Psychologie (1)

In het artikel 'Kennisoverdracht van hart tot hart' (CS 27-10) stelt Jaap van Heerden dat alleen de psychologie een band heeft met de literatuur, heel anders dan andere vakken zoals bijvoorbeeld de geschiedenis. Daarbij hanteert hij slordige begrippen: onder het verband tussen psychologie en literatuur verstaat hij datgene wat de psychologie aan de literatuur kan ontlenen en met literatuur bedoelt hij een recente en wat soepige ondersoort: de roman. Zo krijg je misverstanden.

Men stelt wel dat de wetenschap in oorsprong waardenvrij bedreven werd door nieuwsgierige lieden die zich bezighielden met alchimie of de wetten van de zwaartekracht en dat die al heel tevreden waren als ze zich een nieuw inzicht hadden verworven. Eigenlijk is dat niet zo: wetenschap werkt alleen als je dat inzicht ook verspreidt onder het publiek. Zo heb je in de geschiedschrijving veel geheimtaal: archivarissen en historici ontdekken nieuwe verbanden en schrijven daarover belangrijke maar onleesbare artikelen. Het resultaat van dat geploeter wordt pas bekend wanneer dat alles door een vakbroeder wordt samengevat in een goed verhaal en als dat verhaal met aandacht gelezen wordt en als de lezers daarna een ander beeld hebben van het verleden. De samenvatter moet verstand hebben van geschiedenis maar in elk geval moet hij een goed schrijver zijn. Hij verschilt van de romanschrijver omdat hij zijn verhaal niet zelf kan verzinnen.

Er zijn veel geschiedschrijvers te noemen die door de jaren heen hun publiek geboeid hebben: Herodotus over de Grote Vaderlandse Oorlog van de Grieken tegen de Perzen; Hooft over onze eigen Vaderlandse Oorlog; Churchill over Marlborough en over de Tweede Wereldoorlog. Mooie verhalen die men graag leest, niet alleen om het onderwerp maar vooral omdat het leesbare teksten zijn. Want zo nauw is dat verband: lang niet alle literatuur is geschiedenis maar goede geschiedschrijving is altijd literatuur.