgeroepen onderzoekers “onmiddellijk en onbeperkt” toegang te verschaffen tot plaatsen als Srebrenica en Zepa, waar vrijwel zeker massamoorden op moslims zijn gepleegd. Tevens werd toegang geëist tot alle gevangenen die door de Bosnische Serviërs worden vastgehouden, werd de 'etnische zuivering' door de Bosnische Serviërs in Banja Luka en Sanski Most veroordeeld en werd de sluiting van alle detentiecentra van de Bosnische Serviërs geëist.

Van Kroatië werd in de verklaring de eerbiediging van de rechten van Krajina-Serviërs geëist. Kroatië moet Kroatische Serviërs die de afgelopen maanden uit de Krajina zijn gevlucht in staat stellen naar hun woningen terug te keren en, zonder dat daaraan een tijdslimiet wordt verbonden, hun bezittingen op te eisen.

De Kroatische vertegenwoordiger bij het debat wees de oproep als “idioot” van de hand en bestempelde haar als een concessie aan de Servische president Miloševic. Hij nam er aanstoot aan dat de Kroaten in de verklaring in één adem worden genoemd met de Bosnische Serviërs. De Tsjechische VN-ambassadeur Kovanda vond dat geen argument. Hij gaf toe dat de Kroaten minder mensen hebben vermoord dan de Bosnische Serviërs, maar, zei hij, dat is irrelevant voor het slachtoffer. (Reuter, AP)