Onrustig, maar vol verwachting

J.M.G. Le Clézio: La quarantaine. Uitg. Gallimard, 465 blz. ƒ 56,-

Jean-Marie Gustave Le Clézio schreef in 1947 zijn eerste verhaal op het vrachtschip de Nigerstrom van de Holland Africa Line. Hij was zeven jaar en onderweg naar zijn vader die hij nog nooit had gezien. De reis moet een onuitwisbare indruk op de jongen hebben gemaakt. Zijn latere leven bestaat voor de ene helft uit het maken van wereldreizen en voor de andere helft uit schrijven. Le Clézio schreef sinds zijn debuutroman Le Procès-verbal (1963) 32 boeken in 32 jaar.

Le Clézio's passie voor reizen lijkt voort te komen uit een voortdurende zoektocht naar zijn wortels, zijn voorouders. Hij bezocht Guatemala, Panama en Mauritius, woonde langere tijd in Nice, de Yucatan en de VS, en bezoekt af en toe Parijs om “l'air du temps” op te snuiven. In de achttiende eeuw emigreerde een lid van de oorspronkelijk Bretonse familie Le Clézio naar Mauritius om er een rietsuikerindustrie op te zetten. Le Clézio's grootvader maakte, na een kort verblijf in Europa, in 1891 dezelfde reis.

Het zojuist verschenen boek La quarantaine is gebaseerd op de tweede reis in dit rijtje, die van de grootvader. De hoofdpersoon, Jacques Archambau, besluit met zijn vrouw en zijn broer Léon terug te gaan naar Mauritius, waar beide broers zijn geboren. Op hun schip breekt een pokkenepidemie uit en alle passagiers worden, op bevel van de koloniale machthebbers van Mauritius, aan land gezet op een dichtbij gelegen, onherbergzaam eiland, en vervolgens aan hun lot overgelaten.

Op dit punt in het verhaal aangeland kan Le Clézio de thema's aanroeren waar het hem om gaat. Hoe gedragen mensen zich die volledig op zichzelf worden teruggeworpen? Wat brengt hun troost? Hoe is hun relatie tot de natuur en tot de dood? De personages uit La quarantaine stranden op een eiland, het verbanningsoord bij uitstek, een paradijselijke hel. De zon brandt, de wind giert om de rotsen, de pokkenepidemie grijpt om zich heen. Een moeder vertelt haar dochter Suryavati oude verhalen uit de Indiase overlevering. Léon wordt verliefd op het meisje en ontdekt zijn band met de mensen die hem gemaakt hebben tot wie hij is. Nu kan hij zijn eigen toekomst bepalen.

Le Clézio is een schrijver die zich aan het literaire circus van feestjes en borrels onttrekt en ook z'n personages hebben een sober uitgaansleven. De enige verwijzing naar een wat mondainer bestaan is een balboekje. Daarin beanwoordt iemand de vragen: “- Waar droomt u van? - Van verre landen. - Waar zou u willen wonen? - Geen idee. In Lapland misschien. - Hoe voelt u zich op dit moment? - Onrustig, maar vol verwachting.”

Het zouden Le Clézio's eigen antwoorden kunnen zijn.